Heb jij een zwaar beroep?
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Vandaag komt het Nationaal Pensioencomité voor een eerste keer samen. Het moet op lange termijn de pensioenstelsels van werknemers, zelfstandigen en ambtenaren fundamenteel hervormen. Het eerste dossier dat op tafel komt, is dat van de zware beroepen. Moeten zware beroepen sneller toegang geven tot (vervroegd) pensioen? Of moet een zwaar beroep recht geven op een hoger pensioenbedrag?  

Een moeilijk debat want velen vinden van zichzelf dat ze een zwaar beroep hebben en dat objectiveren is zeer moeilijk. En wat met zelfstandigen? Als de werknemer-bouwvakker als zwaar beroep erkend wordt en daardoor minder lang moet werken met gelijke pensioenrechten geldt dat dan ook voor de zelfstandige-bouwvakker wiens beroep zeker niet minder zwaar is? Nochtans werken die zelfstandigen met dat even zwaar beroep veel langer dan de meeste werknemers. Is dat beroep dan toch niet zo zwaar? Nu bestaan er alvast 2 maten en 2 gewichten voor en is de lijst zware beroepen zo uitgebreid dat ze de facto het zo noodzakelijke “langer werken” uitholt.

Want hoe graag sommigen het ook anders willen, langer werken is nog steeds de belangrijkste sleutel om de vergrijzing op te vangen. De pensioenen zijn maar gegarandeerd als er voldoende mensen aan de slag zijn en bijdragen aan de sociale zekerheid. En dat is in België nu net het probleem. De gemiddelde leeftijd waarop we stoppen met werken is 59,3 jaar. We bengelen daarmee aan de staart van het OESO peloton. Tussen 2014 en 2020 gaan er jaarlijks 114.000 mensen met pensioen. Dat aantal moeten we eigenlijk zo klein mogelijk maken.

Met plezier werken

Het is daarom te betreuren dat een conferentie over hoe we ons pensioen- en sociale zekerheidssysteem duurzaam gaan financieren, start met het debat over voor wie er een uitzondering krijgt op dat “langer werken”. Of hoe je de te realiseren doelstelling al onmogelijk zal maken bij de start van het debat erover.

De echte discussie moet voor ons gaan over hoe we ervoor gaan zorgen dat veel mensen met plezier veel langer werken, hoe werkgevers met plezier ook mensen van 55 en ouder langer in dienst houden of aanwerven. Dat is trouwens ook waar “werkbaar werk” over zou moeten gaan: “ervoor zorgen dat veel mensen met plezier langer blijven werken”. Ook dat debat gaat te vaak over het omgekeerde, namelijk hoe we door minder werken toch meer andere (leuke?) dingen thuis of als hobby kunnen doen. Daarmee gaan we evenwel die uitdaging van de duurzame financiering van ons sociaal systeem niet mee oplossen.

(Verschenen op www.deredactie.be op 26/06/2015)

26 juni 2015

Trefwoorden bij dit artikel: Pensioen, Brugpensioen, pensioenvoorbereiding, zelfstandigenpensioen

 

Weer vertrouwen in de toekomst
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

De kmo's in ons land zien voor het eerst in vier jaar de toekomst met vertrouwen tegemoet. Dat blijkt uit de driemaandelijkse kmo-barometer van ondernemersorganisatie Unizo. Voorlopig leidt dat maar tot een beperkte jobgroei. 'Ik verwacht een stevige groei na de zomer', zegt topman Karel Van Eetvelt.

'Het is nu al drie kwartalen op rij dat het vertrouwen van de kmo's verbetert', constateert Unizo-topman Karel Van ­Eetvelt. 'Tot nu toe was ik altijd voorzichtig en zei ik dat één zwaluw de lente niet maakt. Nu hebben we er al drie, dus lijkt het er echt op dat we uit de crisis geraken.'

Die begon met de bankencrisis in 2008, maar in 2011 was er een herleving van de economie. Door onder meer de eurocrisis duurde die niet lang, en kwam er een tweede forse dip. Als er geen nieuwe crisis volgt door de toestand in Griekenland, of een escalatie van de problemen in Oekraïne, verwacht Van ­Eetvelt na de zomer pas echt een forse toename van de groei.

Vier kleine en middelgrote ondernemingen op de tien zagen de economische activiteit toenemen de voorbije maanden, slechts twee zagen ze afnemen. 'Aan de niveaus van voor de crisis zitten we nog lang niet, zegt Van Eetvelt. 'Wel is het van 2011 geleden dat zoveel ondernemers zo positief gestemd waren.'

De lange periode van crisis is nog niet helemaal verteerd. 'Veel bedrijven hebben in het begin hun reserves uitgeput, en zitten op hun tandvlees.' Maar de winstgevendheid neemt toe, wat al een belangrijke stap is.

In volle crisis sleurde het ene bedrijf het andere naar beneden door facturen te laat of niet te ­betalen. Dat probleem lijkt te beteren: in geen acht jaar hadden bedrijven zo weinig last van problemen met de betaling van facturen.

Toch is niet alles rozengeur en maneschijn. Zo blijven vier ­ondernemers op de tien klagen over de almaar toenemende concurrentiedruk.

Wachten op nieuwe jobs

De tijd van massale afdankingen is voorbij, maar echt veel jobs komen er nog niet bij. 'Het gaat voorlopig nog maar om enkele duizenden jobs. Arbeid blijft heel duur, en moet goedkoper worden voor men meer mensen aanneemt. Tot nu toe merken de bedrijven ­enkel de invloed van de loonmatiging die de vorige regering besliste. De indexsprong laat zich pas na de zomer voelen.' Maar Van ­Eetvelt vreest dat het bij enkele duizenden zal blijven. 'Ik kan niet genoeg herhalen dat een echte tax shift, gericht op de laagste en de middenlonen, de enige manier is om echt voor tienduizenden jobs te zorgen.'

Zeker in de bouwsector is dat belangrijk. Daar zijn meer dan tienduizend jobs verloren gegaan in de crisis. 'Dat komt een deel door sociale dumping, maar ook door de concurrentie van Oost-Europeanen die hier onder de prijs werken. Als de loonkost met vijf euro per uur daalt, kunnen onze bedrijven wel tegen die mensen op.'

Nog een sector die het moeilijk heeft, zo blijkt ook uit een onderzoek van de Nationale Bank, is de handel. Die lijdt onder de groeiende internet­verkoop. 'Daar zijn ketens al aan failliet gegaan', zegt Van Eetvelt, verwijzend naar Mexx. 'Maar omgekeerd zie ik ook kleinere winkels die daar net een opportuniteit van maken.'

Bron: Het Nieuwsblad

26 juni 2015

Trefwoorden bij dit artikel: KMO

 

Werkbaar werk. Ook voor zelfstandigen
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Vandaag organiseert minister van Werk Kris Peeters een Rondetafel over werkbaar werk. Omdat “het nodig is”. Willen we mensen langer aan het werk houden, dan moet er iets gebeuren. Tot zover zijn we het eens. Vanaf nu tot 2020 gaan elk jaar 114.000 mensen met pensioen. Tegen 2030 bedraagt de kost van die vergrijzing net geen 50 miljard euro. Om alles betaalbaar te houden, moeten we inderdaad met zijn allen langer en meer werken.

Maar het doel heiligt de middelen niet. Zeker niet als die enkel en alleen op de werkgever zijn gericht. Nu al moet een werkgever jaarlijkse volgende waslijst afwerken “in het belang van het welzijn op het werk”: een specifieke risicoanalyse, actieplan, globaal preventieplan, algemene risicoanalyse en psychosociale risicoanalyse. Ondertussen moet hij nog eens waakzaam zijn voor mogelijke signalen van een burnout. In aanloop van de Rondetafel lanceren politieke partijen nieuwe maatregelen, allemaal gericht op werkgevers.

Ja, werkgevers hebben een verantwoordelijkheid als het op het welzijn van zijn werknemers aankomt. Hij moet zorgen dat ze in de beste omstandigheden hun werk kunnen doen. Werkgevers hebben er ook alle belang bij. Een gelukkige en gezonde werknemer is een aanwezige en gemotiveerde werknemer. Veel werkgevers doen dan ook sowieso inspanningen om het op de werkvloer zo aangenaam mogelijk te maken, zonder wettelijke betutteling. Ik denk aan technische hulpmiddelen zodat werknemers minder moeten tillen, een aangepaste bedrijfsinrichting, ruimte voor inspraak, opleidingsmogelijkheden of teambuildingactiviteiten.

Maar niet alleen de werkgever draagt verantwoordelijkheid. Werknemers hebben die zelf ook, net als de overheid. Maar ik zie geen sensibiliseringscampagnes of Rondetafels die daarover gaan. Noch voor de zelfstandigen waar absoluut nog een lange weg is af te leggen. 

48,6 procent van de zelfstandigen vindt zijn werk niet werkbaar. Bij werknemers ligt dat aantal lager (45,4 procent). De combinatie arbeid-gezin is voor 89,2 procent van de werknemers in evenwicht, tegenover 68,4 procent bij zelfstandigen. 70,7 procent werknemers heeft geen werkstress ten opzicht van 66,6 procent van de zelfstandigen. Zelfstandigen werken per jaar 2.277 uur, werknemers 1.434 uur. De kans op een burnout bij werknemers is 9,6 procent, bij zelfstandigen 10,2 procent.

Zelfstandigen scoren dus beduidend slechter, maar geen haan die daarnaar kraait. Voor hen bestaan geen systemen, terugvalbasissen of campagnes. Maar ook zij hebben kinderen en een partner waar ze liefst zo veel mogelijk quality time mee willen doorbrengen of hebben zieke ouders om voor te zorgen. Ook kunnen wel eens vakantie gebruiken. Het werk wacht evenwel niet, de zaken blijven draaien. Niet werken betekent geen inkomsten. Ziek zijn is geen optie. Toch moeten ook zij langer werken, voor zover ze dat nu al niet doen.

We willen de discussie niet uit de weg gaan, noch onze verantwoordelijkheid ontlopen. Komen er voorstellen op tafel rond werkbaar werk voor werknemers, dan willen we daar constructief naar kijken. Maar we weigeren enkel hierover na te denken. Het wordt tijd dat ook werkgevers en zelfstandigen een plaats krijgen in het debat.  Want ook werkgevers zijn mensen met een gezin die ook evenwicht zoeken in hun leven. Meer werkbaarheid voor werknemers met als effect een dalende werkbaarheid voor ondernemers is dus geen optie.

 

(Verschenen in De Tijd op 9 juni 2015)

09 juni 2015

Trefwoorden bij dit artikel: Werknemers, Ondernemerschap, ondernemer, Werkgever

 

If we die tomorrow, what do we have to show
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Vierdes. We moeten al ver teruggaan in de tijd voor een betere score op het Eurosongfestival. Tot 2003, toen Urban Trad tweedes werd. Hoe goed ons land het ook deed op het bekende liedjesfestival, hoe slecht komen we uit diverse studies over ondernemerschap ten opzichte van de andere EU-landen.

Vives, het Vlaams Instituut voor Economie en Samenleving concludeert deze week in een rapport dat “Vlaanderen historisch erg laag scoort op het vlak van ondernemerschap. Vlamingen verkiezen meer dan andere Europeanen een job in loonverband boven een job als zelfstandige” (Vives-briefings 27 mei). Wil Vlaanderen uitgroeien tot een topregio, dan moet het inzetten op ondernemerschap en het verhogen van het internationaal concurrentievermogen. Een studie van de Europese Commissie dit jaar hekelt dan weer het zwakke starterspercentage van ons land, de verhouding starters tot het totaal aantal ondernemingen. Enkel Cyprus doet het nog slechter dan wij.

Een serieuze wake-upcall noem ik dit. We kunnen en mogen niet op onze lauweren rusten. Het aantal faillissementen blijft te hoog, het aantal starters te laag en de concurrentiehandicap met de buurlanden groeien. 

Alle goede dingen bestaan uit drie, zegt men wel eens. En dat is hier niet anders. Drie concrete prioriteiten hebben wij voor de Vlaamse regering en het nieuw op te richten Agentschap Innoveren en Ondernemen.

1. Ondernemerschap stimuleren via betere toegang tot financiering

Ruim 6 op 10 startende ondernemers moeten afrekenen met een gehele of gedeeltelijke kredietweigering bij banken. Je idee mag nog zo geweldig zijn of je businessplan degelijk, als je geen geld krijgt, dan kan je geen zaak uit de grond stampen.  Velen zoeken hun heil dan bij de alternatieve financieringsvormen zoals crowdfunding. Alternatieve financiering is goed, maar je moet eerst zorgen dat de basis goed zit. Een gebouw mag volledig bestaan uit beton, als de fundering niet goed is, zakt het in als een pudding. Alternatieve financiering dient als een surplus, niet als een vervanging van. Dat neemt niet weg dat we kunnen werken aan de uitbouw van die alternatieve financieringsvormen, zoals een versoepeling voor crowdfunding, een uitbreiding van de win-winlening en het versterken van de regionale Participatiefondsen.

2. Drempels tot innovatie verlagen

Innovatie is cruciaal voor alle KMO’s. Voortdurend vernieuwen en op zoek gaan naar nieuwe technologieën krikt het niveau van een onderneming op en maakt ze competitief. Intern zijn KMO’s er sterk mee bezig. En dan heb ik het over innovatie via de eigen medewerkers of via de leveranciers. Maar open innovatie, waarbij KMO’s  op zoek gaan naar externe kenniscentra, is een ander paar mouwen. Slechts 1 op 10 KMO’s werkt samen met een universiteit, 1 op 8 met een hogeschool. KMO’s durven niet altijd de brug naar externe kenniscentra te slaan. Dat moet anders. Bedrijven moeten zonder schroom of hinderpalen samenwerkingen kunnen opzetten met andere bedrijven, kenniscentra in ruime zin en relevante overheidsinstellingen. Enkel zo verhoog je niet alleen de kennis binnen het eigen bedrijf, maar de ook de bagage van Vlaanderen als regio.

3. Administratieve vereenvoudiging

Een oud zeer zijn de stapels papieren en formulieren die ondernemingen dagelijks te verwerken krijgen. Telkens opnieuw je ondernemingsnummer aan verschillende overheden moeten bezorgen, is niet alleen tijdrovend, maar werkt ook frustrerend. Zware procedures remmen af, de vele reglementeringen stoppen de creativiteit. Door te investeren in digitalisering en nieuwe ICT-toepassingen kunnen we de papierberg aanzienlijk verkleinen. De eenmaking van de unieke omgevingsvergunning is een mooi voorbeeld. Ondernemers moeten niet langer én een stedenbouwkundigen én een milieuvergunning aanvragen. Een grote tijdswinst en minder administratie. Alleen, 12 jaar nadat het eerste engagement tot de eenmaking werd gegeven, is de unieke omgevingsvergunning nog steeds geen feit. Mocht een onderneming zo lang wachten om beslissingen door te voeren, dan zou het faillissementscijfer nog veel hoger liggen dan het nu al is.

Drie aanbevelingen. Drie zaken om over na te denken tijdens het nakende zomerreces en er concreet mee aan de slag te gaan erna.  If we die, tomorrow, what do we have to show, zong Loïc Nollet. Ik hoop dat het antwoord hierop een innovatief en competitief Vlaanderen vol ondernemers mag zijn.

23 mei 2015

Trefwoorden bij dit artikel: administratie, Starters, Ondernemerschap, starten, administratieve vereenvoudiging

 

Discriminatie niet alleen probleem werkgevers
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Discriminatie op de arbeidsmarkt is hot. Terecht. Ook het Vlaams Parlement wijdt hier vandaag een hoorzitting aan. En werkgeversorganisaties zijn dit keer wel uitgenodigd voor hun kant van het verhaal. Want al te vaak worden werkgevers met de vinger gewezen.

 Discriminatie is onaanvaardbaar. In alle omstandigheden, dus ook op de arbeidsmarkt. Er zijn werkgevers – gelukkig een minderheid – die doelbewust discrimineren. Hun houding is verwerpelijk. Je neemt iemand aan omwille van zijn competenties. Ras, geslacht, seksuele voorkeur of gelijk welk ander criterium mogen geen reden zijn om iemand wel of niet in dienst te nemen. Maar het is zo dat de kansen op de arbeidsmarkt van onze allochtone landgenoten veel kleiner zijn dan die van hun autochtone collega's. En we hebben hierin de voorbije decennia slechts een beperkte vooruitgang geboekt. Hoog tijd dus om hier echt iets aan te doen.

Werkgevers moeten hierin hun verantwoordelijkheid nemen, zeer zeker. Ondernemers zijn een zeer belangrijke schakel in de oplossing van deze problematiek. Onze inspanningen moeten ook verder gaan dan in het verleden. En collega's die manifest discrimineren moeten we duidelijk maken dat ze niet thuis horen in de ondernemersfamilie. Desnoods moeten we ze via een autocontrolesysteem zelf terecht wijzen.

Maar alleen inspanningen vragen van onze ondernemende medeburgers zal het probleem niet oplossen.  Want het is niet zo dat er meer discriminatoir gedrag zou zijn bij ondernemers dan bij werknemers, ambtenaren of consumenten. Een beleid dat zich enkel richt op ondernemers en enkel naar ondernemers met controles en sancties zwaait, is niet alleen onevenwichtig, maar vooral kortzichtig en zelfs dom.

Als een klant van een dienstverlener een "blanke" kuisvrouw eist, wie discrimineert dan in eerste instantie? De ondernemer? Ik denk het niet. Waarom dreigen dan enkel voor hem controles en sancties?  Streefcijfers voor de consument? Mystery calls op de consument? Wanneer hebben programma’s als VOLT de moed om ook de oorsprong van bepaalde discriminaties aan de kaak te stellen en zo voor echte oplossingen te gaan? Welk signaal geven we hiermee? Als consument kan je rustig verder discrimineren, geen haai die ernaar kraait. De ondernemer die uit schrik een klant te verliezen op vragen van consumenten ingaat, is de enige die moet geviseerd worden.

Zoals gezegd moeten en zullen we hierin onze verantwoordelijkheid nemen, maar niet alleen en ook alleen als er een beleid komt dat de globaliteit van de discriminatieproblematiek aanpakt. Ook langs de kant van de overheid en onze allochtone medeburgers. De socio-economische monitoring 2013 wijst uit dat we de oorzaak van de slechte arbeidsmarktpositie van de allochtonen voornamelijk moeten zoeken in het zwakke migratie- en integratiebeleid. Maar ook in de lage scholingsgraad, systeemfouten binnen het onderwijssysteem, werkloosheids- en inactiviteitsvallen binnen de uitkeringsstelsels en ga zo maar door. Oorzaken die dus ver staan van de werkgever en waar hij in se niets mee te maken heeft. De overheid heeft hier dus net zo goed een taak.

Maar sommigen achten het dus noodzakelijk om werkgevers steeds meer maatregelen op te leggen. Anoniem solliciteren, quota, praktijktesten. Inspecteurs die anoniem in bedrijven kunnen komen controleren of de bedrijfsleider het discriminatieverbod wel respecteert. Dit gaat in tegen alle rechtswaarborgen tot nu toe in het strafrecht. Die praktijktesten zijn ook pure uitlokking. Of denkt u dat die inspecteurs gewoon komen kijken? Ze zullen hun vragen zodanig formuleren met de bedoeling dat werkgevers dan de mist ingaan. Is het echt de bedoeling om aan steekvlampolitiek te doen? En wat kan die test echt bereiken? Een strafrechtelijke vervolging kan je er niet op baseren, want die kan enkel opzettelijke discriminatie aanpakken, hetgeen – gelukkig maar – heel zeldzaam is.

Discriminatie is niet het probleem van enkel de werkgevers. Het is een probleem van zowel de overheid, van werkgevers, werknemers, klanten, leveranciers, van ons allemaal. Pas wanneer iedereen zijn verantwoordelijkheid erkent en we samen zoeken en werken naar oplossingen, ga je discriminatie de wereld uithelpen. Niet eerder.

 

(Verschenen in De Tijd op 30 april 2015)

30 april 2015

Trefwoorden bij dit artikel: Arbeidsreglement, arbeidsmarktbeleid, Discriminatie, Allochtoon

 

Vorige  |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|  Volgende

 Volg Karel op Twitter RSS-feed

nationale partners

Stel uw vraag
BelgacomElectrabelKBCADMBZenito