Automatische index: wellens-nietes discussie moet stoppen.
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Het systeem van de automatische loonindexering wordt met de regelmaat van de klok in vraag gesteld door de werkgevers en tot treures toe verdedigd door de vakbonden. Zelfs een onderzoek naar de effecten van het indexmechanisme doet de bonden al steigeren. Ook al was daar aanvankelijk tijdens het interprofessioneel overleg een akkoord over. 

Het probleem zit voor mij in het automatisme van die indexering, niet in een loonaanpassing in functie van de gestegen levensduurte. In de ons omringende landen gebeuren die aanpassingen ook,  maar  pas nadat werkgevers en vakbonden samen aan tafel hebben gezeten, op basis van concrete cijfers. Eerst een evaluatie van de oorzaken, daarna pas een doordachte doorvoering.

 
Maar wie automatisch de lonen verhoogt, denkt enkel op korte termijn. Niet aan de onmiddellijke, gemiddelde impact op de koopkracht.  Dergelijke automatische indexering komt neer op de even automatische uitholling van onze concurrentiekracht. Dat vergeten de bonden.  Sneller stijgende loonkosten dan betekent dalende concurrentiekracht. Duurdere arbeid betekent op termijn onvermijdelijk jobverlies. Allemaal geheel automatisch. Staan de vakbonden daar ook bij stil?

De automatische indexering houdt bovendien een vicieuze cirkel in stand. Wie lonen automatisch doet stijgen, doet ook de loonkost oplopen, wat dan weer doorgerekend wordt in de prijzen wat de lonen opnieuw sneller doet stijgen en jobs ondermijnt. Zo is de cirkel rond, en dreigt de economie vierkant te draaien.

De vakbonden klagen verder over te hoge voedselprijzen ook als de grondstofprijs daalt.  De grondstofprijzen wordt internationaal bepaald in een sterk grillige markt met veel ups en downs. Om van de energieprijzen maar te zwijgen. We hebben daar weinig greep op. Bovendien gebeurt een prijszetting ook op basis van loonkosten en die zijn - omwille van de index -  ondertussen wel aangepast. Een prijsdaling kan dus niet automatisch. Ik raad de vakbonden trouwens aan om ook eens de rendabiliteit van de kleinhandel en de toeleveranciers te bekijken. Je kunt hen allerminst verwijten geldwolven te zijn. Nooit was de prijzenconcurrentie er zo scherp.

Een ding moet duidelijk zijn: ik wil met mijn pleidooi voor een studie van de automatische index de koopkracht niet onderuit halen. Daar heeft niemand wat aan. Ook de ondernemers niet want ook zij  leven in grote mate van de binnenlandse koopkracht.  Wel moeten we er vooral voor zorgen dat de inlatie niet sneller oploopt dan in onze buurlanden. Daarover zijn we het met de vakbonden eens.

De vraag moet zijn: hoe kunnen we de lonen aanpassen aan de inflatie, vertrekkend van de oorzaken van de gestegen levensduurte en met een duidelijke lange termijnplanning voor ogen?  We moeten af van de welles- nietes discussie. Daarom is de door de Nationale Bank aangekondigde studie over de impact van de automatische indexering zo essentieel.  Die moet ons toelaten, gezamenlijk, vakbonden en werkgevers, de juiste conclusies te trekken voor de toekomst in het belang van echte koop – en concurrentiekracht. En laat ons vooral niet vergeten dat ons grootste probleem de enorme spanning is tussen wat een werknemer netto aan loon uitbetaald krijgt en wat dat een werkgever kost.

22 juni 2011

Trefwoorden bij dit artikel: karelvaneetvelt, loonindex, vakbond

 

Ondernemersvertrouwen laag: rendement op risico te klein
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Een jaar zonder politieke vooruitgang. Of is dat te kort door de bocht? Alleszins een jaar zonder regering en zonder staatshervorming. Ondernemers liggen er steeds vaker van wakker. 53% gaf in onze driemaandelijkse barometer aan dat ze hinder ondervinden van het uitblijven van een regering. Het consumentenvertrouwen is lager, evenals dat van onze belangrijkste handelspartners, investeringen worden vaak nog uitgesteld en ook sommige overheidsaanbestedingen lopen vertraging op,… Slechts 2 % geeft aan er geen effect van te ondervinden en steeds meer ondernemers weten niet meer wat hen te wachten staat.

Dat is geen goed teken. Onzekerheid is immers nefast voor ondernemers. Dat er in december, 6 maanden geleden, nog maar 30% wakker lag van verkiezingen is logisch. Ondernemers zijn de eersten om te begrijpen dat overhaaste beslissingen nergens toe leiden. Maar één jaar is wel zeer lang. Eender wel bedrijf zou in dergelijk tijdsspanne zonder bestuur al failliet zijn gegaan.

En toch is overhaasting nog steeds niet aan de orde voor de overgrote meerderheid van de ondernemers. Actie, doortastend overleg en constructieve voorstellen ja, maar niet zonder een grondige staatshervorming. 80% van onze ondernemers staat nog steeds achter een grotere regionale bevoegdheid. Ze willen wel spoed achter een nieuwe regering, maar niet ten koste van alles. De staatshervorming blijft een noodzakelijke voorwaarde.

Ik krijg van ondernemers ook vaker te horen dat België niet het meest gunstige ondernemersklimaat heeft. Dat ze twijfelen of ze met wat ze nu weten opnieuw hier en nu in België zouden herbeginnen. Een aantal ondernemers, meer dan een kwart, zouden in de huidige omstandigheden niet opnieuw beginnen. Te hoge loonskosten, te veel administratieve rompslomp en fiscale lasten.

En daar moet de verandering komen. Ondernemen moet weer aantrekkelijker, het ondernemersklimaat op peil. Een beter imago ook voor de ondernemer en meer respect vanuit de overheid. Dat én een nieuwe regering moet en kan ondernemen in België weer een stuk aangenamer maken.

15 juni 2011

Trefwoorden bij dit artikel: administratie, Risicokapitaal, karelvaneetvelt, ondernemen

 

Stel uw vraag
BelgacomElectrabelKBCADMBZenito