Een doordachte en economisch verantwoorde tax shift: ja. Een tax lift: neen
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Iedereen heeft de voorbije dagen de mond vol over de vermogensbelasting. Politici, de OESO, de vakbonden… De belastingen op vermogens zouden in ons land ‘erg laag’ zijn. En de vermogens in België dragen minder bij dan ze zouden kunnen of moeten. Een meerwaardebelasting op aandelen of een vermogenswinstbelasting kan de lasten op arbeid verlagen. Maar is dat wel zo?

België heeft vandaag geen als dusdanig omschreven vermogensbelasting noch een vermogenswinstbelasting. Wij zijn geen uitzondering, integendeel. In heel de Europese Unie heeft enkel Frankrijk een echte vermogensbelasting. Maar daar zijn ter compensatie een hele rits aan verminderingen en vrijstellingen voorzien. Nederland heeft een vermogensrendementsheffing, ter vervanging van een vroegere vermogensbelasting, maar lijkt ook daarmee alleen te staan. Andere Europese landen die er één hadden, hebben die ondertussen afgeschaft. Denk maar aan Finland, Luxemburg, Zweden, Spanje en Griekenland. 

Idem dito voor de meerwaardebelasting op verkoop van aandelen. Ja, Nederland heeft er één. Maar tegenover een meerwaardebelasting op aandelen staat een lager tarief in de vennootschapsbelasting en ook de lasten op arbeid zijn er fors lager. Net als lagere tarieven in de personenbelasting, lagere werkgeversbijdragen en een zogenaamde ‘oudedagsreserve’ in de personenbelasting, een systeem dat toelaat een deel van de belastbare winsten uitgesteld te belasten. Ja, Duitsland heeft ook een meerwaardebelasting op verkoop van aandelen, maar ook daar gecompenseerd door een lager tarief in de vennootschapsbelasting en lagere tarieven in de personenbelasting. De meerwaardebelasting op aandelen gaat er hand in hand met lagere fiscale belasting op ondernemers en werkende mensen.

Worden de vermogens in ons land dan effectief minder belast? Nee! Door de combinatie van een aantal belastingen en heffingen scoort ons land net zeer hoog op het vlak van belastingen op vermogen. Zo bedraagt de totale belastingdruk in België 45,5 procent van ons Bruto Binnenlands Product. In Nederland – met een vermogensrendementsheffing en een meerwaardebelasting op aandelen – is dat 39 procent, in Duitsland – met een meerwaardebelasting op aandelen – 39,1 procent. De totale belasting op vermogens is in België goed voor 10% van het BBP, in Nederland 5,6% en in Duitsland 6,2%, zo blijkt uit cijfers van Eurostat. Het niet hebben van vermogensbelasting of een meerwaardebelasting op verkoop van aandelen in ons land betekent dus niet dat vermogens of ondernemers weinig belastingen betalen. Integendeel. Eigenlijk is de globale belastingdruk in ons land nog altijd te hoog.

Wil dit zeggen dat een taxshift niet nodig of zelfs niet bespreekbaar is? Uiteraard niet. Het is duidelijk dat “slapend vermogen”, rentenieren, in ons land veel te laag belast is in verhouding tot inkomens uit activiteiten. Er mag wat ons betreft dus wel degelijk werk gemaakt worden van een taxshift. Maar wel op de juiste manier. Doordacht en goed voorbereid in een globale aanpak van belastingen op ondernemende en actieve mensen met de bedoeling die actieven en ondernemenden meer te belonen voor hun initiatief. Dus door minstens evenredig personenbelasting, vennootschapsbelasting en werkgeversbijdragen op lonen te laten dalen. Enkel zo krijg je een positief economisch effect, kan de koopkracht stijgen en het investeringsvermogen en de concurrentiepositie van onze bedrijven toenemen met extra jobs tot gevolg. Niet vergeten ook dat meerwaarden belasten automatisch ook het in rekening brengen van minwaarden moet betekenen. Evenmin dat het belasten van geherinvesteerde meerwaarden contraproductief is. En zeker ook dat retroactief vermogens bijkomend belasten onverantwoord is.

Een economisch verantwoorde en goed doordachte taxshift ja dus, een taxlift neen.

18 november 2014

Trefwoorden bij dit artikel: Belastingen, Vermogensopbouw

 

Cadeaus voor de werkgevers? Onzin!
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

We kregen vandaag bij UNIZO Antwerpen bezoek van de socialistische vakbond. Een kleurenpallet aan vakbondsjasjes, spandoeken en posters aan de voorzijde van het gebouw. Maar vooral veel muziek. En luid. Niet om ons te verjagen, zoals eerder op één of ander veld, maar wel om ons te overtuigen dat een indexsprong slecht is voor de zelfstandigen. Mensen zouden een koffiekoek minder eten omdat hun loon niet steeg.

Ik begrijp de ongerustheid van veel mensen. Het is nooit leuk te moeten horen dat je loon het komende jaar niet zal stijgen. Het is niet prettig te moeten vaststellen dat bepaalde zaken duurder worden, zoals onderwijs of dat het kindergeld wat zal dalen. Alle gezinnen zullen dit voelen, ook gezinnen van ondernemers. Want ook zij hebben opgroeiende kinderen, een huis of een lening. Waar ik wel moeite mee heb is dat deze actievoerders een beeld ophangen dat pertinent onjuist is. Dat de regering “cadeaus” uitdeelt aan werkgevers, die dan rustig achterover in hun zetel kunnen leunen. Wat een onzin! De 2% loonlastenverlaging is broodnodig om tenminste de werkgelegenheid te behouden, niet verder te zien afkalven, hopelijk ook wat nieuwe jobs te creëren.

Wat ik helemaal niet begrijp zijn de stakingen. Wat leveren die op behalve ongemakken voor bedrijven, studenten en mensen die willen werken? Niets. Geen enkele extra job. Wel veel dramatiek en een nog grotere factuur voor de werkgevers en dus ook voor de hele samenleving.

De enige echte vraag is – en die stelt niemand – of de maatregelen nodig zijn. En daarop is het antwoord volmondig ‘ja’. We moeten hervormen om de economie te doen groeien, om de factuur niet nog aan te dikken, om de pensioenen betaalbaar te houden. Vindt u dat normaal dat de gemiddelde loopbaan in België 32 jaar duurt? Dat we dus maar een goede 30 jaar sociale bijdragen leveren, terwijl we met zijn allen wel gemiddeld meer dan 80 jaar oud worden? Ik vind van niet. Zullen onze kinderen en kleinkinderen nog kunnen genieten van een pensioen zoals wij vandaag? Zeker, als we structureel hervormen en stoppen geld uit te geven dat er niet is. Zeker niet als we doordoen zoals vandaag.

De voorbije jaren hebben we de kosten alsmaar netjes doorgeschoven naar de volgende generatie. “Het zal wel meevallen”, maar het valt niet mee. De vergrijzing is niet zomaar verdwenen, kaboutertjes hebben de schatkist niet stiekem weer gevuld. Het heeft geen zin om mensen voor te liegen. Besparingen zijn noodzakelijk, cadeaus krijg je van de Sint of de Kerstman, niet van de overheid. Dat ongemotiveerd tijdskrediet of landingsbanen zonder voorwaarden worden afgebouwd, is dan niet meer dan terecht.

Bedrijven hebben van deze regering meer zuurstof gekregen, dat klopt. Maar vergeet niet waar die zuurstof ingepompt wordt. Niet in de portemonnee van de ondernemers, wel in het bedrijf zelf. Ondernemers kunnen weer investeren in hun onderneming, kunnen hun bedrijf doen groeien. Wat automatisch resulteert in economische groei, meer werkzekerheid en jobcreatie. We worden er allemaal beter van.

Is deze regering asociaal? Neen. De sociale zekerheid blijft meer dan overeind, de uitkeringen worden zelfs meer welvaartvast dan tijdens de vorige regeringsperiode. En wie het moeilijker heeft, kan nog altijd op steun rekenen. Deze regering asociaal noemen, is zoals suiker strooien in een zachtgekookt ei. Zoek mij trouwens drie landen elders ter wereld waar de sociale zekerheid nog beter is dan in België… Ja, zelfs na de maatregelen van die zogenaamd asociale regering Michel I. Het is eigenlijk heel eenvoudig. We moeten accepteren dat er een probleem is. En wanneer dat inzicht er is, moeten we samen aan oplossingen werken. Tous ensemble. Vakbonden, werkgevers én de regering. De uitgestoken hand is er, het komt erop aan die te grijpen.

 

04 november 2014

Trefwoorden bij dit artikel: regeerakkoord, Staking, vakbond, regering, betoging

 

De "responsabilisering" van de werkgever
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

De federale regering heeft de ambitie werkgevers te verplichten het loon van hun zieke medewerkers de eerste twee maanden gewoon door te betalen. Een goede zaak voor die zieke medewerkers zal u zeggen. Uiteraard. Maar wat even vergeten wordt, is dat die regeling "gesolidariseerd" was. De werkgevers betalen daar al sociale bijdragen voor zodat het RIZIV dit gewaarborgd loon kan betalen, vanaf de tweede maand voor bedienden, de derde week voor arbeiders. Alleen is de kost hiervan nogal fors gestegen.

Nu wil de regering dat werkgevers twee maanden gewaarborgd loon uitbetalen. Allemaal zogezegd in de naam van de “responsabilisering van de werkgever”, zo lezen we toch in het regeerakkoord. Zodat de werkgever er alles zou aan doen opdat zijn werknemer niet arbeidsongeschikt geraakt en gezond en wel op het werk functioneert. Ongehoord. En compleet onrealistisch. Alsof een werkgever er zich persoonlijk van kan of moet vergewissen dat zijn werknemer niet tegen een boom rijdt tijdens het weekend. Of in het hoofd van zijn werknemer zit om te zien of hij zich wel gelukkig voelt. Akkoord, een werkgever moet het beste voorhebben met zijn werknemer en de werkomstandigheden zo ideaal mogelijk laten verlopen. Maar trop is teveel.

Beseft de regering wel wat de maatregel in de praktijk echt betekent? Ik denk het niet. Ik ben het zelfs zeker. De ondernemer die mij deze week mailde wel. Eén van zijn werknemers brak afgelopen weekend zijn voet. Niet tijdens het werk, maar wel na een glaasje te veel op een feestje. Volgens de dokter kan het gemakkelijk een maand en langer duren vooraleer hij weer kan komen werken. De ondernemer heeft maar twee werknemers. De andere was trouwens eerder dit jaar al drie maanden out na een knieoperatie. Voor een klein bedrijf als het zijne, wegen de kosten voor een gewaarborgd loon nu al ongelooflijk zwaar. Zo zwaar dat hij dit jaar geen winst zal hebben. Hij en zijn vriendin verwachten een kindje, maar tijd voor wat quality time met zijn pasgeboren zoon zit er niet in. De geplande werken blijven doorlopen en met één werknemer minder is het alle hens aan dek.  Onze ondernemer had nochtans vroeger meer werknemers, vijf zelfs. Werk voor vijf heeft hij nog steeds. Maar de veel te hoge loonlast en strenge arbeidsvoorwaarden verplichtten hem om er drie te ontslaan. Twee van die drie zijn tot op vandaag nog steeds werkzoekend en leven van een uitkering, betaald door u en ik. Noemt de regering dat dan besparen?

De ondernemer is kwaad. Hij kan niet begrijpen dat wie zorgt voor jobs, voor werkgelegenheid, voor economische groei zo hard wordt gestraft. Dat regeringen telkens opnieuw maatregelen moeten uitvinden die het werken met personeel allesbehalve aantrekkelijk maken. Dat zelfstandigen en ondernemers niet meer gestimuleerd worden om een extra steun te bieden aan de economie. Gelijk heeft hij. Groot gelijk.

De nieuwe federale regering gaf aan een serieuze inspanning te willen doen om die torenhoge loonkost te verlagen. Onze ondernemer kan dat alleen maar toejuichen. Als ze ook werk maakt van het vereenvoudigen van een heel pak dwaze arbeidsregels, zal dit hem zeker aanzetten om opnieuw meer mensen aan te werven. Maar uiteraard niet als een groot deel van de beloofde lastenverlaging al teruggenomen wordt met een lastenverhoging. Zelfs met een gedeeltelijke compensatie van de meerkost dreigt deze maatregel meer dan 700 miljoen euro aan de werkgevers te kosten. Voor bedrijven met vooral bedienden verdubbelt de kost van het gewaarborgd loon. Voor bedrijven met vooral arbeiders verdriedubbelt die zelfs. Het zogenaamde eenheidsstatuut arbeiders-bedienden, dat zou gecreëerd worden met zo min mogelijk meerkosten voor de meest arbeidsintensieve sectoren dreigt voor deze sectoren een bijzonder dure grap te worden. Zo duur dat het tot een lagere tewerkstelling en minder aanwervingen zal leiden. En de beloofde lastenverlagingen? Buiten de indexsprong lijkt het nu alsof de regering een doekje uit de vestzak haalt en het in de broekzak stopt. 

(verschenen in De Standaard)

13 oktober 2014

Trefwoorden bij dit artikel: Loonkost, loon, Loonlasten, Loonlastenverlaging

 

Eindelijk.
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Eindelijk een regering die ondernemende mensen extra zuurstof geeft. Die mensen die hard werken probeert te belonen in plaats van af te straffen. Die in elk geval poogt de grote vermogens na te jagen in plaats van nog de voet nog eens extra te planten op de al zwaar belaste centen van ondernemers.  Die inzet op bedrijven, op het opkrikken van de concurrentiekracht. Akkoord, het is nog even wachten op de punten en de komma’s. Maar de aftrap is gegeven en het gezond verstand en de lange termijn lijken te zegevieren. De inspanningen zijn van structurele aard en hebben tot doel de sociale zekerheid ook in de verdere toekomst te vrijwaren. Dat kan maar door ook de economie voldoende groeiruimte te geven.

Weinig landen overtreffen België in belastingdruk. Veel mensen lijken dat te vergeten. De globale belastingdruk nog meer verhogen, zoals de verenigde oppositie blijkbaar voorstelt, kan niet anders dan de economie, de tewerkstelling en uiteindelijk ook de overheidsinkomsten schaden. Wie zijn fortuinen op de Kaaimaneilanden parkeert, draagt niets bij tot de sociale zekerheid, zorgt niet voor jobs of groei. Wie hier onderneemt en werkt wel. Het is dan ook niet meer dan eerlijk dat de regering kiest voor een doorkijkbelasting in plaats van een meerwaardebelasting op aandelen of het in stand houden van monsterboetes. Belastingen die de hard werkende middenklassen zouden treffen op hun al zwaar belaste inkomens.

Geen enkel land overtreft België in loonlasten. Nergens is de kloof tussen wat een werknemer netto krijgt en wat een werkgever daarvoor betaalt zo groot als in België. Dit heeft niet alleen een negatief effect op de reële koopkracht van werknemers, het heeft vooral ook een negatief effect op onze concurrentiekracht. De gevolgen daarvan hebben we de voorbije 20 jaar gezien. Steeds meer arbeidsintensieve bedrijven die noodgedwongen de deuren moeten sluiten of elders hun tenten opslaan. Ook dat probeert deze regering te doorbreken. Ondanks de budgettaire beperkingen die vooral het gevolg zijn van de in het verleden opgebouwde schuldenlast en veel minder van de huidige crisis of het “bankendebacle”.  Dat zoiets gebeurt door de koopkracht aan te tasten is te betreuren, maar er waren weinig alternatieven. De zelfstandigen zijn dit trouwens gewoon. Hun koopkracht is de voorbije jaren al gedaald als gevolg van de crisis, in tegenstelling tot de koopkracht van werknemers.

Wie het zeker niet met mij eens is, zijn de vakbonden. Hun reacties op het regeerakkoord spreken boekdelen: “Nog erger dan de ergste horrorfilm, een omgekeerd Robin Hoodje, de meest rechts-conservatieve na-oorlogse regering ooit…”.  Dat er bij veel mensen onvrede is bij de besparingen is begrijpelijk. Niemand wil erop achteruit gaan. Maar deze krachttermen zijn ver buiten proportie. De sociale bescherming van werknemers blijft, ook onder die zogenaamd centrum-rechtse regering, bij de allerbeste van de hele wereld. Als dit horror is, wat moeten, op uitzondering van wat Scandinaven, al die andere Europeanen dan zeggen? Om maar te zwijgen van de rest van de wereld! Wat was dan het alternatief? De schulden nog wat meer vergroten? Het factuur volledig doorschuiven naar de volgende generaties? Ah ja, “de rijken” laten betalen. Zoals gezegd zal deze regering dat doen. Of was het de bedoeling de hardste werkers, ondernemers en werknemers, de groep die nu al veruit de meeste belastingen betaalt, nog wat meer belastingen laten betalen, de ondernemers nog meer geld uit de zakken kloppen, tot er geen winst meer overblijft? Dat er dan niet meer geïnvesteerd kan worden is dan waarschijnlijk een “probleem voor later”. Gelukkig bezondigt deze regering zich niet aan dergelijk onverantwoord korte termijn denken.

Dat we met zijn allen wat langer moeten werken is ook niet meer dan normaal. We krijgen alsmaar meer tijd, we leven langer. Laat ons die tijd benutten om ons pensioenstelsel op een duurzame manier overeind te houden. De gemiddelde Belg werkt vandaag net iets meer dan 30 jaar van de 80 jaar dat hij leeft. Draagt dus 30 jaar bij aan de sociale zekerheid via pensioenen, kinderbijslag, tijdskredietpremies, ondersteuning van de gezondheidszorg,… die andere “periodes” moet hij overbruggen. Een groot wiskundige moet je niet zijn om te weten dat dit niet kan. Daar komen op termijn 2 jaar bij! Niet meer, want de vele gelijkgestelde periodes die je pensioenrecht geven zonder dat je werkt blijven zo goed als onaangetast. Is pakweg 33 jaar werken op 80 levensjaren horror? Nee toch.

Trouwens de vakbonden moeten zich niet ongerust maken. Niet alles is voor de werkgevers in het regeerakkoord. Ook ondernemers moeten zoals gezegd inspanningen doen. Een aantal sectoren zullen de btw-verhoging zeker voelen. En wie een arbeidsongeschikte werknemer in dienst heeft, zal die vanaf 2015 tot 60 dagen gewaarborgd loon moeten uitkeren. Een harde noot om kraken. Een pure lastenverhoging die tot 350 miljoen euro kan oplopen bovendien en een voorafname op het overleg arbeiders-bedienden dat er binnenkort hopelijk aankomt. Dat neemt niet weg dat we aan het sociaal overleg zullen deelnemen, zoals we de voorbije jaren deden met overwegend socialistisch getinte regeringen. We hopen van de andere sociale partners hetzelfde. Want alleen samen geraken we vooruit.

(verschenen op www.deredactie.be)

07 oktober 2014

Trefwoorden bij dit artikel: regeerakkoord

 

Terugblik op de Europese week van de KMO
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Vorige week was het Europese KMO-week. Een goede gelegenheid voor de Europese commissie om in Napels een SME Assembly te organiseren. The place to be dus voor elke zichzelf respecterende KMO-organisatie uit de EU. Met debatten over KMO-financiering, tweede kans na faillissement en de eengemaakte digitale markt voor KMO’s leek het programma ook veelbelovend.

De realiteit leerde evenwel dat Europa nog ver van de echte KMO-realiteit staat. Een debat over de financiering van de KMO gaf vooral het podium aan private equity-spelers of business angels. Boodschap naar de startende zelfstandigen: “bij een bank moet je niet zijn voor de financiering van je opstart”. Wat de alternatieven dan wel zijn kwam helemaal niet n bod. Goede voorbeelden daarover uit diverse EU-lidstaten,… geen ruimte voor. Er werd dus voorbij gegaan aan hoe het 99% van de Europese KMO’s vergaat bij de financiering van hun bedrijf en hun projecten.

Hetzelfde verhaal bij het debat over de eengemaakte digitale markt. De aandacht ging exclusief naar die minderheid aan KMO’s die via die digitalisering ook op andere markten kansen kan krijgen. Zeer belangrijk uiteraard, zeker voor onze Belgische KMO’s. Maar toen ik vroeg in welke mate de EU overgrote meerderheid aan KMO’s die vooral op de binnenlandse markt actief zijn gaat sensibiliseren en ondersteunen om morgen mee te zijn in dat digitale verhaal keek het verzamelde panel alsof ik van een andere planeet kwam. Daar had men duidelijk nog niet aan gedacht.

Het toont aan dat Europa blijft worstelen met de “afstand tot de burger”, dus ook de afstand tot de burger-zelfstandige ondernemer die in één van de lidstaten een klein bedrijfje runt en probeert uit te bouwen. Onze ambachtelijke bedrijven, kleine producenten, handelaars,…  die naast ondernemer vaak ook bindmiddel zijn in ons sociaal weefsel, de mayonaise van onze steden en gemeenten.

Europa mag en moet uiteraard inspanningen doen voor de trekkers, de gazellen, diegenen voor wie the sky the limit is. Maar ze mag haar aandacht daartoe niet beperken. De toegevoegde waarde voor de samenleving van die miljoenen kleine ondernemers is zo groot dat ze meer aandacht, ondersteuning en specifieke programma’s verdienen.

En uiteraard ook aandacht voor hun specifieke problemen, zoals de aanpak van malafide reclameronselaars. Die stoppen niet aan de landsgrenzen. Ook zij denken en werken Europees.  Ze verplaatsen hun maatschappelijke zetel continu en ze zijn actief in de hele Unie. Om hun prakijken te stoppen, moeten alle lidstaten samenwerken. We wachten tot op vandaag nog altijd tevergeefs op een vervolg op het voorstel de Europese Commissie. Zij plande een Europese zwarte lijst, strengere straffen, een betere informatie-uitwisseling, samenwerking tussen de lidstaten en een verbod tegen misleidende formulieren.

Of het meer betaalbaar maken van het elektronisch betalingsverkeer.  Willen we elektronisch betalen meer stimuleren, dan moet de kostprijs voor de betalingsdiensten naar beneden. Een gefaseerde uitdoving van de Interchange Fee – de vergoeding die de bank van de handelaar aan de bank van de koper betaalt om de transactie met een betaalkaart af te handelen – is hierbij een belangrijke stap.

Om nog te zwijgen van een betere machtsverhouding tussen de enkele multinationals en hun vele toeleveranciers. Europa streeft naar een ruimer aanbod producten, maar uiteraard van behoorlijke kwaliteit. Grote ondernemingen die elk risico verleggen naar hun kleine toeleverancier staan daar diametraal tegenover. 

De Europese Unie heeft dus nog heel wat groeimarge in haar KMO-beleid. Het zou niet slecht zijn om die beschikbare ruimte te besteden aan de vele micro-ondernemingen die de Unie rijk is.

 

06 oktober 2014

Trefwoorden bij dit artikel: KMO, Europa, KMO

 

Vorige  |1|2|3|4|5|6|7|8|9|10|11|  Volgende
Stel uw vraag
BelgacomElectrabelKBCADMBZenito