UNIZO reageert vrij positief op de relancestrategie van de Belgische regering, maar merkt op dat er quasi niets gedaan is aan de loonhandicap van onze bedrijven. De grote uitdagingen – competitiviteit en arbeidsorganisatie - zijn in belangrijke mate doorgeschoven naar de sociale partners.
Positieve maatregelen
UNIZO is positief over de versterkingen van de doelgroepvermindering voor de ‘eerste aanwervingen’. Dat houdt in dat een zaakvoerder steun krijgt bij de aanwerving van zijn eerste drie personeelsleden. De bijdrage wordt gevoelig verlaagd. Positief is ook dat de ondersteuning niet gekoppeld is aan een loongrens voor de aangeworven werknemer. De maatregel gaat voor nieuwe aanwervingen bovendien al vervroegd in vanaf 1 oktober 2012. Dat is een goed signaal: op die manier kan een onderneming sneller en duurzamer groeien.
Ook de verhoging van het minimum gezinspensioen voor zelfstandigen met 22 euro per maand is een historische positieve verwezenlijking. Voor de maatregel is een totaal budget van 12 miljoen euro uitgetrokken en dit gaat in werking vanaf 1 januari 2013. UNIZO hoopt samen met minister Laruelle in de toekomst de volledige gelijkschakeling te kunnen realiseren voor alleenstaande zelfstandigen en personen met een gemengde loopbaan.
In het KMO-plan zit, volgens UNIZO, een hele waaier aan nuttige maatregelen. Daaronder vallen vooral de aanpak van de wederbeleggingsvergoeding, de verplichting tot een gemotiveerde kredietweigering door banken en een beter faillissementsverzekering en toegang tot tweedekans-ondernemerschap.
Opbouwende kritiek
Toch is UNIZO hier kritisch voor het ontbreken van een administratieve vereenvoudiging; met name een aangepaste bekendmakingsverplichting in het Belgische staatsblad. Ook de invoering van het betalingsbevel, waarvan UNIZO vreest dat vooral de KMO’s de dupe zullen zijn, en het ontbreken van de digitalisering van de Dienst Legalisatie Handtekeningen in Internationale Context, doen vragen rijzen.
UNIZO is vooral ontgoocheld over het tewerkstellingsplan van de regering. Daarin staats niets over de arbeidsorganisatie noch over lineaire lastenverlaging voor ondernemingen en wordt ook geen antwoord geformuleerd op de Europese uitdagingen. Het nieuwe werken of flexibele inzetbaarheid van werknemers wordt niet aangehaald. In het tewerkstellingsplan staat bovendien niets over het activeren van de arbeidsreserves die op vandaag onaangesproken blijven, zoals invaliden, allochtonen, langdurig bruggepensioneerden etc. Ook
worden er ingrepen voorgesteld – zoals het werkplekleren – die eigenlijk regionale materie zijn. Volgens UNIZO zijn de maatregelen in dit plan te eenzijdig gericht op het sanctioneren van werkgevers.
In het horecaplan is het nieuw statuut gelegenheidsarbeid waarop een werkgever 100 dagen per jaar beroep op kan doen, een reuzenstap vooruit. Toch rest er een nog een belangrijk pijnpunt: de forfaitaire vermindering van de werkgeversbijdragen voor de Horeca-ondernemingen met minder dan 20 werknemers gaat in het huidige voorstel niet ver genoeg. UNIZO ondersteunt daarin de kritiek van de bij haar aangesloten sectororganisatie Horeca Vlaanderen.
Sociaal overleg
De regering geeft tot slot ook aan dat het sociaal overleg van dit najaar een aantal belangrijke pijnpunten moet tackelen. Het aanpakken van de loonkostenhandicap is daarbij essentieel. UNIZO is tevreden dat de regering dit pijnpunt prominent op tafel legt gezien de uitdagingen waarvoor België staat op het vlak van vergrijzing en concurrentiekracht. UNIZO geeft ook aan dat het hervormen van het indexmechanisme een onderdeel zal moeten zijn van dit debat.
Een aantal plannen gaan nu voor advies naar de Nationale Arbeidsraad, waar UNIZO samen met de sociale partners de maatregelen op een realistische manier wil analyseren en mogelijks bijsturen. De ondernemersorganisatie dringt bovendien ook aan op met de gewesten gecoördineerde uitvoering van het globale arbeidsmarkt en KMO-beleid. Daartoe is overleg met de deelregeringen onontbeerlijk.



