Wat betekent de taxshift voor u als zelfstandige of KMO?

Op 10 oktober laatstleden sloot de regering een akkoord over de zogenaamde taxshift. Wat heeft die voor u als zelfstandige of KMO allemaal in petto en wat betekent dat concreet voor u? Hier vindt u een overzicht van de belangrijkste fiscale en sociale maatregelen.

De Taxshift samengevat in 10 maatregelen 

  1. Sociale bijdragen die u als zelfstandige moet betalen, dalen geleidelijk van 22 tot 20,5%
  2. Werkgeversbijdrage die u betaalt op personeel, daalt geleidelijk van 32,4 naar 25%
  3. Als u voor het eerst iemand aanwerft komende 5 jaar, betaalt u 0 € werkgeversbijdrage
  4. Voor een 2de tot 6de aanwerving betaalt u minder sociale lasten
  5. Roerende voorheffing stijgt van 25 naar 27% uitgezonderd voor de liquidatiereserve, uw pensioenspaarpotje als zelfstandige
  6. U zal meer betalen voor diesel, maar minder voor benzine komende 3 jaar
  7. Btw elektriciteit is gestegen, maar als btw-plichtige zelfstandige kan u die recupereren
  8. Investeringsaftrek verhoogt van 4 naar 8%
  9. Nieuw: speculatietaks, kaaimantaks en gezondheidstaks
  10. Verhoging accijnzen alcohol en tabak

Daling loonkost

Werkgeversbijdrage daalt

Het tarief van de werkgeversbijdrage daalt van 32,4% naar 25%. Het tarief voor de lage lonen zal daar nog onder liggen. De werkgeversbijdrage zal als volgt geleidelijk verminderen.

BestandKlik hier om een meer gedetailleerde infonota te downloaden waar u onder meer ook de impact op de loonkost in cijfers kan zien, volgens de verschillende looncategorieën.

Vermindering sociale bijdragen voor de eerste aanwerving(en)

Volledige vrijstelling van werkgeversbijdrage voor de eerste aanwerving tussen 01/01/2016 en 31/12/2020

Er zullen geen werkgeversbijdragen voor de sociale zekerheid verschuldigd zijn voor een eerste werknemer die tussen 1 januari 2016 en 31 december 2020 wordt aangeworven. De vrijstelling geldt in principe voor onbepaalde duur.  

Extra verlaging voor de tweede en vijfde aanwerving en uitbreiding bij de zesde aanwerving

De huidige vermindering van werkgeversbijdragen voor de eerste tot de vijfde werknemer zullen als volgt van toepassing worden op de toekomstige tweede tot zesde werknemer, aangeworven vanaf 2016 (vermindering per kwartaal):

 

Kwartaal 1 t.e.m. 5

Kwartaal 6 t.e.m. 9

Kwartaal 10 t.e.m. 13

Tweede werknemer

1.550 EUR

1.050 EUR

450 EUR

Derde werknemer

1.050 EUR

450 EUR

450 EUR

Vierde werknemer

1.050 EUR

450 EUR

0 EUR

Vijfde werknemer

1.000 EUR

400 EUR

0 EUR

Zesde werknemer

1.000 EUR

400 EUR

0 EUR

Deze verminderingen zullen later nog bijkomend versterkt worden. Deze nieuwe verminderingen zullen eveneens toegepast worden op de eerste tot vijfde werknemer die in 2015 is aangeworven. U kan dus nu al genieten van deze voordelen als u een 2de tot 5de werknemer aanwerft.

De reeds bestaande voorwaarden voor de bijdragevermindering voor eerste aanwervingen blijven naar alle waarschijnlijkheid bestaan. Lees hier voor de huidige voorwaarden. 

Wat betekent dat concreet als u nu personeel wenst aan te werven of dat recent al gedaan heeft? De Unizo-aanbevelingen:

  • Het is nog niet duidelijk of deze voordelen ook zullen gelden voor de 1ste aanwerving die in 2015 gebeurt. Wellicht zullen de bijdrageverminderingen concreet pas vanaf het 2de kwartaal 2016 in werking treden. Hou daar dus rekening mee als u op korte termijn een 1ste aanwerving plant.
  • Wat wel zeker is, dat is dat de bijkomende verminderingen voor de 2de tot 5de werknemer, die u nu al zou aanwerven, daar wel op van toepassing zullen zijn. Voor de aanwerving van een 2de tot 5de werknemer hoeft u dus in elk geval niet te wachten!
  • Het is echter nog niet duidelijk of de vrijstelling zal stoppen wanneer de onderneming groter wordt (vb. wanneer een zevende werknemer wordt aangeworven).

Minder sociale bijdragen

De sociale bijdragen zullen geleidelijk dalen van 22 naar 20,5%. Het tarief van de sociale bijdragen op de eerste schijf van het inkomen (tot 55.576,94 EUR) wordt voor gevestigde zelfstandigen (in hoofdberoep en in bijberoep) verlaagd als volgt:

2015

2016

2017

2018

22%

21,5%

21%

20,5%

Deze percentages gelden ook voor de zelfstandigen die de wettelijke pensioenleeftijd hebben bereikt of die een vervroegd pensioen als zelfstandige of als werknemer verkrijgen.
 
Het tarief van de sociale bijdragen op de eerste schijf van het inkomen voor starters wordt verlaagd als volgt:

 

2016

2017

2018

Eerste jaar

20,5%

20,5%

20,5%

Tweede jaar

21%

21%

20,5%

Derde jaar

21,5%

21%

20,5%

Sociale bijdragen zijn aftrekbaar, dus minder aftrekbare sociale bijdragen betekent ook meer belastingen (voor wat de personenbelasting betreft). U zal een deel van de vermindering van de sociale bijdragen dus teruggeven in de vorm van belastingen. Maar, dankzij de schrapping van de tariefschijf van 30% wint elke belastingplichtige in de personenbelasting sowieso 184,50 € per jaar

Wat levert u dat nu concreet op? Unizo berekent uw voordeel:

  • Stel, u heeft 10.000 € belastbaar inkomen (voor berekening en aftrek van sociale bijdragen) : u betaalt 193 € minder (aftrekbare) sociale bijdragen, maar u betaalt door uw lage inkomen geen personenbelasting => dus 193 € lagere sociale bijdragen is dus een netto voordeel voor u van 193 € extra koopkracht

  • Stel, u heeft 25.000 € belastbaar inkomen (voor berekening en aftrek van sociale bijdragen) heeft: u betaalt 375 € minder (aftrekbare) sociale bijdragen, belast aan 40% betekent dat 150 € meer personenbelasting. Maar die 150 € moet verminderd worden met de 184,50 € als gevolg van de schrapping van de schijf van 30% (zie hoger). => dus dat geeft dan 150 – 184,50= 34,50 euro netto voordeel of extra koopkracht voor u

  • Stel, u heeft 40.000 € belastbaar inkomen (voor berekening en aftrek van sociale bijdragen) heeft: 600 € minder (aftrekbare) sociale bijdragen, belast aan 45%= 270 € meer personenbelasting. Maar die 270 euro moet verminderd worden met de 184,50 als gevolg van de schrapping van de schijf van 30% en dat geeft dan 270 – 184,50= 85,5 € extra belastingen. Van de 600 € minder sociale bijdragen die u moet betalen houdt u in dat geval uiteindelijk 330 + 184,50 = 514,50 € netto over.

Stijging roerende voorheffing

De roerende voorheffing gaat omhoog van 25% naar 27%.  Deze stijging geldt ook voor de gewone liquidatiebonus, maar niet voor de liquidatiereserve, die blijft op 10% roerende voorheffing. De roerende voorheffing op de dividenden uitgekeerd binnen de 5 jaar uit de liquidatiereserve, stijgt van 15% naar 17%.

Wat is de impact van de stijging van de roerende voorheffing?

Verandert de tax shift iets aan de roerende voorheffing?

Ja, het algemeen tarief van de roerende voorheffing stijgt op 1 januari 2016 van 25% naar 27%. U zal vanaf 1 januari 2016 dus 27% roerende voorheffing betalen op intresten en dividenden.

Verandert dit iets aan de roerende voorheffing op de dividenden van uw vennootschap?

Het antwoord op deze vraag hangt af van de leeftijd van de aandelen waarover het dividend wordt uitbetaald:

  • Als de aandelen zijn uitgegeven voor 1 juli 2013, zijn de dividenden onderworpen aan de gewone roerende voorheffing. En vanaf 1 januari 2016 dus aan een roerende voorheffing van 27%
  • Als de aandelen zijn uitgegeven vanaf 1 juli 2013, genieten de dividenden van de zogenaamde VVPRbis-regeling: de roerende voorheffing bedraagt dan slechts 15% in plaats van 27%. Het moet in dat geval wel gaan om een KMO die voldoet aan de voorwaarden van het Wetboek Vennoootschappen . 

Heeft dit gevolgen voor uw liquidatiebonus?

Ja, de roerende voorheffing op de liquidatiebonus stijgt ook van 25% naar 27%.

Heeft dit gevolgen voor uw liquidatiereserve?

Neen, voor de liquidatiereserve verandert er niets: de vennootschap betaalt een bijzondere heffing van 10% bij de aanleg van de liquidatiereserve, maar wanneer u de vennootschap later liquideert, betaalt u geen roerende voorheffing op de uitgekeerde liquidatiereserve. Het wordt dus nog interessanter om een liquidatiereserve - uw spaarpotje als zelfstandige - aan te leggen!

Heeft dit gevolgen voor de roerende voorheffing op de dividenden die worden uitgekeerd uit de liquidatiereserve (VVPRter-regeling)

Ja. Een vennootschap kan een deel van de liquidatiereserve die ze heeft opgebouwd, uitkeren als een gewoon dividend. Afhankelijk van het feit of deze uitkering gebeurt binnen de 5 jaar of pas 5 jaar na de aanleg van (dat deel van) de liquidatiereserve, bedraagt de roerende voorheffing op dit dividend 15% of 5%.

Vanaf 1 januari 2016 stijgt de roerende voorheffing op het dividend dat binnen de 5 jaar wordt uitgekeerd, van 15% naar 17% (10% + 17% is samen 27%, het tarief van de roerende voorheffing voor gewone dividenden).

Aan het tarief van 5% op de dividenden die na 5 jaar worden uitgekeerd, verandert er niets.

Hogere brandstofprijzen

De prijs van een tank van 50 liter diesel zal in 3 stappen stijgen:

  • + 2 euro in 2016
  • + 2 euro in 2017
  • + 3 euro in 2018

Wat is het gevolg voor uw brandstofkosten?
Unizo berekent uw meerkost:

Diesel

Samen betekent dat dus 7 euro extra voor een tank van 50 liter diesel in 2018. Brandstofkosten zijn wel aftrekbaar aan 75%, dus netto moet die maar aan 25 % mee gerekend worden:

  • voor een zelfstandige natuurlijke persoon is de netto-kost:

    • 7 x 25%= 1,75 €

    • Te verrekenen aan 25% tot 50% (afhankelijk van belastbaar inkomen) = 1,75 € x 25 à 50 % = 1,31 tot 0,875 €.

    • Aan pakweg 50 tankbeurten per jaar is dat dan 43,75 tot 65,5 euro extra aan brandstofkosten per jaar (netto).

  • voor een vennootschap is de netto-kost

    • 7 x 25% = 1,75 €

    • te verrekenen aan vennootschapsbelasting 33,99%= 1,75 x 33,99% = 0,595 €

    • Aan pakweg 50 tankbeurten per jaar is dat 29,75 € extra aan brandstofkosten per jaar

Benzine

De benzineprijzen zullen in dezelfde tijdspanne geleidelijk dalen met in totaal 3,9 euro per tank van 50 liter, zodat ze zakken tot het niveau van de prijs van diesel.

Duurdere elektriciteit

Op 1 september 2015 ging de BTW op elektriciteit al omhoog van 6% naar 21%. De meeste zelfstandigen en KMO’s kunnen genieten van een recht op aftrek van de BTW en voelen deze stijging dus niet. Beroepen die vrijgesteld zijn van BTW voelen die stijging wel rechtstreeks in hun portemonnee (o.a. vrije beroepen).

Investeringsaftrek

De investeringsaftrek voor productieve investeringen bedraagt momenteel 3,5% voor zelfstandigen natuurlijke persoon en 4% voor KMO-vennootschappen. Dat wordt nu van 1 janauri 2016 (dus aanslagjaar 2017) opgetrokken naar 8%. Deze maatregel wordt daardoor voor KMO's ook verlengd. 

Stijging van accijnzen op tabak en alcohol

Wanneer gaat de verhoging van de accijnzen op alcoholische dranken (bier, wijn en sterke drank) in?

De aangekondigde verhoging van de accijnzen gaat in op 1 november 2015.

Hoeveel bedraagt de stijging van de accijnzen?

De bedragen van de aanpassingen in de accijnswetgeving zijn nog niet bekend. We hebben wel een indicatie van de stijging per product:

  • Flesje bier: + 0,01 euro
  • Fles wijn: + 0,195 euro
  • Fles sterke drank: + 2,60 euro

En verder

  • Speculatietaks voor beleggers die aangeschafte beursgenoteerde aandelen binnen de zes maanden terug doorverkopen
  • Kaaimantaks of doorkijkbelasting voor belastingplichtigen die zijn vermogen in het buitenland parkeert om minder of geen belastingen te betalen
  • Gezondheidstaks of suikertaks op (suikerhoudende)frisdranken

Wat vindt Unizo van deze taxshift?

Het persbericht met een reactie van Unizo en Karel Van Eetvelt kan u hier nalezen.

 

 

Meer over: Belangenbehartiging, Aanwerven, Belastingen, Personenbelasting, Steunmaatregelen, Tewerkstellingssteun, Sociale bijdragen

Op zoek naar meer ondernemersinfo?

UNIZO ondernemerslijn - 0800 20 750Voor andere nuttige ondernemersinfo
raadpleeg hier het Unizo Kennisnet:
geef uw zoekterm in of zoek per thema
of trefwoord in onze databank.

Of contacteer Unizo Ondernemerslijn voor
een persoonlijk eerstelijns advies of een
nuttig contact.

Ons adviesteam staat voor u klaar!