Eerste Hulp Bij Vermogensbeheer

Is er nog leven na het spaarboekje? Nu de spaarrente met het nulpunt flirt en de inflatie opnieuw aantrekt, klinkt de lokroep van andere beleggingsvormen luider dan ooit. Aan beloftevolle alternatieven is er alvast geen gebrek. Obligaties, aandelen, fondsen, beleggingsplannen… één telefoontje naar uw bankier volstaat om kennis maken met het volledige gamma. Met enkele eenvoudige basisregels leren we u hoe u daarmee een evenwichtige beleggingsmix kunt samenstellen.

Eerste regel
Laat ons beginnen met de eerste basisregel: neem nooit risico met het geld dat u op korte termijn denkt nodig te hebben. Dat is niet alleen het geld voor geplande uitgaven, maar ook uw financiële buffer voor tegenslagen. Vermogensbeheerders hanteren de eenvoudige vuistregel dat u als ‘veilige spaarreserve’ het equivalent moet voorzien van zes maanden nettoloon. Uiteraard dient u dat bedrag ook af te stemmen op uw familiale situatie en de financiële risico’s waar uw gezin is blootgesteld. Een spaarrekening is hiervoor de enige geschikte spaarformule, ook al krijgt u hierop bij de meeste banken nog slechts wettelijk minimumrendement van 0,11 %. Bij sommige (online) banken kunt u weliswaar tot 0,35 % spaarrente krijgen maar ook dat blijft onvoldoende om de inflatie te compenseren. In ruil voor die (te) lage rentevergoeding krijgt u wel absolute zekerheid. Bij faillissement van de bank zijn de spaartegoeden tot 100.000 euro per persoon gewaarborgd door de overheid. Spreid uw tegoeden eventueel over verschillende banken om een volledige waarborg te bekomen voor uw spaartegoeden.

Tip. Surf voor een volledig overzicht van het rendement op alle Belgische spaarrekeningen naar www.spaargids.be.

Regel van 100
Met een mix van aandelen, obligaties en fondsen kunt u het rendement op uw ‘vrije’ spaargeld omhoog krikken. Dat is het geld dat niet op korte termijn beschikbaar moet blijven. Aandelen en aandelenfondsen hebben op lange termijn het grootste rendementspotentieel maar kunnen ook erg volatiel zijn. Beleg daarom liever niet al uw spaargeld in aandelen(fondsen) maar kies voor een combinatie met obligaties of andere beleggingen met kapitaalgarantie. Om de optimale spreiding te bepalen, kan  de regel van 100 een leidraad zijn. Die schrijft voor om het percentage aandelen in uw portefeuille te beperken tot 100 minus uw leeftijd. Op 45-jarige leeftijd komt dat overeen met 55 % van uw portefeuille. Bent u de 70 gepasseerd dan is het aangewezen om de aandelencomponent af te bouwen tot 30 procent. Als u het zichzelf graag gemakkelijk maakt dan kunt u eventueel kiezen voor gemengde fondsen, waarin zowel aandelen als obligaties vertegenwoordigd zijn. Die zijn beschikbaar in verschillende risicovarianten, d.w.z.: met meer of minder aandelen.

I. AANDELEN

Als aandelenbelegger trekt u de kaart van het bedrijfsleven. Dat betekent: kiezen voor economische groei en winstmaximalisatie. Als ondernemer weet u echter als geen ander dat daar ook risico’s bij horen. Om het winstpotentieel te maximaliseren en de risico’s te beperken, dient u twee basisregels in acht te nemen:

  1. Denk op lange termijn.  Op lange termijn kennen de beurzen slechts één richting: omhoog. Maar die stijgende lijn kan onderweg soms scherpe ups en downs vertonen. Tijdens berenmarkten kunnen er soms zelfs meer dan 10 jaar over gaan voor de koersen terug overtuigend het opwaartse pad kiezen. Beleg daarom enkel in aandelen met geld dat u de eerstkomende tien jaar niet nodig heeft. Als pensioenspaarder doet u er goed aan om met periodieke, vaste bedragen in aandelen te beleggen, bijvoorbeeld ieder half jaar voor 500 euro. Zo profiteert ze van iedere tussentijdse koersdip waar de beurs doorheen gaat.
  2. Leg niet alle eieren in één mand. Soms stellen individuele aandelen flink teleurstellen. Door uw portefeuille te spreiden over vele aandelen vermijdt u dat één tegenvaller uw hele portefeuille onderuit haalt

II. OBLIGATIES
Een obligatie is een lening aan een bedrijf. In principe loopt u daarmee weinig risico, want de couponbetalingen staan vast en op de vervaldag krijgt u uw geld terug. Anno 2017 is een waarschuwing echter toch op zijn plaats. Als de rente terug begint te stijgen, zal dat immers automatisch gepaard gaan met dalende obligatiekoersen omdat eerder uitgegeven obligaties (met een lagere rente) hierdoor minder aantrekkelijk worden. Koopt u individuele obligaties die u in portefeuille wenst te houden tot hun vervaldag dan hoeft u van dat koersmechanisme niet wakker te liggen. Obligatiefondsbeleggers kunnen zich echter best voorbereiden op een matig koersverloop de komende jaren.

III. VASTGOED
Opbrengsteigendommen, tweede verblijven, KMO-units in bedrijvenparken….  zowat alle types van beleggingsvastgoed gaan al enkele jaren als zoete broodjes over de toonbank. De voordelen worden alom geroemd: door de lage rente zijn woonkredieten erg goedkoop, waardoor de investering gedeeltelijk gefinancierd kan worden door de bank. Via de fiscale aftrek van het woonkrediet kunt u bovendien van een aardig fiscaal voordeel genieten. En als de lening eenmaal is afbetaald, levert de verhuur van het eigendom u een mooi aanvullend inkomen op voor uw oude dag.
 

...

Meer weten over hoe u uw vermogen beheert of door wie u dat best laat doen? U leest het deze maand in ZO Magazine!