Opinie Karel Van Eetvelt "Wie de sociale zekerheid mee wil beheren, moet ook zijn verantwoordelijkheid durven nemen"

Karel Van EetveltUNIZO-gedelegeerd bestuurder Karel Van Eetvelt vindt de kritiek van de vakbonden en ziekenfondsen op de hervormde financiering van de sociale zekerheid onterecht en onverantwoord. In dit opiniestuk verduidelijkt hij waarom.

Een dromedaris is een paard dat door een ministerraad is gestapt, wordt soms gezegd. Met de hervorming van de financiering van de sociale zekerheid is het anders. Het paard is er ongeschonden uitgekomen, maar vakbonden en ziekenfondsen willen hem maar al te graag voorstellen als een dromedaris. Al sinds juli 2015 pleiten de sociale partners voor een hervorming van de financiering van de sociale zekerheid. Nu de regering hun advies in een wet heeft gegoten en daar een vorm van responsabilisering aan toevoegt, reageren vakbonden en de ziekfondsen als door een wesp gestoken en spreken ze van “een bedreiging van ons model van sociale zekerheid”. Dat is niet terecht. De financiering van de sociale zekerheid wordt sterk vereenvoudigd en aangepast aan de huidige maatschappelijke context, waaronder de staatshervorming, de vergrijzing en – inderdaad – de moeilijke budgettaire situatie. Daarbij zal de evolutie van de uitgaven in de toekomst veel nauwer opgevolgd worden en de potentiële financiële impact van bepaalde maatregelen beter in het oog worden gehouden. Goed bestuur dus. Door dit af te wijzen, geven vakbonden en ziekenfondsen het signaal dat het hen niet interesseert hoe onze hoge sociale uitgaven evolueren en hoe ze verder gefinancierd geraken. Wie mee beheerder wil zijn van de sociale zekerheid moet ook zijn verantwoordelijkheid durven nemen.

Waar gaat het over? De inkomsten en uitgaven van de sociale zekerheid zitten niet in de gewone begroting. Ze vormen een apart geheel, met daarbinnen het globaal beheer van de sociale zekerheid van de werknemers, het globaal beheer van het sociaal statuut van de zelfstandigen en nog enkele andere stelsels. Het globaal beheer van de werknemers wordt gefinancierd met werkgevers- en werknemersbijdragen. Omdat de uitgaven echter veel groter zijn dan de inkomsten uit die bijdragen, wordt er vanuit de schatkist bijkomende alternatieve financiering toegekend. Het gaat dan om een deel van de inkomsten uit BTW, roerende voorheffing, accijnzen op tabak, enzomeer. Het tekort dat dan nog overschiet, wordt dichtgereden door middel van een evenwichtsdotatie. Vóór de zesde staatshervorming bedroeg die zo’n 6 mia EUR. Je zou dus kunnen zeggen dat de sociale zekerheid in een bubbel leeft. Hoe groot de uitgaven ook zijn, ze worden altijd wel gefinancierd. 

Heel deze financiering moest aangepast worden als gevolg van de zesde staatshervorming die bevoegdheden en dus ook uitgaven uit de sociale zekerheid overhevelde. Zonder aanpassing van bovenstaande stromen, zou de financiering hoger komen te liggen dan de uitgaven. Dat is natuurlijk niet gewenst. Daarnaast was het noodzakelijk om het hele systeem drastisch te vereenvoudigen. Als slechts een handjevol mensen in het land in detail weten hoe de financieringsstromen in elkaar zitten, ben je niet transparant bezig. In het globaal beheer van de werknemers gaat 70 mia EUR om. Het is dus noodzakelijk dat iedereen goed weet hoe dit werkt.

De sociale partners, vakbonden en werkgeversorganisaties, maakten dus samen een advies met een concreet voorstel om o.a. het effect van de staatshervorming te neutraliseren en de verschillende alternatieve financieringsbronnen tot 3 te herleiden. Dit advies heeft zeer belangrijke financiële en budgettaire implicaties. De regering voerde dit quasi volledig uit. Toch halen vakbonden en ziekenfondsen het zware geschut boven om dit af te schieten. De regering heeft namelijk twee zaken toegevoegd die hen niet zinnen. De evolutie van de uitgaven zal in de toekomst nauwer opgevolgd worden door een commissie van ambtenaren die aan de alarmbel moet trekken zodra een ontsporing van de uitgaven dreigt. Stel je voor! Ook zal de evenwichtsdotatie pas toegekend worden nadat enkele responsabiliseringsfactoren in aanmerking zijn genomen. Alleen al het woord responsabilisering - verantwoordelijkheid nemen - werkt hier blijkbaar als een rode lap op een stier. Eigenlijk beschrijft het wetsontwerp de praktijk van de opmaak van de begroting, zoals die al lang (vóór deze regering) bestaat. De evenwichtsdotatie is namelijk een sluitpost in de financiering van de sociale zekerheid. Ze dekt het tekort dat er nog zou zijn, nadat de inkomsten uit de werkgevers- en werknemersbijdragen en de alternatieve financiering (BTW, enz.) zijn uitgeput. Dus moet eerst vastgesteld worden hoe groot het tekort nog is. Geen enkele regering stelt dit zomaar vast als een notaris. Bij elke begrotingsopmaak en begrotingscontrole wordt de volledige begroting bekeken en wordt nagegaan welke maatregelen nodig zijn om zowel de algemene begroting als die van de sociale zekerheid op koers te houden. Daarbij wordt alles op een weegschaal gelegd: maatregelen genomen om de sociale fraude te bestrijden, maatregelen die reeds door de regering beslist zijn, de akkoorden tussen sociale partners, evoluties in aantallen personen die een werkloosheidsuitkering of arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangen, enzomeer. Vervolgens wordt bekeken waar kan en moet worden worden bijgestuurd om ten slotte vast te stellen hoe groot het uiteindelijke tekort in de sociale zekerheid nog bedraagt. Dit tekort wordt vervolgens gedekt door de evenwichtsdotatie. Daarbij wordt het evenwicht in de sociale zekerheid steeds gegarandeerd. Met de beste wil van de wereld zie ik het grote gevaar voor de sociale zekerheid niet. Tenzij er geen transparantie mag zijn over de evolutie van sommige uitgaven en we niet snel verwittigd mogen worden over ontsporingen?

Volgens de vakbonden en ziekenfondsen zou dit mechanisme er voor zorgen dat bij elke begrotingsbespreking eerst een debat over “asociale besparingsmaatregelen” wordt aangevat. Dit is dus niet het geval. Elke uitgave binnen de sociale zekerheid zal wel worden overlopen en de regering kan eventueel bijsturen, zoals ze dat ook op andere domeinen buiten de sociale zekerheid kan. Het is voor sommigen blijkbaar moeilijk om dit te aanvaarden, maar dit is gewoon een gezond democratisch principe. Niet elke maatregel om de sociale uitgaven te beperken is trouwens asociaal. De regering kan ook proberen om meer mensen aan de slag te krijgen of om de sociale fraude te bestrijden. 

Nog volgens vakbonden en ziekenfondsen verzwakt het wetsontwerp het sociaal overleg doordat de regering sociale akkoorden zal kunnen bijsturen of naast zich neerleggen volgens hun budgettaire impact op de sociale zekerheid. Dit is eerder een intentieproces dan een realiteit. Een akkoord tussen de sociale partners is vooralsnog niet onmiddellijk wet. Doordat deze akkoorden goed in elkaar zitten en een breed draagvlak creëren, hebben de regering en het parlement er zelf voordeeel bij ze om te zetten in een wet of uitvoeringsbesluit. Het is echter altijd een politieke beslissing om dit te doen. Soms volgt die beslissing helaas niet. Dit gebeurde bijvoorbeeld vaak bij de regering Di Rupo, die onterecht tientallen unanieme adviezen van de sociale partners naast zich neer heeft gelegd. Dit wetsontwerp bepaalt wel dat sociale akkoorden zoveel als mogelijk budgettair neutraal moeten zijn. Zonder meer een gezond uitgangspunt. Als medebeheerders van de sociale zekerheid zouden we de eerste moeten zijn om er naar te streven ons sociaal stelsel financieel gezond te houden. De tijd dat de sociale uitgaven konden worden verhoogd zonder verantwoording af te leggen aan de volgende generaties, is voorbij.

Als iets goed is, moet je het ook zeggen. De sociale partners hebben gevraagd om de financiering van de sociale zekerheid te hervormen. De regering heeft dit uitgevoerd. Het is jammer dat deze belangrijke realisatie van het sociaal overleg wordt overschaduwd door harde kritiek die niet gebaseerd is op het wetsontwerp zelf, maar eerder een intentieproces is ten aanzien van de regering en haar algemeen beleid.

Karel Van Eetvelt
UNIZO-gedelegeerd bestuurder

Reageer...