Opinie Karel Van Eetvelt: "We moeten evolueren naar een pensioenstelsel dat gelijk is voor iedereen"

In een opiniestuk op Demorgen.be (28 april 2017) maakt UNIZO-gedelegeerd bestuurder Karel Van Eetvelt zich behoorlijk boos over de achterstelling van zelfstandigen op vlak van sociale zekerheid. U kan ook hier zijn vrije tribine lezen.

“’Dat kán niet!’ Je moet – hoop ik – zelf niet eens een ondernemer zijn om vol ongeloof te reageren op het verhaal dat gisteren, onder meer in deze krant, verscheen. Een vrouw van bijna zestig, die over de afgelopen veertig jaar welgeteld zes jaar had gewerkt en voor het overige werkloos was geweest, bleek uitzicht te hebben op een veel hoger pensioen dan haar leeftijdsgenote die veertig jaar als zelfstandige had gewerkt. Niet te geloven, maar helaas, het is waar. Een pervers neveneffect van de zogenaamde ‘gelijkgestelde periodes’, waarbij momenten van werkloosheid, arbeidsongeschiktheid, brugpensioen en zo meer gewoon worden meegeteld als volwaardige ‘werkjaren’ voor het berekenen van het werknemerspensioen. Of hoe ‘niet werken’ gelijk wordt gesteld met ‘werken’. De gelijkgestelde periodes zijn overigens geen marginaal fenomeen. Bij mannelijke werknemers bestaat 30% van de pensioenloopbaan uit niet-gewerkte jaren, die dus toch vol pensioen opleveren. Bij vrouwelijke werknemers gaat het om 37%. Ongelooflijke percentages die tot een groot onrechtvaardigheidsgevoel leiden, ook bij werknemers die wel altijd hebben gewerkt.

En het wordt nog erger: bij de berekening van het pensioen voor de ‘gelijkgestelde’ jaren wordt vertrokken van het laatst verdiende loon (als werknemer), ongeacht hoe hoog dat lag. Op die manier kan wie werkloos is, ongeacht hoe lang, een hoger pensioen opbouwen dan zelfstandigen en werknemers met een lager loon, die heel hun carrière hebben doorgewerkt. Of hoe ‘niet werken’ in dit land nog altijd meer wordt beloond dan ‘werken’, zelfs tussen werknemers onderling.
En dan hebben we het nog niet gehad over ambtenaren. Het gemiddeld pensioen van een zelfstandige bedroeg in 2016 bijvoorbeeld 857 EUR per maand. De gemiddelde werknemer kon rekenen op zo’n 1.200 EUR en een ambtenaar op een fabelachtige 2.600 EUR. De hoge bedragen bij de ambtenaren zijn te verklaren door enkele zeer royale berekeningsregels, zoals bijvoorbeeld de berekening van het pensioen op basis van een verkorte referentieloopbaan, de berekening op basis van de wedde van de laatste – goed verdienende – jaren, de berekening op gezinsniveau (ook voor alleenstaanden) en een koppeling van het pensioenbedrag aan de weddeverhogingen bij de actieve ambtenaren.

De overheid geeft hiermee het signaal geen appreciatie te hebben voor het harde werk van zelfstandigen tijdens hun lange loopbaan, laat staan voor hun (financiële) bijdrage aan de maatschappij en de sociale zekerheid. Dit is niet langer van deze tijd en schrikt aspirant ondernemers af om de stap naar het zelfstandigenstatuut te zetten. De regering heeft zich onlangs voorgenomen om hier iets aan te doen. Vanaf het tweede jaar werkloosheid en bij sommige brugpensioenen zal men het pensioen niet langer op het laatst verdiende loon berekenen, maar op het minimumloon (23.374,55 EUR). Dit is een logische hervorming, maar trekt niet alles recht. Een werkloze zal bijvoorbeeld nog altijd meer pensioen opbouwen dan een zelfstandige met een inkomen van minder dan 44.000 EUR. De zelfstandigen kunnen immers niet van al de bovenstaande voordelen genieten. Ze kennen geen of amper gelijkgestelde periodes (4% van de loopbaan, bijna altijd wegens arbeidsongeschiktheid) en zeker geen voordelige berekeningsregels. Integendeel. Hun pensioen wordt berekend op basis van 60% van het vroeger inkomen, maar het resultaat van die berekening wordt vervolgens nog eens verminderd door een ‘correctiecoëfficiënt’ van 0,66 toe te passen. Zelfstandigen krijgen voor hetzelfde inkomen dus 66% van het pensioen dat werknemers zouden krijgen. Als gevolg hiervan geraakt een meerderheid van zelfstandige gepensioneerden niet aan een deftig pensioenbedrag.

Men moet ons niet komen vertellen dat de benadeling van de zelfstandigen logisch is omdat ze minder bijdragen zouden betalen dan werknemers. Zelfstandigen betalen 20,5% sociale bijdragen. Ze dragen daarnaast nog sterk hun steentje bij aan de sociale zekerheid. Door hun sober sociaal statuut, zonder werkloosheidsuitkeringen, met een sociale zekerheidsstelsel dat jaar na jaar een overschot boekt. Door zichzelf én hun werknemers van een job en een inkomen te voorzien. En door 25% werkgeversbijdrage te betalen op het loon van hun werknemers.
De achterstelling van zelfstandigen op het vlak van de hele sociale zekerheid moet dringend aangepakt worden. Hoe kan je mensen serieus motiveren om de sprong naar het ondernemerschap te wagen, als ze later tot de vaststelling moeten komen dat ze er op hun oude dag alleen voor staan? We moeten hier komaf mee maken en evolueren naar een pensioenstelsel dat gelijk is voor iedereen, of je nu gewerkt hebt als werknemer, zelfstandige of ambtenaar. Voor de zelfstandigen hoeft dit overigens geen gelijkschakeling te zijn op het meest royale niveau. Integendeel. We moeten naar een systeem dat werken méér beloont dan niet werken.