![]() | De uitzendsector blijft gestaag groeien. In zoverre dat interimkantoren bijna niet meer weg te denken zijn op onze arbeidsmarkt. Bijna, want in KMO’s is werken met tijdelijke uitzendkrachten vaker uitzondering dan regel. Volgens de laatste peiling van de UNIZO-barometer werken drie kwart van de kleinere ondernemingen nooit met ‘de interim’ samen. Een gemiste kans volgens Jacques Hermans (Randstad), Laurence Verhaert (Vedior), Benny Devriendt (ADMB Interim) en Jan Van Depoele (VDAB). |
| (Foto Dann) |
Werken met tijdelijke arbeidskrachten, ook in uw KMO?
Vlaanderen beleeft een economische hoogconjunctuur, maar toch maken 75% van de KMO’s nooit gebruik van de diensten van interimkantoren. Want: niet nodig, duur en niet op maat van KMO’s.
Jacques Hermans (Randstad): “In sommige KMO’s is er koudwatervrees om met uitzendkantoren samen te werken. Liever zoekt men zelf iemand via via. Beter een verre achterneef of een vriend van, dan een ‘onbekend’ iemand, redeneert men. We proberen die achterdocht bij KMO’s weg te nemen. Zo organiseert Randstad ontbijtsessies om duidelijk te maken waar we voor staan. Op die manier leren beide partijen elkaar kennen. Tijdelijke uitzendkrachten zijn geen bedreiging, maar kunnen net een oplossing bieden voor een prangend probleem. Dat wordt nog onvoldoende beseft. Interimkantoren werken snel en efficiënt. Net wat een kleine onderneming nodig heeft, toch?”
Kleine ondernemingen die geen gebruik maken van tijdelijke ar-beidskrachten zijn dus slecht bezig?
Benny Devriendt (ADMB Interim): “Een KMO die nooit met uitzendkrachten werkt, mist iets. Vaak wordt het financiële aangehaald om niet met de interimsector te werken, maar dat is onzin. Per gepresteerd uur is de kostprijs zeer billijk. Juridisch gezien draagt de KMO geen directe verantwoordelijkheid. Het uitzendkantoor zorgt voor een totaalaanpak. We doen het vuile werk, we regelen bijvoorbeeld de veiligheidsvoorschriften, het papierwerk en zorgen voor de geschikte uitzendkracht per bedrijf. Dat bespaart een KMO heel wat uren uit! Zeker omdat veel familiebedrijven niet de luxe hebben om een personeelsdirecteur aan te stellen. Voor die knowhow zorgen wij. Als ADMB Interim zijn we ook iets anders dan de ander interimkantoren. Gemiddeld leveren wij slechts 2 uitzendkrachten per klant. Wij zijn dus een KMO onder de KMO’s. Wij richten ons op de kleinschalige aanpak, op maat van de zelfstandige. KMO’s hebben immers nood aan een specifieke aanpak. Hierdoor kan de onderneming kan zich richten op de ‘core business’: het werk op de arbeidsvloer. Stilaan stel ik wel een mentaliteitswijziging vast. Veel KMO’s worden stilaan ‘gedwongen’ om met tijdelijke uitzendkrachten te werken. In een regio als West-Vlaanderen zijn alle manieren goed om aan volk te geraken. De vraag naar arbeidskrachten is er zo groot dat de bestaande weerstanden snel verdwijnen. Uitzendwerk heeft de tijds-geest en de conjunctuur mee.”
Laurence Verhaert (Vedior): “Het is logisch dat KMO’s minder snel geneigd zijn om een extern iemand aan te werven. Vaak zijn het familiebedrijven met een beperkt aantal medewerkers. Voor een multinational is een aanwerving heel gewoon, in een familiebedrijf duurt zo’n beslissing soms weken. Vaak werkt een kleine onderneming met het bestaande personeel verder tot het écht niet anders kan. Pas dan wordt er een beroep gedaan op de diensten van de interimsector. Dag- of weekcontracten kunnen een goedkope en snelle oplossing bieden. Kleine ondernemingen kunnen een arbeidskracht ook aanwerven om een verwachte piek op te vangen. Zo werken we samen met een KMO die aperitiefhapjes maakt. Die onderneming werkt het ganse jaar door met drie werknemers, in de drukke decembermaand worden er tot dertig extra tijdelijke arbeidskrachten aangeworven. Dat werkt perfect. Nog teveel leeft het beeld dat interimkantoren enkel met grote bedrijven werken, maar het is net omgekeerd. Zeventig procent van de klanten van Vedior zijn KMO’s!”
Jan Van Depoele (VDAB): “Als VDAB beschouwen we onszelf als een regisseur op de arbeidsmarkt. Bedoeling moet zijn om samen met interimkantoren na te gaan hoe we bepaalde tekorten op de markt beter kunnen opvullen. En daarbij moeten alle spelers samenwerken, zowel de commerciële als niet-commerciële. Samen moeten we de juiste oplossing kunnen aanbieden voor elke onderneming, klein of groot. Wij willen er wel op toezien dat de rechten van de uitzendkrachten worden gerespecteerd.”
KMO’s merken dagelijks hoe ondankbaar het is om mecaniciens, lassers of kelners te zoeken. Kunnen interimkantoren wél nog die witte raven vinden?
Laurence Verhaert (Vedior): “Internationale rekrutering kan die krapte in zekere zin oplossen. Zo werken er al heel veel Polen in ons land. Bij Vedior hebben we twee mensen in dienst die specifiek Poolse werknemers rekruteren. Begin oktober was er in Brussel een Poolse jobdag. Daar kwamen 3.000 kandidaten op af. Voor knelpuntberoepen kan dat een oplossing zijn.”
Benny Devriendt (ADMB Interim): “Dat was trouwens een jobdag georganiseerd door ADMB, maar dit blijft een deeloplossing. In eigen land benutten we het potentieel nog onvoldoende. In Brussel kampen we nog steeds met een werkloosheidsgraad van rond de 20%. Ook in bepaalde –vooral Waalse- gebieden is de werkloosheid schrijnend. Invaliden, ouderen en allochtonen komen in het ganse land nog veel te weinig aan de bak. Bij een deel van de werkgevers bestaan er nog weerstanden. Dat is een proces dat tijd nodig heeft, maar waar we als sector ook tegen moeten optreden.”
Jan Van Depoele (VDAB): “In België zijn slechts 38% van de allochtonen aan het werk. In de EU is dit 54%. Dat duidt op een probleem. Er is nood aan een mentaliteitswijziging. Bij alle partijen. We moeten KMO’s overtuigen om die angst voor het onbekende, die er zeker bestaat, te overwinnen. Dat geldt niet enkel voor allochtonen of ouderen, maar ook voor gehandicapten. Hier redeneren de andere werknemers soms: een andersvalide is minder efficiënt, dus dat betekent extra werk voor ons. Dus moeten we druk zetten op onze baas.”
Jacques Hermans (Randstad): “Er zijn effectief problemen, maar we mogen niet overdrijven. Het is niet zo dat er in Vlaanderen of België sprake is van globale discriminatie. De interimsector doet enorm veel om de integratie te bevorderen en ook bij KMO’s merken we steeds meer bereidheid om met ‘nieuwe Belgen’, gehandicapten of vijftig-plussers te werken. De meest recente cijfers zijn redelijk bemoedigend. Zo is de werkloosheid bij allochtonen vorig jaar met 20% ge-daald. Bij vijftigplussers was er minder reden tot juichen. Ondanks de goede economische situatie daalde de werkloosheid hier slechts met 5%. Het is een complex probleem dat een genuanceerde aanpak verdient. Niemand heeft baat bij polarisatie en een zwart/wit-verhaal.”
Overal polarisatie gesproken. In België lijken Noord en Zuid steeds meer uit elkaar te groeien. Ook op vlak van arbeidsbeleid. In Zuid-West-Vlaanderen is er een bijvoorbeeld een tekort aan arbeidskrachten, terwijl je tien kilometer verder in Henegouwen met een werkloosheid tot 20 à 25% zit.
Benny Devriendt (ADMB Interim): “Dat verhaal is al lang achterhaald. Momenteel gaan er meer Walen in Vlaanderen werken dan omgekeerd het geval is! In West-Vlaanderen worden er tegenwoordig zeer veel mensen van over de taalgrens tewerkgesteld. Op die manier is de werkloosheid in Moeskroen de laatste 2 à 3 jaar enorm gedaald. Ook interregionaal moeten we de clichés doorprikken.”
Jan Van Depoele (VDAB): “Ik sluit me daar volledig bij aan. Zo willen VDAB en FOREM binnenkort alle vacatures uitwisselen en een actieve politiek ontwikkelen om Waalse werkzoekenden naar Vlaamse vacatures te leiden.”
Tot slot. Waarom zouden KMO’s die tot nu toe geen gebruik maakten van uitzendkantoren, dit na dit interview plotseling wel willen doen?
Jacques Hermans (Randstad): “Onze flexibiliteit blijft onze sterkste troef. Als onderneming een snelle vervanger nodig voor een zieke werkgever? Bel je interimkantoor. De snelle aanpak is op maat van de KMO.”
Laurence Verhaert (Vedior): “Samenwerking met de interim gaat volgens het ‘no cure, no pain’-principe. Stel, je zoekt als onderneming een werknemer en je doet daarvoor een beroep op de diensten van een uitzendkantoor. Als het niks wordt, krijg je toch gratis informatie ter beschikking. En niet onbelangrijk: bij ons betaal je pas na aan-werving van een tijdelijke arbeidskracht.”
Benny Devriendt, ADMB Interim: “Trouwens, via uitzendarbeid kan de werkgever van zijn vaste kosten variabele kosten maken. Interim-werk valt altijd goedkoper uit dan overuren te laten presteren. En je moet niet enkel de directe kosten bekijken, maar ook de baten afwegen. Wie op ons een beroep doet, spaart dure selectiekosten uit en hoeft geen (kranten)advertenties te betalen. Wij doen het ‘vuile werk’ en zorgen voor de juiste persoon op de juiste plaats.”
Mattias Apers
Drie op vier KMO’s werken niet met uitzendkantoren
UNIZO vroeg aan 700 Vlaamse ondernemers in welke mate ze gebruik maken van uitzendkrachten en wat ze daarvan vinden
Maakt u gebruik van uitzendkantoren?
Ja 26 %
Nee 74 %
Maakt u meer of minder gebruik van uitzendkantoren in vergelijking met twee jaar geleden?
Veel minder 4%
Minder 14%
Even veel 37%
Meer 41%
Veel meer 4%
Rekent u op uitzendkantoren als wervingsmiddel om specifieke me-dewerkers te vinden?
Ja 54%
Nee 46%
Bent u tevreden over prijs-kwaliteit die uitzendkantoren bieden?
Ja 63%
Nee 37%
Uit Z.O.magazine nr.17 van 19/10/2007


