Gwen Willems, een naam om te onthouden
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Pas maandag zwaaien de schoolpoorten weer open. Toch hebben al veel leerlingen geen vakantie meer. En dan heb ik het niet alleen over de slechte studenten die een tweede zit afwerken. Neen, ook primussen zijn nu al aan de slag.

Neem nu Gwen Willems. 17 jaar. Haalde vorig schooljaar scores tot 90%. Stond vandaag onder andere pastei van gerookte vis klaar te maken in de keuken van het prestigieuze Saint-Guidon, het huisrestaurant van RSC Anderlecht.

Gwen vervult er zijn leercontract. Na 4 succesvolle jaren Menswetenschappen ondertekende hij een leercontract van 3 jaar. Werkt 4 dagen per week in de keuken en de zaal van het restaurant, loopt 1 dag per week school om de theorie van het restauranthouderschap te leren.

Gwen zal naar verwachting zijn leercontract succesvol doorlopen. Volgens de manager van Saint-Guidon, transfereert hij tussentijds misschien naar en ander en nog beter restaurant. Maar na zijn studies zullen de toprestaurants hem met open armen ontvangen.

Dat is zo bij de meeste leercontracten. Maar liefst 92% van de afgestudeerden vindt meteen een job. Dat is een succesratio om u tegen te zeggen. Logisch ook, zou u een afgestudeerde zonder praktijkervaring aanwerven als je iemand kan nemen die al heeft bewezen in een ‘echt’ bedrijf te kunnen meedraaien?

En toch halen steeds meer jongeren hun neus op voor een leercontract. We moeten met zijn allen dringend inspanningen doen om ‘leren en werken’ terug cool te maken.  

Want onze jongeren moeten leren werken. In hun eigen belang.

Meer op www.unizo/lerenopdewerkvloer

29 augustus 2008

Trefwoorden bij dit artikel: karelvaneetvelt

 

Eerst leren gaan, dan pas leren lopen
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Hoe kan een overheid beter gaan werken? Minder spill-over, meer efficiëntie, de motivatie hoog houden, noem maar op.

Simpel: leren denken als een bedrijf in een concurrentiële omgeving. Beseffen dat je geen monopolie hebt, dat er anderen klaar staan om je business over te nemen als je verslapt.

Dat is de achterliggende gedachte van het initiatief dat de Vlaamse overheid vandaag installeerde: de Commissie voor Efficiënte en Effectieve Overheid. Doel is de Vlaamse overheid tegen 2020 bij de topregio's te loodsen inzake performantie, efficiëntie en effectiviteit.   

De denktank bestaat uit toppers: drie professors, vijf ‘captains of society’ en vijf ambtenaren-generaal uit de Vlaamse administratie. Ongetwijfeld kleppers.

Hoe goed haar initiatief ook is, de Vlaamse regering heeft hier mijn inziens wel een kans gemist. Géén enkele van de 'captains of sociaty' is een kmo-bedrijfsleider. Nochtans is het in een klein bedrijf dat het meest op de kosten moet gelet worden, waar efficiëntie echt het verschil kan uitmaken tussen goed boeren of moeilijk de eindjes aan elkaar knopen.

Elke multinational is toch gestart als een eenmansbedrijf en dan hopelijk doorgegroeid tot een kmo. Dat doorgroeien is grotendeels afhankelijk van het optimaliseren van de efficiëntie. En dat schuilt in kleine zaken. Kleine bedrijven kunnen daar groot in zijn. Hopelijk wil de Vlaamse regering niet lopen voor ze kan gaan.

28 augustus 2008

Trefwoorden bij dit artikel: karelvaneetvelt

 

De goede voornemens van het Voedselagentschap
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Vandaag maakte het Federaal Voedselagentschap de resultaten van het voorbije jaar bekend: meer controles, meer aangiftes door consumenten, vooral horeca en distributie kunnen nog beter.  Klopt uiteraard. Het belang van veilig (omgaan met) voedsel kan ook niet onderschat worden. Daarom is een streng en goedwerkend controleorgaan nodig. Al is het maar om hysterie resulterend in economische rampen zoals de dioxinecrisis te vermijden.   Al wil ik toch ook een klein beetje nuanceren. Enkele maanden geleden volgde ik een zeer gesmaakte lezing van Piet Van Themsche, huidig Boerenbond-, vroeger FAVV-baas, over ... voedsel. De lezing zat vol schitterende anekdotes en wetenswaardigheden.  Een ervan zal ik niet snel vergeten. Piet vertelde dat een groot deel van de zo geroemde gezonde voeding van de goede oude tijd enkele decennia geleden nu de hygiënecontroles niet meer zou doorstaan. Nochtans zijn de mensen die toen liters melk dronken er niet ongezonder van geworden. Of hoe de tijdsgeest bepalend kan zijn voor onze percepties. Maar goed, dat is nu geschiedenis. Het FAVV levert nuttig werk. Maar kan altijd beter. Daarom stemmen vooral de werkpunten die het Voedselagentschap zichzelf oplegt, me tevreden. Het FAVV zal meer werken aan betere relaties tussen controleurs en gecontroleerden. Er komt ook een voorlichtingscel waarbij FAVV-medewerkers ondernemers zullen begeleiden bij de toepassing van autocontrole.  Dat eenvoudiger en voor kmo’s financieel haalbaar controlesysteem vervangt de huidige ingewikkelde en dure procedures. Die verklaren mee het hoge aantal overtredingen in horeca en distributie, Ook de relatie van de controleurs met de ondernemers moet beter. Want in de praktijk zijn de provinciale eenheden  nog te zeer bezig met details bij de controle waarbij de uitbater in vertwijfeling achterblijft. Bijvoorbeeld: een supermarkt wordt gecontroleerd en de sticker 'Verboden te roken in de werkplaats' vermeldt niet het KB-nummer. De inspectie stelt dan voor drie dagen nadien terug te komen om te controleren. De uitbaters weten niet waaraan te beginnen om een volgende detailopmerking, met boetes als gevolg, te vermijden.  Zo verhoog je de voedselveiligheid niet. Met advies aan de ondernemer daarentegen wel. Dat het FAVV dat beseft, kan ik alleen maar toejuichen.

26 augustus 2008

Trefwoorden bij dit artikel: karelvaneetvelt

 

Goed nieuws uit Kortrijk
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Ik heb vandaag een zeer interessant bezoek gebracht aan het innovatiecentrum van West-Vlaanderen in Kortrijk. Het is zeer bemoedigend als je geconfronteerd wordt met een enthousiast team dat gelooft in de innovatiekracht van de Vlaamse ondernemers en er ook alles aan wil doen om onze mensen met raad en daad bij te staan.

Daar ligt inderdaad de toekomst: in het geloof in eigen kunnen en de permanente zoektocht naar het nieuwe, het uitzonderlijke, het overstijgen van de middelmaat.

Als ik de voorbije jaren even overschouw dan kan ik toch zeggen dat er al heel wat geinvesteerd is in innovatie-ondersteuning en -begeleiding van KMO's. Als het goed is mag het ook gezegd en onderstreept worden.

We moeten evenwel blijven streven naar het beste, ook en zeker inzake innovatiebeleid. We moeten nog meer vertrouwen hebben in onze ondernemers die bewust willen vernieuwen, hun minder lastig vallen met zware procedures voor subsidieaanvragen. Ook gemakkelijker mislukkingen in innovatie aanvaarden. Liever 5 doorbraken en 95 mislukkingen dan maar 1 doorbraak en slechts 2 mislukkingen.

Ik weet het, ook dot strookt niet met onze Vlaams-Belgische mentaliteit, maar die wat veranderen, ook dat is ook innoveren!

25 augustus 2008

Trefwoorden bij dit artikel: karelvaneetvelt

 

De Belgische middelmaat
Karel Van Eetvelt | De kijk van Karel

Ik denk dat velen intussen weten dat sport één van mijn grote liefdes is. Exponent daarvan waren mijn studies lichamelijke opvoeding tijdens mijn jeugd.

Zoals bij zovele sportminnende Belgen bloedt mijn hart tijdens deze Olympische Spelen bij het missen van weer eens een Olympische medaille. Niet dat onze atleten hun best niet doen tijdens de Spelen. Natuurlijk doen ze dat wel, maar o zo Belgisch, het leidt al te vaak tot “net niet”.

We worden misschien wel Olympisch kampioen in “net het podium gemist”. Hoewel ik uiteraard van harte hoop dat Tia of Nederlandse Belg Jos, of wie weet onze aflossingsploegen alsnog eremetaal kunnen grijpen.

Zoeken naar oorzaken hiervoor is belangrijk maar moet gebeuren weg van de emotie van het moment van de gemiste kansen. De versnippering van het (top)sportbeleid, het gebrek aan coördinatie, de jarenlange onderinvestering in sportinfrastructuur, de te beperkte structurele ondersteuning van onze topbegeleiders, het ontbreken van een goede, doorzichtige, uniforme structuur, enz… Het zijn allemaal oorzaken van de huidige malaise.

Zijn er dan geen inspanningen gebeurd de voorbije jaren? Zeker wel. Er zijn meer middelen vrijgemaakt voor topsport en sport voor allen, er is een PPS-structuur opgezet voor infrastructuurinvesteringen, er wordt gewerkt aan uniformisering van de structuren,… Er is gelukkig ook nog altijd heel veel goede wil bij heel veel sportminnende begeleiders. Doemdenken hoeft dus niet. De hand verder en met meer ijver en doorzettingsvermogen aan de ploeg slaan moet wel.

Ik trek ook graag de parallel tussen onze topsportprestaties en onze sociaal-economische prestaties. Ook daar is het immers middelmaat troef, vaak net niet, waardoor we afglijden naar de grijze sociaal-economische middenmoot of erger nog naar de staart van het peloton.

De oorzaken zijn vergelijkbaar met de hierboven geciteerde oorzaken: onderinvestering in onze economie en infrastructuur (wat me weer opvallend duidelijk werd toen ik deze zomer met de wagen van vakantie terugkwam: onze wegen zijn echt in erbarmelijke staat en doen meer en meer centraal-Europees aan), gebrek aan coördinatie en uniforme structuren (net daarom vragen wij homogene bevoegdheidspakketten), gebrek aan moed om dingen te veranderen, te weinig geloof in eigen kunnen ook.

Vooral dat laatste is frappant en overduidelijk aanwezig in onze Belgische middelmaatmentaliteit. De reactie op het “net niet” van onze sporters is er een van sympathie en medeleven: “zo erg is dat toch niet en ze hebben toch hun best gedaan”. Je krijgt zelfs de indruk dat er meer respect is voor het “net niet” dan voor het “zeker wel”. “De bescheidenheid siert ons meneer!”

Bescheidenheid is op zijn plaats als je mislukt en niet beter kan, maar ik maak mij er druk in vanuit de wetenschap dat het wel kan. Er is immers geen enkele reden om aan te nemen dat “de Belg” genetisch minder in staat is dan de Nederlander, de Deen, de Fransman,… om sportieve successen te behalen.

Laat ons de “sportlat” dus alsjeblief terug wat hoger leggen en opnieuw gaan voor de top.

Ook economisch moeten we dat doen. Waarom wentelen we ons in de keuze voor de ondergeschiktheid? “België is een doorvoerland meneer, we mogen al blij zijn als we veel vervoer over onze wegen en waterwegen van noord naar zuid en omgekeerd hebben en daarrond logistieke bedrijven mogen verwelkomen. We mogen al blij zijn als een paar multinationale ondernemingen ons het plezier willen doen hun vestiging op Belgisch grondgebied te plaatsen. Laat ons bescheiden zijn en deze geschenken in dank aanvaarden.”

Alsof wij niet in staat zouden zijn zelf creatief eigen economische wegen in te slaan, zelf wereldtoppers voort te brengen die voor een duurzame economische (en dientengevolge uiteraard ook sociale) meerwaarde kunnen zorgen.

Even erg als de frustratie rond het uitblijven van Belgische sportieve topprestaties frustreert mij het aanvaarden van de weg van de sociaal-economische middelmaat.

Voor alle duidelijkheid: dit is geen optie en mag ook geen optie zijn. Niet alleen vanuit Vlaamse of Belgische fierheid, maar vooral vanuit respect voor de toekomst van onze kinderen.

Dus ook hier geen doemdenken of achteruitkijken, maar vooruitblikken en de handen aan de ploeg slaan. Durven heilige huisjes inslaan en veranderen, durven ondernemen.

21 augustus 2008

Trefwoorden bij dit artikel: karelvaneetvelt

 

Vorige  |1|2|  Volgende
Stel uw vraag
BelgacomElectrabelKBCADMBZenito