“We moeten af van onze schrik voor digitalisering”

“De digitale revolutie is in volle gang”, aldus vicepremier en minister van Digitale Agenda  en Telecommunicatie Alexander De Croo. “En we kunnen kiezen hoe we daarmee omgaan. Ofwel is het iets wat ons overkomt, wat we ondergaan en waar we de nadelen van ondervinden, ofwel kunnen we die revolutie mee vormgeven. Offensief in plaats van defensief te werk gaan. En dat is de mentaliteitswijziging die er deels al is en die we ook nog verder in de hand moeten werken.” Om KMO’s bij die digitalisering te helpen, realiseerde minister De Croo al de tax shelter voor start-ups, de e-privacyrichtlijn, de EIDAS-richtlijn en wil hij binnenkort ook de identiteitskaart in de smartphone integreren. “De overheid doet al heel wat om ondernemingen digitaal te ondersteunen, maar er is nog een lange weg te gaan.”

“We moeten af van onze schrik voor dat digitale en ondernemen in de online wereld aantrekkelijk maken. Een eerste belangrijke stap daarin is de aftrek voor investeringen in digitale activa zoals elektronische betaalsystemen en cyberveiligheidsoftware. Ook de Europese EIDAS-richtlijn die bepaalt dat een digitaal document exact dezelfde waarde heeft als de papieren versie, is een stap in de juiste richting. Voorheen verplichtte de overheid zowel particulieren als ondernemers een hele waaier aan paperassen bij te houden: facturen, verzekeringspolissen enzovoort. Met heel wat administratieve last tot gevolg. De tax shelter voor start ups waardoor investeerders een aftrek van 30% of 45% genieten voor investeringen in respectievelijk KMO's en micro-ondernemingen, is een derde voorbeeld. Business Angels zeggen dat de volumes sinds de invoering vorig jaar al met 20 tot 30% gestegen zijn en nu de tax shelter ook voor crowdfunding geldt, kan dat alleen nog maar stijgen. Die aftrek wordt binnenkort nog uitgebreid naar startersfondsen. Ook de verlaagde vennootschapsbelasting voor KMO’s is daarom zo belangrijk. Het moet makkelijk worden voor KMO’s om op de digitale trein te springen, bij te dragen aan de digitale economie en te investeren in innovatie. En het is de taak van de overheid om hen daarin te ondersteunen.

De digitalisering brengt ook gevaren met zich mee. Ik denk maar aan privacy?
Als er iemand ‘data’ in de mond neemt, verliest iedereen zich in discussies over privacy. Die discussies moet je hebben, maar ik wil vooral discussies houden over wat je met die data kan doen. Hoe kan je je klanten beter begrijpen? En hoe kan je daar innovatie uit halen? Daarom willen we nog een stap verder gaan, en wel met vrij dataverkeer. Hoe groter je markt, hoe meer groeipotentieel. Dat spreekt voor zich. En dat is één van de redenen waarom zoveel start-ups uit de VS komen of naar de VS verhuizen: de Amerikanen hebben een markt van 300  miljoen inwoners. Wij zouden een markt kunnen hebben van 520 miljoen inwoners, maar het probleem is dat Europa op een aantal niveaus nog niet één markt is. Omdat onder andere de copyright-, de consumentenbeschermings- en de BTW-wetgeving in elke lidstaat verschillen en omdat er geen vrij verkeer van data is. Ik denk dat ongeveer elke KMO die in Europa actief is iemand half in loondienst heeft om de BTW-terugvorderingen te kunnen doen. Een eenvormig BTW-statuut, met één loket waar je vorderingen voor heel Europa kan doen, zou het voor veel KMO’s een stuk gemakkelijker maken om internationaal te ondernemen. Het komt erop aan al die oubollige wetten aan te pakken, zodat digitalisering een kans krijgt en onze KMO’s een serieuze speler worden op concurrentievlak.”

De digitalisering brengt ook disruptie met zich mee. Hoe moeten KMO's daarmee omgaan?
“De disruptie komt er. Of je dat nu wil op niet. En dan denk ik dat je best zelf voor die disruptie zorgt, eerder dan ze te ondergaan. Bpost heeft voor zichzelf de reflectie gemaakt dat er wellicht eens een 'Uber voor de pakjes' zal ontstaan. Een service waarbij mensen kunnen vragen: mijn pakje moet van hier naar daar gebracht worden, wie neemt het mee? Het postbedrijf heeft daar handig op ingespeeld met 'Bringer', een deelplatform waarmee iedereen tegen vergoeding pakjes kan vervoeren en afleveren. Voor mij is de discussie dan ook niet of je Uber moet verbieden, maar waarom steden een numerus clausus hebben op het aantal taxi's in de stad. De wet in Brussel bepaalt dat er maar 1289 taxi's in de stad mogen. Als je kijkt naar het aantal taxi's per inwoners, dan ligt dat in Amsterdam 6 keer zo hoog. In Londen wel 10 keer. Er is een reden waarom je in Brussel geen taxi vindt als je er één zoekt. Ik probeer Pascal Smet ervan te overtuigen dat die wet nergens op slaat, maar simpel is dat niet. Nochtans zijn er weinig sectoren waar zoiets bestaat. Normaal is het aan de ondernemers zelf om te bepalen of er voldoende vraag is om er een aanbod tegenover te stellen, terwijl er nu een monopolie heerst. Dat betekent hoge prijzen en weinig innovatie. In San Francisco, waar Uber al lang bestaat, heeft de sector zich sinds Uber al meer dan verdrievoudigd. Dat kan hier ook. Meer mensen gaan de taxi gebruiken, waardoor onze KMO's er ook meer aan zullen verdienen. Zonder die extra inkomsten is het wellicht moeilijk voor de taxisector om te investeren in de innovatie die nodig is om aan de noden van de consument te blijven voldoen. Maar niets houdt hen tegen om vandaag naar de overheid te stappen en te zeggen dat ze die beperking weg willen. Wat nu eerder de teneur is, is dat taxichauffeur auto’s van Uber vandaliseren. Dat is wellicht niet de juiste aanpak.

Het volledige artikel leest u vanaf 16 maart in ZO Magazine!