Minister Sabine Laruelle van Middenstand, KMO’s, Zelfstandigen en Landbouw lanceert een nationale enquête die polst naar de mening van meer dan 700.000 zelfstandigen met betrekking tot de toekomst van hun sociale bijdragen. Bedoeling is om een eenvoudiger en transparanter systeem te ontwikkelen dat beter beantwoordt aan de economische realiteit van zelfstandigen. Deze enquête bestaat uit een online vragenlijst en loopt tot 7 juli.
U kan de enquête invullen op www.enquetezelfstandigen.be
Op dit moment betalen alle zelfstandigen hun bijdragen op het netto bedrijfsinkomen van drie jaar terug, omdat dit het enige definitieve en gekende inkomen is.
UNIZO-VOORSTEL
De basis blijft het inkomen van drie jaar terug maar we bieden de mogelijkheid aan alle zelfstandigen die dat wensen te betalen in functie van hun inkomen van het jaar zelf. Dit is dan een soort provisie die aangelegd wordt voor de betaling van de definitieve berekening van drie jaar later. Op die manier kan men vermijden dat in een jaar met lage inkomsten op een hoog inkomen (van drie jaar geleden) moet betaald worden.
Dit voorstel komt dus neer op een vrijwillig systeem voor de zelfstandigen. Voor de zelfstandigen die het moeilijk vinden om hun inkomen in te schatten blijft het huidige systeem gewoon voortbestaan.
VOORSTEL MINISTER LARUELLE
De zelfstandigen moeten sociale bijdragen betalen op het inkomen van het jaar zelf. Dit voorstel houdt dus een verplichting in voor alle zelfstandigen om hun inkomen in het jaar zelf in te schatten.
UNIZO-ANALYSE
UNIZO heeft bedenkingen bij dit voorstel omdat dit uiteindelijk een zeer zware hervorming betekent en het resultaat voor de zelfstandigen uiteindelijk niet beter zal zijn dan vandaag. Bovendien blijven er heel wat belangrijke vragen en problemen onbeantwoord:
- Het voorstel biedt slechts een schijnoplossing voor het nauw laten aansluiten van de bijdragen bij de economische realiteit. De ondernemer die onvoldoende voorafbetaalt zal na 3 jaar een negatieve regularisatie krijgen bovenop zijn nieuwe voorafbetaling die hij dat jaar moet doen. Als hij op dat ogenblik een laag inkomen heeft is het probleem identiek aan de huidige situatie.
- Het voorgestelde systeem vergt voor elk jaar een regularisatie na drie jaar. Dit vormt een probleem voor ondernemers die hun zaak stopzetten en daarna bijvoorbeeld werknemer worden, voor ondernemers die arbeidsongeschikt worden en na een aantal kwartalen of jaren de activiteit hernemen en voor zelfstandigen die 65 jaar geworden zijn en hun pensioen opnemen.
- Het voorstel houdt ook heel wat nadelen in inzake het bepalen van de pensioenrechten gezien de definitieve rechten slechts 3 jaar later kunnen vastgesteld worden. Dit is voor UNIZO onaanvaardbaar. Dit is bovendien ook problematisch op het ogenblik dat een pensioenraming wordt aangevraagd of een automatische pensioenraming wordt afgeleverd.
- Het voorstel houdt grote risico’s in voor de begroting en het financieel evenwicht van het sociaal statuut van de zelfstandigen.
- Het budgettair verlies voor de overgangsperiode gedurende de eerste 3 jaar wordt geraamd op ruim 4 miljard euro indien alle ondernemers er zouden voor opteren om de minimumbijdrage te betalen. Het is inderdaad zo dat ze dat niet allemaal zullen doen maar de kans is wel groot dat heel wat zelfstandigen van deze mogelijkheid gebruik zullen maken;
- Indien men de drie laatste jaren vóór het pensioen achteraf niet meer wenst te regulariseren is het duidelijk dat ook deze niet-regularisatie een belangrijke kost zal hebben omdat ook in deze situaties de kans groot zal zijn dat alleen nog de minimumbijdrage wordt betaald, zeker gezien de meeropbrengst inzake pensioen bij hogere bijdragen absoluut verwaarloosbaar is;
- Eenzelfde budgettair probleem kan zich stellen in alle stopzettingssituaties.
- Het systeem van de jaarlijkse regularisatie maakt het allemaal nog ingewikkelder voor de ondernemers. Elk jaar moete ze immers een regularisatie betalen voor hun inkomsten van drie jaar geleden en een nieuwe bijdrage op de inkomsten van het jaar zelf.
- De fondsen en de organisaties zullen veel klachten ontvangen van de ondernemers die in de onmogelijkheid zijn om hun inkomsten correct in te schatten. Uit fiscale gegevens blijkt dat dit het geval is voor 50% van de ondernemers. In dit kader verwijzen we bovendien ook naar de matigings-, consoliderings- en solidariteitsbijdragen die eind jaren tachtig werden ingevoerd en uitgingen van hetzelfde principe van het huidige voorstel (bijdrage berekenen op het inkomen van het jaar zelf). De inning van deze bijdragen bleek een regelrechte catastrofe te zijn.
- Het voorstel zorgt voor heel wat administratieve rompslomp. Enerzijds verhoogt men de administratieve last voor de sociale verzekeringsfondsen (2 berekeningen i.p.v. 1 berekening), anderzijds zullen de boekhouders/fiscalisten/accountants hun klanten moeten begeleiden bij de raming van hun inkomen (kost wordt jaarlijks op 60 euro à 150 euro geraamd). Beide administratieve complicaties zullen zich noodgedwongen in een meerkost voor de ondernemer vertalen.


