Relance of décadence?
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

De Belgische werkgevers leven op hoop. De federale regering heeft immers een relanceplan aangekondigd. Na de forse lastenverhogingen van de voorbije maanden niets te vroeg. Het vertrouwen bij de ondernemers is immers weg. Velen stellen investeringen uit en ook beschikbaar kapitaal wordt niet in bedrijven gepompt uit vrees voor nog extra belastingmaatregelen.

Het relanceplan moet dus een relance zijn in de echte betekenis van het woord: "een plan dat de economie doet heropleven,  de economische groei stimuleert". In zo'n plan is geen plaats voor compenserende maatregelen: het is niet omdat bedrijven een beetje zuurstof gegeven wordt, dat dat onmiddellijk gecompenseerd moet en kan worden met maatregelen voor werknemers en uitkeringen. En laten een aantal ministers nu net in dat bedje opnieuw ziek zijn. De minister van werk bijvoorbeeld denkt eraan om in een "relanceplan" enkele extra lasten en boetes voor werknemers op te nemen. Begrijpe wie begrijpen kan...
 
Een relanceplan zonder extra middelen is moeilijk, maar het is mogelijk. Want laat het duidelijk zijn, begrotingsorthodoxie blijft cruciaal. Het is absoluut niet het moment om aan alle meerderheidsfracties het signaal te geven dat ze voor enkele tientallen miljoenen of nog meer "cadeautjes" aan hun achterban kunnen uitdelen. De verleiding is er omdat de begrotingsdiscussie over de gemeenteraadsverkiezingen wordt getild. Dat is spijtig, want Europees hadden we net zo goed gescoord met onze vorige begrotingsoefeningen. Het gevolg van dat "uitstel" is ook dat je meerdere ministers nu hoort opperen: "laat ons maar wat uitgeven, we nemen dat wel op in het te financieren saldo binnen enkele maanden". Of om het anders te zeggen: "we geven nu geld uit dat er niet is, we verhogen dan nadien wel extra de belastingen". Wie een beetje gezond verstand heeft weet dat dit eerder in het rijtje "niet al te slimme en kortzichtige voorstellen" thuis hoort.

Veel mogelijkheden blijven er dus niet over voor de relance. We moeten vooral inzetten op geloofwaardige en grondige hervormingen. Geen gemorrel in de marge, maar duidelijkheid is het beste beleid. Het zorgt voor rust op de markten, in de economie en voor onze KMO’s.  De sleutelbegrippen daarvoor zijn: lange termijn en vertrouwen in de discipline van de regering om haar plan tot uitvoer te brengen. Vertrouwen moet KMO’s weerbaarder maken en geeft hen de mogelijkheid vooruit te denken.

Te beginnen met een engagement om géén nieuwe lasten op te leggen, voor onze KMO’s een eerste absolute voorwaarde. Verschillende beleidsmakers die te pas en te onpas, los van elkaar, allerlei ballonnetjes oplaten over hogere btw, hogere onroerende voorheffing, het invoeren van een algemene sociale bijdrage: dat is niet de manier. Wat België nodig heeft is één constructief relanceplan met twee cruciale, tot vervelens toe herhaalde, maar nog steeds niet gerealiseerde speerpunten: de concurrentiekracht van onze bedrijven opkrikken en de fiscale/rechstzekerheid garanderen.

De concurrentiekracht van onze bedrijven wordt echter vaak vereenzelvigd met de loonkosten. Deels terecht, want de kloof tussen bruto en netto loon is te groot : dat zeggen wij al jaren. En als er geld is om die kloof te dichten : graag. Maar dat kan in geen geval via een vestzak-broekzak operatie. Geen lagere lasten aan de ene kant, om ze elders voor onze bedrijven te verhogen. Wat wel kan is werken aan de noemerkant voor de bedrijven: het volume gepresteerde uren voor hetzelfde loon verhogen. Daardoor worden de kosten over meer volume afgeschreven en daalt de globale lastendruk waardoor onze concurrentiekracht stijgt. Decennia geleden heeft de toenmalige regering het omgekeerde door de werkgeversstrot geduwd, nu is het tijd om de arbeidsduurverlenging door te voeren. Voor andere zaken is er immers geen geld.

Onze bedrijven zien dat alvast zitten, dat blijkt uit een recente bevraging van UNIZO. Aan de regering om rond dit punt politieke moed te betonen.

21 juni 2012

 

Vele kleintjes maken groot
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

 


“Bescheidenheid is een gebrek dat ik niet heb.” Petrus Thys, een van mijn voorgangers bij UNIZO, begon zijn speeches vaak met deze woorden. Hij zei dat niet in eigen naam, maar in naam van de ondernemers die voor hem stonden. De tijden waren anders: ondernemers moesten nog overtuigd worden van hun eigen meerwaarde. Moesten zelf nog durven inzien hoe belangrijk zij zijn voor onze maatschappij.

Nu, 20 jaar later, is België met succes en met trots een ondernemersland. De cijfers liegen er niet om: de zelfstandige ondernemers hielden tijdens de crisis onze economie recht. Niet de grote bedrijven, maar de kleinere, met passie uit de grond gestampte bedrijven, met minder dan 50 personeelsleden, recht gehouden met vaak beperkte middelen, zorgen voor jobs en werkgelegenheid als het moeilijk gaat.

Ondernemers
 
De statistieken van het HIVA, het Hoger Instituut Voor Arbeid, dat al jaren jobcreatie en jobverlies tegen elkaar afweegt, schrijven de creatie van 2.059 nieuwe jobs in 2008 -2009 volledig op het conto van de kleine bedrijven. Chapeau. Het resultaat van lef en passie van gemiddeld één of twee mensen. De meerwaarde van ondernemers is dankzij zulke statistieken tastbaar geworden, becijferd en gerationaliseerd, maar daarom nog niet gekend bij de publieke opinie.
 
Vele mensen beseffen onvoldoende dat hun job er is dankzij die ondernemende man of vrouw die op en bepaald moment het heft in eigen handen genomen heeft en een zaak gestart is. We staan te weinig stil bij het feit dat we een fantastische sociale zekerheid en een zeer goed onderwijs hebben omdat die ondernemende mensen de economie doen draaien en daardoor belastinggeld genereren.

Dat ons verenigingsleven, zowel sportief als cultureel, er niet zou zijn zonder de financiële steun van diezelfde ondernemende mensen. Vlaanderen zou ook niet zo’n aangename leefomgeving zijn als er niet zoveel ondernemende handelaars en horeca-uitbaters zouden zijn die onze steden en gemeenten leefbaar maken, die mee voor een warm sociaal contact zorgen, die de grondleggers zijn van wat Vlaanderen zo typisch en zo aangenaam maakt.
 
Visie
 
En de politiek, die voert te vaak enkel in woorden een kmo-beleid. Als er moet gekozen worden tussen die eigen “zelfstandige” of de macht van het geld, dan trekt die eerste bijna altijd aan het kortste eind trekt, ook in Vlaanderen leert het recente Uplace-dossier ons.
 
Ik weet dat we door dit te zeggen riskeren het “Calimero”-predicaat opgeplakt te krijgen. Daarom toch even verduidelijken dat we een globale visie hebben op hoe een samenleving er moet of mag uitzien, uiteraard vertrekkende van die ondernemer. Zo’n visie vereist soms radicale keuzes. De radicale keuze b.v. voor een offensieve aanpak t.a.v. de vergroening van onze economie, de online mobiele veeleisende consument, de flexibele work-live balans-werknemer, de mondialiserende economie die eerder opportuniteiten dan hindernissen zijn.

Een visie waarin zeker ook plaats is voor de Vlaamse eigenheden. Voor die warme, gezellige, leefbare, sociale Vlaamse kernen die onze regio zo rijk is. Daarom is in die visie uiteraard ook plaats voor het typisch Vlaamse shopping-horeca-amusement in de kernen van onze steden en gemeenten. Die een noodzakelijke voorwaarde zijn om die kernen aangenaam, gezellig, leefbaar, veilig en sociaal te houden.
 
Keuzes
 
En ja, daarin zijn we dan radicaal en durven we keuzes maken. En dat is niet de keuze voor het platte alles toelatende kapitalisme en survival of the fittest. Wel een kapitalisme dat vertrekt van een duidelijke visie op de Vlaamse samenleving en daarvoor radicale keuzes maakt. Niet dat we bang zijn van wat concurrentie. Als wij, uiteraard met staatssteun de evenzeer met staatssteun ontwikkelde perifere shoppingcentra moeten beconcurreren dan zullen we dat strijdvaardig doen, in de overtuiging dat we die strijd zeker winnen. Alleen vinden we het zonde van de 2 keer geïnvesteerde gemeenschapsmiddelen, goed wetende dat dit overbelaste land zich dat niet kan permitteren.

Als er een reden is waarom wij radicaal blijven pleiten voor een beleid afgestemd op wat ondernemers drijft, is het omdat de passie, de moed van deze ondernemende mensen niet gebroken mag worden. Want zij leggen de basis voor onze welvaart.

11 juni 2012

Trefwoorden bij dit artikel: unizovisie

 

Stel uw vraag
BelgacomElectrabelKBCADMBZenito