Roerende inkomsten zwaarder belast onder Di Rupo I
De besparingsmaatregelen van de regering-Di Rupo hebben grote gevolgen voor de beleggers. De roerende voorheffing werd verhoogd en er kwam een extra belasting voor personen met een hoog roerend inkomen. De beurstaks werd zelfs al twee keer opgetrokken. Bovendien is de roerende voorheffing niet bevrijdend meer. Beleggers moeten hun roerende inkomsten voortaan melden op hun belastingaangifte.
Naarmate de regering-Di Rupo I eind vorig jaar vorm kreeg, werd het al duidelijk: de nieuwe ploeg zou de roerende inkomsten van de beleggers zwaarder belasten. Die vrees werd bewaarheid. De verhoging van de roerende voorheffing en de beurstaks, en de invoering van een extra belasting voor personen met een hoog roerend inkomen, waren de eerste maatregelen. Maar daar is het niet bij gebleven. Bij de begrotingscontrole in maart werd de beurstaks een tweede keer verhoogd.
Algemene verhoging roerende voorheffing
Sinds 1 januari 2012 is de roerende voorheffing op de meeste beleggingen opgetrokken van 15 naar 21%. Het gaat onder meer om interesten van kasbons, termijnrekeningen, obligaties, de meerwaarde van fondsen met meer dan 40% schuldvorderingen en dividenden van fondsen. Die verhoging geldt zowel voor bestaande als voor nieuwe effecten en contracten.
Er zijn slechts enkele uitzonderingen. De interesten van spaarboekjes blijven vrijgesteld tot een bedrag van 1830 euro per belastingplichtige (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2012). De interesten boven dat vrijgestelde bedrag worden, net zoals vroeger, onderworpen aan een roerende voorheffing van 15%. De tweede uitzondering zijn de interesten van de staatsbons die werden uitgegeven tussen 24 november en 2 december 2011. Op die interesten moet een roerende voorheffing van 15% worden afgedragen.
Beleggingen zonder roerende voorheffing
Ook na de maatregelen van de regering-Di Rupo zijn er beleggingen waarop geen roerende voorheffing is verschuldigd. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de interesten van Tak 23-fondsen (geen roerende voorheffing op de meerwaarde) en Tak 21-verzekeringen (geen roerende voorheffing indien het contract 8 jaar en 1 dag wordt aangehouden of als er een overlijdensdekking van 130% wordt afgesloten). Ook de meerwaarde van aandelen, aandelenfondsen en fondsen die minder dan 40% schuldvorderingen in hun portefeuille hebben, zijn fiscaal vrijgesteld.
De extra belasting van 4%
Belastingplichtigen met een hoog roerend inkomen moeten rekening houden met een bijkomende heffing boven op het gewone tarief van de roerende voorheffing. Hebt u een roerend inkomen van meer dan 20.020 euro (bedrag geldig voor het inkomstenjaar 2012), dan betaalt u vanaf 2012 een extra belasting van 4% op de interesten boven 20.020 euro. De grens van 20.020 euro geldt per belastingplichtige, waarbij de roerende inkomsten van minderjarige kinderen bij die van de ouder(s) worden geteld.
In principe tellen alle interesten en dividenden waarop roerende voorheffing is verschuldigd mee om de grens van 20.020 euro te bepalen. Het gaat dan bijvoorbeeld om interesten van kasbons, termijnrekeningen en obligaties; de meerwaarde bij de verkoop van bepaalde fondsen; de meerwaarde van een obligatie op de vervaldag; dividenden van aandelen die worden belast tegen 25% en interesten van spaarboekjes boven het vrijgestelde bedrag van 1830 euro. Die twee laatste roerende inkomsten tellen wel mee om de grens van 20.020 euro te bepalen, maar op de inkomsten zelf is de extra bijdrage van 4% niet verschuldigd.
Sommige roerende inkomsten tellen niet mee om de grens van 20.020 euro te bepalen. Dat is onder meer het geval voor interesten van een spaarboekje onder het vrijgestelde bedrag van 1830 euro; het opgevraagde kapitaal van een Tak 21-verzekering meer dan 8 jaar na de start van het contract; de meerwaarde bij de verkoop van Tak 23-beleggingsverzekeringen zonder gewaarborgd rendement en de niet-belastbare meerwaarde bij de verkoop van beleggingsfondsen.
Als de grens van 20.020 euro is overschreden, wordt de extra bij-drage van 4% in principe geheven op alle interesten en dividenden. Er zijn wel uitzonderingen. Op beleggingen die geen belastbaar roerend inkomen opleveren, hoeft de extra bijdrage niet te worden betaald. Dat is onder meer het geval voor de niet-belastbare meerwaarde van fondsen, het opgevraagde kapitaal van een Tak 21-beleggingsverzekering die meer dan 8 jaar heeft gelopen en de meerwaarde van een Tak 23-beleggingsverzekering zonder gewaarborgd rendement.
Ook deze roerende inkomsten zijn niet onderworpen aan de bijkomende heffing van 4%: het gedeelte van de interesten van een spaarboekje boven 1830 euro; de interesten van de staatsbons die werden uitgegeven tussen 24 november en 2 december 2011 en dividenden van aandelen waarop 25% roerende voorheffing is verschuldigd.
Hoe wordt de rijkentaks geheven?
De wetgever voerde een ingewikkeld systeem in om de extra bijdrage van 4% te innen. Beleggers hebben twee opties. Ofwel melden ze aan hun bank dat ze de 4% extra bijdrage niet aan de bron moet inhouden. De bank moet de roerende inkomsten dan melden bij een centraal aanspreekpunt bij de Fiscale Administratie. Als het totale bedrag van de roerende inkomsten meer dan 20.020 euro bedraagt, zal het aanspreekpunt dat melden aan de fiscus. De fiscus kan zelf ook vragen hoeveel roerende inkomsten een belastingplichtige heeft ontvangen. Vervolgens zal de fiscus zelf de extra bijdrage van 4% invorderen.
De belegger heeft ook de optie de bank geen toelating te geven om zijn roerende inkomsten te melden aan het centrale aanspreekpunt. In dat geval moet de bank de extra bijdrage van 4% onmiddellijk – vanaf de eerste euro – inhouden aan de bron, samen met de roerende voorheffing van 21%. Het voordeel is dat de belegger zijn anonimiteit in eerste instantie behoudt, maar hij zal wel via zijn aangifte voor de personenbelasting de belasting moeten terugvorderen die hij eventueel te veel heeft betaald. Bij een terugvordering zal hij zijn anonimiteit dus wel moeten prijsgeven.
In Z.O.Magazine nr 11 van 22 juni 2012 vindt u een uitgewerkt voor-beeld en een handige tabel om uw eigen situatie te becijferen.
Met dank aan Johan Steenackers (Money Talk)

