“Als wij geen eieren leggen, gaat iemand anders ze voor ons klutsen” (deel 2)

Werkbaar werk 

Gesteld dat er dan toch een ruime consensus is dat we meer mensen (langer) aan de slag moeten houden, over de manier waarop is er verre van overeenstemming tussen sociale partners en de regering-Michel zaliger. Trouwens, niet alleen om onze sociale zekerheid betaalbaar te houden is dat nodig: zelfs als onze economische groei morgen achteruitgaat, blijft de krapte op de arbeidsmarkt toenemen, zuiver demografisch, omdat er zoveel mensen uit de arbeidsmarkt verdwijnen.  

Miranda Ulens: “In ruil voor langer werken werden ons allerlei verzachtende omstandigheden voorgespiegeld: de fetisj van Werkbaar Werk, maar die wet is mislukt. Inmiddels vraagt een bagage-afhandelaar op de luchthaven of iemand in een callcenter die amper naar het toilet kan zich af hoe hij/zij dit in godsnaam tot 67 moet volhouden. Er moet nog veel gebeuren om de mensen hun loopbaan draaglijker te maken en zelf te kunnen indelen: aangepast werk, kortere arbeidstijden, burn-out erkennen als een professionele beroepsziekte, vorming om een andere job aan te kunnen…. De ongelofelijke stijging van het aantal langdurig zieken is toch geen toeval?” 

Danny Van Assche: “Er bestaat op dat vlak toch heel wat, om maar de vele soorten tijdskrediet niet te noemen. Maar ik zou graag binnen de Groep van 10 heel open over flexibiliteit willen discussiëren. Dat is al lang niet meer het privilege van een werkgever die zijn medewerkers op alle mogelijke uren wil opvorderen. Vandaag is dat ook de werknemer die wat later komt om zijn kind naar de opvang te brengen of de file te ontwijken, of die vraagt om thuis te werken. En daar botsen we op heel rigide arbeidswetten. Flexibiliteit is vandaag nadenken over wat een tweeverdienersgezin nodig heeft om werk en gezin te combineren. Flexibiliteit is ook nadenken over hoe je een langdurig zieke kan herinschakelen. Wie in de bouw niet meer meekan om te metselen, kan misschien een goeie leraar worden. En als we onze mensen langer aan boord willen houden, moeten we nog meer sensibiliseren, komaf maken met vooroordelen. Bijvoorbeeld dat investeren in de opleiding van een oudere niet loont. Wie denk je dat er het langst zal blijven? De oudere die nog zeven jaar te gaan heeft, of de jongere die op zoek is naar een beter betaalde uitdaging? Verder zitten we met barema’s, die de lonen van ouderen onmiskenbaar duurder maken.” 

Miranda Ulens: (lacht smalend) “Ik vroeg me al af wanneer je daarmee zou afkomen. Die barema’s zijn ook weer zo’n fetisj. Die lopen af na een tijd en het gaat om kleine verhogingen. Dat is een non-debat. En waarom zou de ervaring die iemand meebrengt niet mogen meetellen in de verloning? Maar het is natuurlijk makkelijker om goedkopere, ultraflexibele jongere mensen in te zetten. Op Twitter zien wij getuigenissen van tweeverdieners die mekaar alleen bij het wisselen van hun shift nog tegenkomen. Ook het aantal ‘working poor’, die zelfs met een job niet kunnen rondkomen, stijgt alarmerend.” 

Danny Van Assche: “Jobs die leiden tot ‘working poor’ vind ik ook onaanvaardbaar, maar die bestaan in België het amper. Het armoederisico bij werkende mensen zit vooral bij alleenstaande werkende ouders met een laag inkomen en extra kosten van kinderopvang. Daar willen we met ons Vlaams akkoord wat aan doen.” 

Miranda Ulens: “Het zijn er nu in elk geval meer dan vroeger. Ook flexijobs zijn voor ons de verkeerde piste, die geven alleen werk aan wie al een job heeft, maar niet genoeg verdient om daarmee rond te komen. Als volgens het Rekenhof dat 35% van die flexijobs geen nieuwe jobs zijn, dan nemen ze die toch van iemand anders af? Terwijl er met flexijobs niet wordt bijgedragen voor de sociale zekerheid en het gat dus alleen maar groter wordt.” 

Danny Van Assche: “Maar dat is niet waar! Flexijobs dienen net om piekmomenten op te vangen. Zonder dat systeem wordt er op dat moment gewoon niemand extra tewerkgesteld. Bovendien is een flexijob een uitstekend instrument voor mensen die op een bepaald moment wat meer inkomen willen, bijvoorbeeld als ze een huis hebben gekocht. Ik zie ook heel wat gepensioneerden die nog graag willen werken om hun pensioen aan te vullen.”  

Miranda Ulens: “Tja, men kan natuurlijk ook meer werklozen en migranten een kans geven, met respect voor de sociale afspraken uiteraard.” 

Danny Van Assche: “Helemaal akkoord, maar inmiddels is het wel godgeklaagd dat we in ons eigen land zelfs de werkmobiliteit tussen de regio’s niet op gang krijgen: er zijn zoveel meer werklozen in Brussel en Wallonië, maar West-Vlaamse bedrijven krijgen geen Waalse werkzoekenden over de vloer, wel Franse. Akkoord dat daarvoor wel de mobiliteit een stuk beter moet.” 

“Laat ons de business van sociaal overleg”  

Bijna twee uur later wordt er even hartelijk afscheid genomen. Er komt zelfs de suggestie om het gesprek nog eens over te doen voor het ABVV-ledenmagazine De Nieuwe Werker. (“Maar dan mag ik ook wat meer aan het woord, zoals jij nu, hé Danny?”) Ze zijn het erover eens dat ze zo’n drie kwart van de tijd van mening hebben verschild, maar dat kwart waar ze het wél over eens waren, is ook niet onbelangrijk. 

Miranda Ulens: “Uiteraard is het aan ieder van ons om voor onze leden op te komen. We moeten als ABVV een tegenmacht zijn tegenover werkgevers en de overheid, maar niet alleen focussen op onze verschillen, ook naar overeenkomsten zoeken. Alleen moeten ze dat sociaal overleg aan ons overlaten en moet de politiek daar niet telkens zijn neus insteken, want dat was voor ons de laatste vijf jaar het probleem. Ik zou willen dat ze ons de business laten van het sociaal overleg. Dan vinden we mekaar wel, dat hebben we al 70 jaar lang bewezen.” 

Danny Van Assche: “Maar dat kan alleen als we er beiden in slagen om onze rollen te overstijgen. Wij zijn de vertolkers van wat leeft bij onze achterban, en uiteraard horen wij bij UNIZO alleen de klachten van ondernemers over ‘de andere kant’, terwijl werknemers die naar hun vakbond bellen ook met een reëel probleem zitten. We hebben dus allebei een minimum aan empathie nodig, anders kunnen we geen akkoorden sluiten. Maar het moet: als wij geen eieren leggen, gaat iemand anders ze voor ons klutsen.” 

Miranda Ulens: “We willen alleen graag dat het dan een lekkere omelet wordt.” 

Tekst: Herman Van Waes     Foto’s: Studio Dann