Wijzigingen aan de regelgeving inzake faillissement en continuïteit ondernemingen (WCO)

Op 1 mei 2018 trad een nieuwe wet in werking die wijzigingen aanbracht aan de faillissementswet en de Wet Continuïteit Ondernemingen (WCO). Sindsdien wordt gesproken van het ‘insolventierecht’.

Algemene wijzigingen

Ruimer toepassingsgebied

Ook landbouwers, vzw’s en vrije beroepen zullen voortaan onder het toepassingsgebied vallen en failliet verklaard kunnen worden. 

Aldus kunnen failliet worden verklaard: iedere natuurlijke persoon die zelfstandig een beroepsactiviteit uitoefent (m.a.w. iedereen die geen werknemer is, vrij beroepsbeoefenaars, zaakvoerders en bestuurders), iedere rechtspersoon (vennootschappen, vzw's en stichtingen) en iedere andere organisatie zonder rechtspersoonlijkheid. 

Digitalisering

Er wordt een Centraal Register Solvabiliteit (RegSol) opgericht, waar alle dossiers over WCO en faillissementen digitaal worden bijgehouden.

Faillissementsdossiers werden al in dit register bijgehouden, nu komen daar dus ook alle stukken inzake WCO bij. Concreet zal elke neerlegging, kennisgeving of mededeling (bv. een aangifte van schuldvordering) bij een faillissement of WCO vanaf nu steeds digitaal via RegSol gebeuren.

  • Zo zal dus ook elke aangifte van schuldvordering nu dus digitaal, via RegSol moeten gebeuren.
  • Er wordt enkel een uitzondering voorzien voor natuurlijke personen die zich niet laten bijstaan door een advocaat of voor rechtspersonen met maatschappelijke zetel in het buitenland. Zij kunnen de stukken nog steeds op papier indienen.
  • Let op: ben je schuldeiser in WCO, dan word je vanaf nu dus ook elektronisch verwittigd, behalve wanneer je geen elektronische berichten kan ontvangen.

Insolventiefunctionaris

De benamingen en functie van curator, de met de overdracht belaste gerechtsmandataris en de voorlopig bewindvoerder worden vervangen door die van insolventiefunctionaris. Daarnaast worden ook schuldbemiddelaars en vereffenaars erkend als insolventiefunctionaris. 

Wijzigingen specifiek aan de faillissementswet

Herstarten wordt gemakkelijker

De belangrijkste wijziging aan de faillissementswet is gericht op het vergemakkelijken van de herstart na faillissement.

Alle nieuwe activa (goederen, bedragen, sommen en uitkeringen) die de gefailleerde ontvangen heeft sinds de faillissementsverklaring, worden uit de boedel gehouden wanneer zij hun oorzaak vinden die dateert van na het faillissement.

Op die manier behoudt de gefailleerde dus al zijn inkomsten uit arbeidsprestaties of erfenissen na het faillissement. Bovendien beheert hij deze goederen en sommen ook zelf.

Verschoonbaarheid wordt kwijtschelding

Het concept van verschoonbaarheid wordt hervormd tot een ‘kwijtschelding’. Enkel natuurlijke personen (opgelet: nooit rechtspersonen) kunnen genieten van een kwijtschelding. Dit sluit nauw aan bij de zogenaamde 'fresh start' filosofie, waarbij de wetgever de schuldenaar-natuurlijke persoon en zijn/haar partner een nieuwe schuldenvrije start wilde bieden. De voornaamste wijzigingen zijn:

  • de gefailleerde moet de kwijtschelding zelf vragen om ze te kunnen krijgen. Hij kan dat doen bij de aanvraag van het faillissement of op een later tijdstip (maar hij moet dit wel doen binnen de drie maanden na faillissementsvonnis);
  • van zodra de aanvraag tijdig en regelmatig is gebeurd, zal de kwijtschelding automatisch verworven zijn: de rechter MOET die dan uitspreken bij de sluiting van het faillissement;
  • de gefailleerde kan wel vanaf zes maanden na de opening van het faillissement vragen dat de rechter zich zou uitspreken over de kwijtschelding. Heeft de rechter zich binnen het jaar na de opening nog niet uitgesproken over de kwijtschelding, dan kan de gefailleerde hem vragen waarom dit nog niet is gebeurd, en dan moet de rechter zijn beslissing motiveren.
  • elke belanghebbende, waaronder het openbaar ministerie en de curator, kan wel bij verzoekschrift vorderen dat de kwijtschelding niet of slechts gedeeltelijk wordt toegekend.

Schuldeisers kunnen de gefailleerde na de sluiting van het faillissement niet meer aanspreken voor restschulden uit het faillissement. De kwijtgescholden restschulden verdwijnen dan. De kwijtschelding blijft wel een persoonlijke exceptie die bv. de borgen van de gefailleerde in beginsel niet ten goede komt. (Hierop bestaan wel uitzonderingen). 

Borgstelling

De regels rond de gevolgen van een faillissement op de personen die een zekerheid hebben gesteld voor de gefailleerde, of mede verbonden zijn voor diens schuld, wijzigen licht.

De kwijtschelding die een gefailleerde kan verkrijgen, strekt NIET tot voordeel van de kosteloze borg. Zo zal de kosteloze borg toch nog steeds aangesproken kunnen worden. Slechts uitzonderlijk zal de kosteloze borg worden bevrijd. Tijdens de faillissementsprocedure is een volledige of gedeeltelijke bevrijding mogelijk wanneer deze natuurlijke persoon een verzoekschrift neerlegt bij de insolventierechtbank. Zij moet dan kunnen aantonen dat zij het bedrag van de borgtoch niet kan terugbetalen. Na de faillissementsprocedure is voor de kosteloze borgsteller enkel een bevrijding mogelijk als er sprake is van een nietige kosteloze borgovereenkomst. 

Bestuurdersaansprakelijkheid

De regeling inzake bestuurdersaansprakelijkheid wordt van toepassing op alle ondernemingen, en niet langer enkel op de nv, de bvba en de cvba.

De (huidige of gewezen) bestuurders, zaakvoerders, dagelijks bestuurders, leden van een directieraad of raad van toezicht, alsmede alle andere personen die werkelijke bestuursbevoegdheid hadden, kunnen persoonlijk en/of hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld voor het geheel of een gedeelte van de eventuele restschulden na afsluiting van het faillissement, wanneer zij een kennelijk grove fout hebben begaan die tot het faillissement heeft bijgedragen. Daarop gelden uitzonderingen.

Faillissement beoefenaar vrij beroep

Wanneer een beoefenaar van een vrij beroep failliet gaat, wordt door de rechtbank naast de curator ook een mede-curator aangesteld die zelf beoefenaar van een vrij beroep is.

Dadingen

De curatoren zullen gemakkelijker dadingen kunnen aangaan. Voortaan zal pas vanaf 50.000 euro (i.p.v. 12.500 euro) een dading nog gehomologeerd moeten worden.

Specifieke wijzigingen aan de WCO

Minnelijk akkoord

Een minnelijk akkoord dat buiten de rechtbank om wordt gesloten zal nu ook gehomologeerd kunnen worden en uitvoerbaar verklaard. De homologatie en de uitvoerbaarverklaring moeten niet bekend gemaakt worden.

Rol boekhouders

Tot nu hadden de erkende externe boekhouders en de erkende externe boekhouder-fiscalisten enkel de plicht om de ondernemer in te lichten over elementen die wijzen op een mogelijke bedreiging van de continuïteit, maar hadden ze niet de mogelijkheid de rechter in te lichten wanneer de ondernemer niet de nodige maatregelen heeft genomen om de continuïteit van de zaak te garanderen, na hiertoe te zijn aangespoord. Deze mogelijkheid wordt nu wel voor beiden voorzien. 

Kamers voor ondernemingen in moeilijkheden

De Kamers voor handelsonderzoek worden omgevormd tot kamers voor ondernemingen in moeilijkheden. 

Ondernemingsbemiddelaar

De schuldenaar kan aan de rechter een ondernemingsbemiddelaar voorstellen om de reorganisatie te vergemakkelijken. De rechter bepaalt de inhoud en de duur van de opdracht, binnen de grenzen van het verzoek van de schuldenaar.

Antimisbruik

De opening van de procedure heeft geen schorsende werking meer wanneer de ondernemer minder dan zes maanden tevoren reeds het openen van een procedure heeft gevraagd, tenzij de rechtbank uitdrukkelijk en met motivatie anders beslist.

Dit moet misbruik van de WCO-procedures voorkomen.

Zekerheden

De nieuwe wet voorziet dat tijdens de opschortingsperiode, de schuldeiser wel wettelijke of conventionele zekerheden kan vestigen. Deze zekerheden zijn tegenwerpelijk aan de boedel bij later faillissement. Ook de fiscus krijgt het recht om een hypothecaire inschrijving te nemen tijdens de opschorting.

Opschorting voor borgen

De opschorting komt niet enkel de schuldenaar ten goede, maar ook de (gewezen)echtgenoot, en de (gewezen) wettelijk samenwonende partner indien die met de schuldenaar medeverbonden is, en voor zover het gaat om schulden die te maken hebben met de beroepsactiviteit van de schuldenaar. Onder de huidige WCO geldt dit voor alle schulden waarvoor deze personen krachtens de wet medeverbonden waren.

Andere medeschuldenaars of borgstellers genieten niet van de opschorting.

Ook persoonlijke zekerheidsstellers genieten niet van de opschorting. Een natuurlijke persoon die zich kosteloos persoonlijke borg heeft gesteld kan wel aan de rechter vragen vast te stellen dat de borg kennelijk niet evenredig is met de mogelijkheid, op het moment van de opschorting, die hij heeft om de schuld terug te betalen. Die mogelijkheid bestond ook al in de WCO. Nu wordt echter bepaald dat als de rechter die vraag inwilligt, de borg niet enkel van de opschorting geniet, maar ook van de schuldkwijtschelding.

Minimum te betalen bedrag

Bij de uitwerking van een collectief akkoord moet niet langer minimum 15% van elke schuldvordering worden uitbetaald, maar 20%.

Overname overeenkomsten

Bij een overdracht van de onderneming in het kader van de WCO, kan de kandidaat-bieder  één of meer lopende overeenkomsten aanwijzen die niet intuitu personae zijn gesloten tussen de schuldenaar en één of meer medecontractanten die hij integraal wenst over te nemen met inbegrip van uitstaande schulden, indien zijn offerte wordt aanvaard. In dat geval zal, indien de verkoop doorgaat, de betrokken bieder van rechtswege in de plaats worden gesteld van de schuldenaar in de door hem aangewezen overeenkomsten, zonder dat de medecontractant zijn toestemming dient te verlenen.

Meer over: Onderneming in moeilijkheden, Faillissement, WCO
Thema: Actueel

Op zoek naar meer ondernemersinfo?

UNIZO ondernemerslijn - 0800 20 750Voor andere nuttige ondernemersinfo
raadpleeg hier het Unizo Kennisnet:
geef uw zoekterm in of zoek per thema
of trefwoord in onze databank.

Of contacteer Unizo Ondernemerslijn voor
een persoonlijk eerstelijns advies of een
nuttig contact.

Ons adviesteam staat voor u klaar!