Trop is teveelKarel Van Eetvelt | De kijk van Karel
Vorige zondag hoorde ik op de radio een journalist beweren dat ondernemers te veel zagen, dat hij dat beu is, alsof de politiek niks nog goed doet. Links en rechts hoor je “samenlevingswatchers” gelijkaardige beweringen doen. Hebben ze gelijk? Wat zeggen mijn dagdagelijkse ervaringen? Mijn contacten elke avond met de “ondernemer in de straat”, mijn mailbox die heel toegankelijk is voor diezelfde zelfstandigen? Ik hoor en lees veel ongeruste, ontmoedigde reacties van ondernemers die zeggen moe getergd en boos te zijn. Ondernemers van alle slag: kleine zelfstandigen, handelaars, horeca-uitbaters meer evengoed eigenaars van een KMO, een uit de kluiten gewassen familiebedrijf of vrije beroepers: artsen, advocaten, accountants,… Het gebrek aan respect, de nieuwe lasten en de voortdurende aanvallen op ondernemers en het ondernemerschap zit ze hoog.
Je kan deze signalen uiteraard negeren, of ze inderdaad afdoen als “klassiek middenstandsgezaag”. Maar wie dit afdoet als het klassiek geklaag onderschat de toestand schromelijk. In tegenstelling tot de doorsnee werknemer die zijn koopkracht door de crisis nauwelijks zag aangetast voelen vele zelfstandigen de gevolgen van de crisis en het regeringsbeleid wel degelijk stevig in hun eigen portemonnee. De verkoop daalt, de prijsconcurrentie stijgt, net als de lasten. Ook het persoonlijk inkomen moet eraan geloven. De regering hakt in op de voordelen in natura, de bedrijfswagens, de liquidatieboni, noem maar op. Veel ondernemers staan voor een gedwongen dubbele inlevering. Maar als het slecht afloopt, ligt er geen mooie ontslagregeling klaar, of een ‘sociale’ uitkering. Integendeel, de miserie na een gedwongen stopzetten of een faillissement wordt nog erger.
En intussen houden zogenaamd sociaal denkende groepen en politici aan de zijlijn politiek correcte zedepreken richting ondernemers over nog meer investeren in vorming en innovatie, over stressbeheersing of over de werk-privébalans. Voor de werknemers welteverstaan. Of weerklinken pleidooien voor het harmoniseren van het arbeidersstatuut richting bedienden, want “het kost toch niet veel meer”. Dat we dan spreken over opzegvergoedingen die makkelijk drie, vijf tot twintig keer hoger liggen, verdwijnt in het gejoel van vakbondsbetogingen.
Wanverhoudingen
Die belastingverhogingen voor zelfstandigen zijn realiteit, de economische crisis is een realiteit, de spaarzucht van de consument is een realiteit,… de torenhoge ontslagvergoedingen zijn dat gelukkig nog niet, maar de schrik zit er goed in. Verhalen van collega’s kleine ondernemers die enkel met bedienden werken en een lening van 150.000€ moeten aangaan om een medewerker met wie het niet meer lukt te kunnen ontslaan om het bedrijf te redden doen hun terecht huiveren. De wanverhouding tussen hun eigen rechten als zelfstandige, als ondernemer en de steeds toenemende rechten van hun medewerkers steekt hun de ogen uit. Voor de jaloezie van de samenleving omdat ze door dubbel zo hard te werken de helft meer verdienen hebben ze geen begrip. “Als wij het niet meer doen, wie zal het dan in onze plaats doen, wie zal die jobs creëren?” hoor ik steeds vaker.
Wij overdrijven? Onze leden vinden in elk geval van niet. Wel integendeel. Trop is te veel. De KMO-lasten moeten naar beneden. Punt. En niet door vestzak-broekzak-operaties zoals de vakbonden en sommige partrijen voorstellen. Het is vijf voor twaalf. Een jaar voor de verkiezingen slaat die koorts alweer toe bij de politieke partijen en hoor je de ene beloftenballon na de andere opgaan. Aan voorspelbare beloftes hebben we evenwel niets. Ondernemers hebben nood aan daden. De daden die zij zelf al tonen om hun bedrijven boven water te houden.
21 mei 2013
Het betere rekenwerkKarel Van Eetvelt | De kijk van Karel
“Een voorbeeld van slecht rekenwerk”, zo noemen de vakbonden onze berekeningen van het eenheidsstatuut. “Zo kan ik ook het weer voorspellen”, klonk het nog. Weinig respectvol, als zouden onze weermannen en –vrouwen er met de pet naar gooien. Maar kom, omdat we wel van het betere rekenwerk houden, zetten we toch nog even een paar cijfers netjes op een rij. Meer nog, we verdiepen ons – om ons helemaal uit te leven – even in de voorstellen van onze rode en groene vakbond. We becijferen de impact van de ACV- en ABVV- voorstellen op de omvang van de opzeggingsvergoedingen.
De gevolgen van het eenheidsstatuut zijn het zwaarst voor de arbeidsintensieve sectoren, bijvoorbeeld de bouwsector. We gaan in onze rekenoefening dus uit van een gemiddeld bouwbedrijf met vijf arbeiders. Eén arbeider komt recht van de schoolbanken en is drie maanden in dienst. De andere vier hebben meer ervaring en meer anciënniteit: respectievelijk . 2 jaar en 6 maanden, 7 jaar en 6 maanden, 12 jaar en 6 maanden en dan ten slotte 22 jaar en 6 maanden. Mocht de arbeider met drie maanden ervaring ontslag nemen of de werkgever wil hem ontslaan, dan moet je rekening houden met een opzegtermijn van 4 werkdagen. Voor de meer ervaren arbeiders gaat het over respectievelijk 14, 28, 28 en 56 kalenderdagen. Omgerekend naar opzegvergoedingen – in volgorde van anciënniteit – kost dat de werkgever in onze voorbeelden 473,28 euro, 1.677,87 euro, 3.355,74 euro, 3.562,05 euro en 7.124,10 euro.
Tot zover de huidige situatie en het eenvoudige rekenwerk. Echt blazen doen we als we deze cijfers vertalen naar de voorstellen van de vakbonden. Want de gevolgen zijn aanzienlijk. Het ACV gaat uit van 1 maand opzegtermijn per begonnen dienstjaar met een minimum van 3 maanden na de proeftijd. Het ABVV pleit voor een minimale opzegtermijn van 3 maanden per gestarte schijf van 5 jaar dienst.
De 4 werkdagen van onze arbeider met 3 maanden anciënniteit worden in één klap 3 maanden in het voorstel van beide vakbonden. De opzegvergoeding gaat van de huidige 473,28 euro naar 7.690,80 euro, een stijging van maar liefst 1.525 procent. Geen nood, als werkgever hoef je nog niet direct te panikeren. De vakbonden bouwden een achterpoortje in. Wie een proefperiode heeft bedongen, hangt vast aan ‘slechts’ een verdubbeling van de opzegvergoeding en 7 dagen opzegtermijn.
"Nog meer rechten en voordelen én een job voor iedereen én het werk van je dromen beloven, daarmee maak je de mensen iets wijs."
Nog leuker wordt het voor onze meer ervaren medewerkers. De arbeider met een anciënniteit van 2 jaar en 6 maanden krijgt van beide vakbonden een opzegtermijn van 3 maanden. En een bedrag van 7.790,12 euro. Ofwel een stijging van zijn vergoeding met 364 procent. Heel interessant, zeker als je bedenkt dat de gemiddelde anciënniteit van een arbeider bij een ontslag door de werkgever over alle sectoren heen 2,9 jaar bedraagt. Voor een anciënniteit van 7 jaar en 6 maanden wordt dat voor het ACV 8 maanden opzegtermijn en 20.773,65 euro opzegvergoeding (+ 519%). Voor het ABVV is dat 6 maanden en 15.580,24 euro (+ 364%). Voor 12 jaar en 6 maanden wordt dat voor het ACV 13 maanden en 35.832,51euro (+ 906%), voor het ABVV 9 maanden en 24.807,12 euro ( + 596%). En ten slotte voor een arbeider met 22 jaar en 6 maanden dienst wordt dat een ontslagvergoeding van 23 maanden en 63.395,97 euro (+890%), voor het ABVV 15 maanden en 41.345,20 euro of (+ 580%). Mocht de werkgever alle vijf arbeiders moeten ontslaan, dan moet hij voor het ACV 135.483,05 euro op tafel leggen, voor het ABVV 97.213,48 euro. Een pak meer dan de huidige 16.193,04 euro.
Mocht dat zo worden, kunnen we op onze beurt met grote zekerheid het weerbericht voorspellen. Het eenheidsstatuut zal massaal meer kosten regenen door de stortbuien van zeer hoge opzegvergoedingen. Ik wil daarom alvast waarschuwen voor het vakbondsopbod naar boven en hun “reken je rijk” strategie . Zeker de eerstkomende jaren wordt het hebben en behouden van een job belangrijker dan het nog verder verbeteren van de werknemersrechten . Er zijn weinig landen in de wereld met zo hoge brutolonen dan bij ons en met zo uitgebreide rechten en voordelen voor de werknemers. Laat ons dat toch niet vergeten. Nog meer rechten en voordelen én een job voor iedereen én het werk van je dromen beloven, daarmee maak je de mensen iets wijs. En vooral je ondergraaft de nu al vele voordelen en rechten voor de toekomst.
"Geen enkele KMO-werkgever ontslaat voor het plezier"
Voor veel bedrijven wordt dit echt te veel. Ze zijn de onophoudelijke aanvallen van de vakbonden op het bedrijfsleven grondig beu. Door voortdurend werkgevers in een slecht daglicht te stellen en tegelijk de kosten voor arbeid de hoogte in te jagen, creëer je geen jobs, je vernietigt ze. Veel van onze ondernemers vragen zich daarom terecht af of onze vakbonden het maximaliseren van de kansen op tewerkstelling centraal stellen, zoals ze beweren. In de discussie over het eenheidsstatuut staan we voor een duidelijke keuze: ofwel maken we aanwerven en jobs creëren gemakkelijker en interessanter ofwel zorgen we in geval van ontslag dat de betrokkene kan rekenen op een stevige, voor alle duidelijkheid een niet-activerende, vergoeding. De meest duurzame keuze ligt toch voor de hand. Geen enkele KMO-werkgever ontslaat medewerkers voor het plezier. Integendeel, meestal is het noodgedwongen.
Dat werknemers op korte termijn kiezen voor een zo hoog mogelijke ontslagvergoeding is menselijk. Het ontslagrecht van de toekomst hoort evenwel gericht te zijn op het behoud van zoveel mogelijk bestaande jobs en op ondersteuning om meer kans te maken op een eerste of volgende job. Door arbeid nog duurder te maken via de ontslagregeling creëer je vooral het eenheidsstatuut van meer werklozen én minder rechtsreeks ingeschreven werk nemers bij onze bedrijven.
13 mei 2013
Het ene middenveld is het andere nietKarel Van Eetvelt | De kijk van Karel
Zelden werd er zoveel gezegd en vooral geschreven in de media over hét middenveld en dé vrijwilligers dan de voorbije weken. “Er gaapt een levensgrote kloof tussen wat de leden van een middenveldorganisatie denken en willen en wat de top declameert”. “Natuurlijk is de top van gelijk welke middenveldorganisatie politiek gekleurd en maakt ze achterkamerafspraakjes met de bevriende partij”.
Als je al wat geschreven wordt moet geloven is het middenveld een soort wereldvreemde derde colonne in de marge van de democratie, mollen die politici als handpoppen manipuleren en naar hun pijpen laten dansen.
De tijden zijn veranderd
Voor wie elke dag op dat fameuze middenveld staat samen de vele vrijwilligers blijft het verwonderen hoe verkrampt sommige politici en media met het middenveld omgaan. Toegegeven, veel organisaties zijn ontstaan en gegroeid vanuit het verzuilde Vlaanderen én Wallonië conform de toenmalige tijdsgeest. Niks om beschaamd over te zijn.
Wel integendeel. Sociaal-economisch en cultureel legde het onze samenleving geen windeieren. Maar gisteren is vandaag niet. De tijden zijn veranderd. Burgers, werknemers, ondernemers en consumenten zijn beter opgeleid, kunnen zich breed informeren. Ze laten zich niet langer opsluiten in één ideologie, met dank aan de welvaart.
Partijpolitieke keuze
Wie als “kopstuk” van een zogenoemde middenveldorganisatie zichzelf nog wijs maakt onder meer de partijpolitieke keuze van de leden te kunnen beïnvloeden maakt zich niet alleen illusies, hij of zij zet ook de toekomst van de eigen middenveldorganisatie op het spel. De leden van al die organisaties verwachten terecht resultaat voor hun lidgeld en van hun inzet als vrijwilliger.
Verzuild denken en schrijven
Daarom blijft het dus verwonderen hoe ook sommige media en politici verzuild blijven denken en schrijven. Ik kan het weten. Nog niet zolang geleden werd UNIZO uitgeroepen tot stormram ten behoeve van de N-VA. Na het ontslag van federaal vicepremier Vanackere bleek onze organisatie dan weer de ruk naar rechts van de CD&V mee te hebben mogelijk gemaakt. Of hoe je, voor sommige media, in nog geen 3 weken tijd van de nieuwe zuil van de ene partij naar de oude zaal van de andere partij kan vervellen,… en binnen enkele weken ongetwijfeld weer terug.
Onvolwassen houding
Het zegt veel over de onvolwassen manier waarmee media en politiek met het middenveld omgaan. Mijn vroegere collega van onze Nederlandse zusterorganisatie MKB was eerder een minister van de liberale partij VVD, als MKB-voorzitter zelfs nog fractievoorzitter van diezelfde VVD in de Senaat. Zijn voorganger was een prominent christen democraat van het CDA. Niemand ligt daar in het Nederlandse “middenveld”, in de Nederlandse media of politiek van wakker. Dat is de juiste, volwassen houding. Elke rechtgeaarde middenveldorganisatie moet breed en pluriform zijn,… ook in Vlaanderen. Zowat elke middenveldorganisatie is dat pad al ingeslagen. Nu nog sommige media en politici.
13 maart 2013
De stem van het middenveldKarel Van Eetvelt | De kijk van Karel
Ondernemerschap is een ‘dankbaar’ onderwerp voor media. De regel wil dat slecht nieuws verkoopt en het gaat jammer genoeg niet goed met het ondernemersklimaat. Een greep uit de berichtgeving van de voorbije weken.
De loonhandicap stijgt tot 5,1% en verzwakt ons tegenover de buurlanden. Ruim 16.000 jobs gingen vorig jaar verloren bij Vlaamse KMO’s. Vier op tien zelfstandigen zagen hun inkomen dalen door de crisis. Multinationals zien in België een fiscaal paradijs, terwijl onze eigen ‘kleine’ ondernemers niet weten welke belasting eerst te betalen.
Dus willen ondernemers dat wij hun stem laten klinken. Om te blijven wijzen op de problemen waarmee ondernemers kampen. Op de nefaste effecten van de te hoge belastingdruk, op de nood aan meer arbeidsflexibiliteit, fiscale rechtszekerheid, een betere financiering, vlotter vergunningsbeleid. Maar ook wijzen op een eerlijkere en gelijkere belastingdruk tussen alle ondernemers.
Man en paard
Sommige politici noemen dit “enkel het leuke nieuws brengen naar de achterban” of “alleen rechtstreekse verantwoordelijkheid opnemen tegenover de eigen leden en het grote verhaal aan de regering overlaten”. Als dit het leuke nieuws is, dan vraag ik me af hoe het slechte nieuws eruit ziet.
En bovendien blijft het wat ons betreft niet bij louter wijzen op. Wij luisteren naar constructieve voorstellen van andere sociale partners en van diezelfde politici en werken graag mee aan duurzame oplossingen. Wij draaien er onze hand niet voor om ook voor ondernemers minder leuke maatregelen te motiveren naar onze achterban, die te kaderen in het grote geheel en onze verantwoordelijkheid op te nemen.
Misschien doelde die politicus op een enkele organisatie, maar dan moet hij man en paard noemen. Wij zijn er immers van overtuigd dat we enkel met structurele en door alle partners gedragen maatregelen de economie weer effectief kunnen doen heropleven.
Met luide stem
Eind vorig jaar nog ondertekenden bijna 30.000 ondernemers, zowel leden als niet-leden, onze online petitie ‘Ik kom op straat’. Net omdat ze vonden dat er meer respect moest zijn voor ondernemers. En dat een drastische lastenverlaging noodzakelijk is en dat een slankere overheid ten dienste moet staan van de ondernemers en niet omgekeerd. Of kortweg, ze kwamen virtueel op straat voor een ondernemingsvriendelijker klimaat.
Nu willen we de stem van die ondernemers, en die van alle anderen, nog luider laten klinken. Niet met klachten, maar met concrete bediscusieerde oplossingen. Samen met de ondernemers én in aanwezigheid van politici.
We doen dit in ons Ondernemersparlement van 3 maart aanstaande. In kleine groepen komen tijdens commissievergaderingen vier thema’s aan bod: belastingen, loonlasten en arbeidsflexibiliteit, het sociaal statuut van ondernemers en vergunningen. De commissieleden leggen nadien de besluiten in een plenaire zitting voor aan de Vlaamse partijvoorzitters.
De stem van het middenveld
Samen verantwoordelijkheid nemen dus, samen debatteren over een betere toekomst voor ondernemers, maar ook voor alle mensen die in hier leven en werken. Samen een stukje van het grote verhaal brengen. Zonder taboes, zonder bij voorbaat voorstellen in de kiem te smoren, zonder zaken op te blazen of op te schorten. Dat is de rol van een middenveldorganisatie. En die rol nemen we zeer graag op.
(verschenen op www.deredactie.be)
13 februari 2013
Niet zoveel mogelijk maar performant en klantvriendelijk overheidspersoneel.Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel
De afgelopen tien jaar kreeg ons land er 14,7% meer ambtenaren bij. Vooral dan bij de gewesten, gemeenschappen en lokale besturen. België telt verhoudingsgewijs meer ambtenaren per inwoner dan gelijk welk andere Europese lidstaten. Behalve misschien Cyprus dan. Dat is louter een vaststelling, meer niet. Het is niet aan ons om te beslissen over het aantal personeelsleden bij de overheid. Die verantwoordelijkheid laten we aan de politici.
De overheid benadrukt immers genoeg – en terecht – hoe belangrijk het is voor werkgevers om te werken aan een performant personeelsbeleid. Eén waarbij aandacht is voor de competenties van werknemers, voor opleiding, voor kansen en motivatie. En dat altijd de noden van “de klant” indachtig. Met andere woorden, het is belangrijk de juiste persoon op de juiste plaats te zetten. En om kwaliteit boven kwantiteit te verkiezen. Dat de overheid dat toepast op haar eigen personeelsbeleid, vind ik niet meer dan evident. Als ze vindt dat er zaken moeten veranderen, dan zal daar reden toe zijn.
Vandaar juichen we het toe als politici de moed hebben om hervormingen voor te stellen. Want werken aan een performant overheidsbeleid vraagt soms veranderingen. Dat ze de voorstellen voorleggen aan de sociale partners, is mooi meegenomen, maar eigenlijk niet meer dan logisch. Wij hebben daar nu eenmaal een gefundeerde mening over en delen die graag.
Ook nu. Willen politici werken aan een slankere en doeltreffendere overheid, dan moet de overheid zichzelf beperken tot haar kerntaken. Dat doet ze best via een objectieve evaluatie over wat ze zelf kan en wat ze beter overlaat aan de privésector. Ook voor de overheidsvakbonden hebben we een tip. Twee zelfs. Geef overleg maximale kansen en vermijd stakingen. Daar help je niemand mee vooruit, zeker niet onze bedrijven, klanten en burgers. En wees waakzaam dat de vandaag verplicht te volgen weg naar boven, goede medewerkers niet ontmoedigt om te promoveren.
Een overheid en haar medewerkers in dienst van burgers en bedrijven, daar gaat het ons om.
13 januari 2013
| Vorige | | 1 | | | 2 | | | 3 | | | 4 | | | 5 | | | 6 | | | 7 | | | 8 | | | 9 | | | 10 | | | 11 | | | Volgende |
UNIZO Blog - Karel van Eetvelt
Chronologisch zoeken
- mei 2013 (2)
- maart 2013 (1)
- februari 2013 (1)
- januari 2013 (1)
- december 2012 (3)
- oktober 2012 (4)
- juni 2012 (2)
- mei 2012 (4)
- april 2012 (1)
- maart 2012 (3)
- februari 2012 (1)
- januari 2012 (3)
- december 2011 (3)
- november 2011 (2)
- oktober 2011 (4)
- juni 2011 (2)
- mei 2011 (5)
- april 2011 (1)
- maart 2011 (5)
- februari 2011 (3)
- januari 2011 (2)
- december 2010 (4)
- november 2010 (7)
- oktober 2010 (11)
- september 2010 (2)
- augustus 2010 (3)
- juli 2010 (3)
- juni 2010 (7)
- mei 2010 (7)
- april 2010 (3)
- maart 2010 (7)
- februari 2010 (6)
- januari 2010 (7)
- december 2009 (5)
- november 2009 (11)
- oktober 2009 (7)
- september 2009 (8)
- augustus 2009 (2)
- juli 2009 (3)
- juni 2009 (10)
- mei 2009 (8)
- april 2009 (6)
- maart 2009 (16)
- februari 2009 (8)
- januari 2009 (11)
- december 2008 (7)
- november 2008 (8)
- oktober 2008 (11)
- september 2008 (14)
- augustus 2008 (6)
- juli 2008 (8)
- juni 2008 (18)
- mei 2008 (10)
- april 2008 (9)
- maart 2008 (11)
- februari 2008 (12)
- januari 2008 (16)
- december 2007 (11)
- november 2007 (12)
- oktober 2007 (20)
- september 2007 (17)
- augustus 2007 (12)
- juli 2007 (9)
- juni 2007 (11)
- mei 2007 (14)
- april 2007 (16)
- maart 2007 (16)
- februari 2007 (17)
- januari 2007 (20)
- december 2006 (10)
