Vandaag gaf ik les aan enkele 17-18 jarigen van de Brusselse scholengemeenschap. In het kader van de Go! Economiedag. Gezonde interesse in de zaal. Ondernemers in spe, als ik hun enthousiasme voor waar mag nemen.
Wat wil je later worden? Kinderdromen als politieagent, brandweerman of prinses, op die leeftijd zijn ze al verdwenen en vervangen. Maar daarom niet minder mooi: meer dan een derde van de jong volwassenen in de zaal wil ondernemer worden.
Want ze willen geld verdienen. En hun eigen baas zijn. De idealen zijn er nog. En de ondernemingszin optimaal. Vele handen gingen de lucht in bij de vraag wie ooit zijn eigen zaak dacht te starten.
Ik was positief verrast, maar realistisch. Van die enthousiaste bende zal slechts een deel de sprong en het risico durven nemen.
Maar het is cruciaal voor dat deel die ondernemingszin levendig te houden. En hen erop te wijzen dat voor niets de zon opgaat. Ondernemen is werken, werken en nog meer werken. Maar met de passie om je eigen ding te zoeken en daar voor te gaan. Geen opdracht, maar een plezier te kunnen werken en te groeien. Van starter over groei-KMO tot welvarende onderneming.
Of ook niet. Vallen en opstaan. Niet altijd zonneschijn, maar met doorzettingsvermogen, met de wil om te werken en er iets van te maken.
Vandaag zag ik het nog eens. Bij de jeugd leeft het respect en de bewondering voor een ondernemer. Met stages, projecten, wedstrijden en het uitwisselen van ervaring, kunnen en moeten we hen hierin bijstaan. Het pad effenen en zorgen voor ondersteuning. En vooral zorgen dat onderwijs ondernemen stimuleert en niet beknot. Dat we niet in vakjes stoppen, maar die open trekken.
De Go! Economiedag was daar een mooi voorbeeld van. Deze jongelingen zijn onze starters en onze toekomst. Een goede raad voor hen, bezint eer ge begint, maar: Go!
26 oktober 2010 | 1 reactie(s)
Trefwoorden bij dit artikel: karelvaneetvelt, ondernemen
Overzicht commentaar
Starters stimuleren?
Ik ben zelf een jonge ondernemer (2jaar) en heb de start naar een eigen onderneming gezet in de volle crisis. Ik was sinds jongsaf al geboeid en geïnteresseerd om ooit mijn eigen bedrijf te leiden. Maar je moet als jongere al over een gezonde dosis zelfvertrouwen en ondernemingsgeest beschikken vooraleer je de stap waagt. In mijn naaste omgeving kreeg ik van niemand de stimulans, eerder raad om mijn plannen niet door te zetten, reden ook omdat ik een zeer goed betaalde job opgaf. Ik denk dat de Vlaamse overheid, indien men meer jongeren de stap wil laten maken naar het ondernemerschap, een taak heeft om vooral het onderwijssysteem bij te sturen. Ik denk daarbij over meer en intensievere bedrijfsstages en over een ondernemersbegeleider. (ouderen die hun raad willen doorgeven aan jongeren) Ondernemers zijn enthousiastelingen die met hun verhaal zeker jongeren kunnen warm maken voor de grote stap. Starterspremies zijn wel leuk maar schieten hun doel voorbij. Het zou beter zijn om zoals in andere landen het inkomen van jonge ondernemingen gedurende de 1ste 3 jaar deels vrij te stellen van belastingen. Iedere jonge ondernemer investeert bovendien al zijn beschikbare middelen in de eerste jaren aan de uitbouw van zijn onderneming. Bovendien heeft de overheid er alleen belang bij dat hun KMO's en grote bedrijven een goede gezonde basis hebben, des te sneller kan men denken aan de aanwerving van werknemers.
05/11/2010
Tom
