Quod erat demonstrandum… : analyse van het ruimtelijk koopgedrag van de Brusselse huishoudens

  • Kernversterkend beleid blijft de meest duurzame optie
  • Perifere shoppingcentra zuigen alle andere handelskernen leeg
  • Toekomst van historische handelskernen nog niet verloren

In mei 2019 publiceerde Hub.brussels (waarvan het vroegere handelsagentschap Atrium deel van uitmaakt) en Perspective.brussels een studie over de uitgaven die de Brussels huishoudens doen in de Brusselse kleinhandel.

De cijfers bevestigen de trends die UNIZO al jaren voorspelt. Oprukkende online-aankopen en perifere shoppingcentra zuigen de koopkracht weg uit de historische handelswijken in Brussel. De zogenaamde complementariteit is een fabeltje. Enige lichtpunt is de aantrekkingskracht van Brussel-centrum (Beneden –én Bovenstad), dat er in slaagt om 25 % van de ‘lichte semi-courante aankopen’ naar zich toe te trekken. Ook de wijken met een mix van ketens, buurtwinkels, bewoners en eventueel een markt, blijven economisch aantrekkelijk

Brussel Stad is de enige omgeving die de concurrentie van de shoppingcentra aankan. Al de andere handelswijken vervullen vooral een rol voor de dagelijkse of courante aankopen (eerder run-shoppen). Het funshoppen verschuift dus volledig naar de shoppingcentra. Het spreekt voor zich dat deze perifere shoppingcentra zo op geen enkele manier een bijdrage leveren aan een levendige en polycentrische stad, noch aan een creatief en innovatief handelsapparaat en al zeker niet aan een versterking van de bestaande handel.
Nochtans tonen enkele handelskernen zoals Spiegel, Stockel, Bascule, e.a. aan dat het perfect mogelijk is om, binnen de beperkte beschikbare ruimte van een stad, toch een shoppingbelevenis te creëren, met een uitgebreider aanbod van ‘semi-courante’ lichte aankopen.

Opmerkelijk was ook dat 55% van de Brusselse gezinnen de auto gebruikt voor de aankopen. In deze contekst is het uiteraard zinloos om het autoluw maken van de (handels)wijken en het verminderen en duurder maken van de parkeerplaatsen te combineren met een verdere uitbouw van perifere, optimaal met de auto bereikbare shoppingcentra, waar het aantrekkelijkste shoppingaanbod is, te voorzien. 

De keuze om de auto uit de handelscentra te weren kan niet leiden tot sterke handelskernen, als er tegelijkertijd vlakbij wel autovriendelijke winkelmogelijkheden worden voorzien. Bovendien leidt het niet tot minder autoverplaatsingen, de Brusselaars rijden gewoon met de auto naar ergens anders.

UNIZO ziet in deze studie een bewijs met expliciete cijfers van de nefaste impact van de perifere shoppingcentra, maar ook van de voorwaarden om tot een polycentrische handelsstad te komen: een gezonde mix creëren van functies (wonen, werken, winkelen).  De duurzame aanpak om bedachtzaam het binnenstedelijke handelsapparaat te moderniseren, moet plaats maken voor zwaktebod aan de promotoren om zich in de periferie te vestigen.

Het NEO-shoppingeiland past volgens UNIZO ook in het rijtje van de megalomane perifere shoppingcentra zonder connectie met de Stad, zelfs al worden er 700 woningen rond gebouwd.

Wat staat er in de studie ?

Meer dan 5000 Brusselse gezinnen werden telefonisch bevraagd naar hun aankoopgewoonten. De resultaten bevestigen een aantal uitgangspunten van UNIZO rond kernversterkend beleid en de impact van ketens en shoppingcentra op de lokale handelskernen. voor een duurzame (economische) ontwikkeling van de stad. Anderzijds tonen ze ook het belang van de lokale handelswijken, in het bijzonder voor dagelijkse aankopen.

De studie maakt een onderscheid tussen ‘courante aankopen’, ‘lichte semi-courante aankopen (kleding) en ‘zware semi courante aankopen (meubels). Ondanks het feit dat het de meest uitgebreide studie is in zijn soort, zijn de gegevens op niveau van de 106 Brusselse handelskernen niet even statistisch significant. De studie geeft dus een correct beeld voor wat betreft de belangrijkste handelskernen, maar conclusies op niveau van de kleinere handelskernen zijn tot uiting.
Ondanks het feit dat het de meest uitgebreide studie is in zijn soort, zijn de gegevens op niveau van de 106 Brusselse handelskernen niet even statistisch significant. De studie geeft dus een correct beeld voor wat betreft de belangrijkste handelskernen, maar conclusies op niveau van de kleinere handelskernen zijn minder betekenisvol. Dit heeft ook te maken met twee uitgangspunten :

  • enkel de Brusselse gezinnen werden bevraagd : het gewicht van de binnen -en buitenlandse bezoekers werd dus niet in kaart gebracht. Daardoor komen Marollen, Zavel, Brabantstraat , ….niet in beeld.
  • de studie klasseert de ‘marktaandelen’ volgens de verschillende handelskernen in het Gewest. Dit zegt dus niets over het aantal bezoekers. Het geeft een groter gewicht aan de wijken/plaatsen waar veel courante aankopen worden gedaan (ongeveer de helft van het marktaandeel van wat de Brusselaars in Brussel kopen).

De studie maakt een onderscheid tussen ‘courante aankopen’, ‘lichte semi-courante aankopen (kleding) en ‘zware semi courante aankopen (meubels).


 
Een van de belangrijkste vaststellingen is dat meer dan 85 % van de aankopen van de Brusselse gezinnen binnen Brussel wordt besteed. Slechts 13,1% van de aankopen gebeurt buiten Brussel en dan nog grotendeels in de onmiddellijke rand van Brussel. In totaal gaat dit om 5,5 miljard Euro, of gemiddeld 9200 € per gezin, waarvan 3 mia € wordt besteed aan courante aankopen.  Bovenstaande kaart vertegenwoordigt 68 % van alle aankopen, die zich binnen de handelskernen situeren (meer dan 30 winkels bij elkaar), naast de 13 % buiten het Gewest is er ook nog 19 % in winkels die elders tussen deze kernen (of zonder supermarkt te zijn) zijn gelegen.

Andere belangwekkende vaststellingen zijn voor wat betreft de courante en buurtaankopen zijn :

  • 95 % van de respondenten zijn grote courante aankopen doet in de supermarkten
  • De kleinere handelskernen spelen een belangrijke rol, maar dan toch vooral die kernen waar één of meerdere supermarkten aanwezig zijn (Jette, Karreveld, Ukkel-centrum) .
  • Buurtaankopen voor 86 % in de ‘niet-geïntegreerde’ winkels plaatsvinden (Sint-Gillis, George Henri, Helmet, Anderlecht – Centrum)
  • De supermarkten ook een aantrekkingskracht hebben voor de buurtaankopen in de omliggende winkels, tenminste, logischerwijze, als ze niet geïsoleerd of in de periferie liggen (zoals bijvoorbeeld Leopold III-laan in Evere, Shopping Cora in Anderlecht, Stalle ...).

Semi-courante lichte  aankopen (kleding, boeken, hobby, decoratie,…):

  • Deze goederen zijn bij uitstek de aankopen waar de beleving ook belangrijk is. De shoppingcentra, maar ook de online-aankopen, trekken deze aankopen volop naar zich toe. Net geen 35 % van deze aankopen doen de Brusselaars in Brussel (Boven- en benedenstad), de volgende 22 % gaat volledig naar  4 shoppingcentra (Westland, Woluwe, Cora en Basilix) en 6 % naar de e-commerce.
  • De historische handelskernen houden stand als ze een voldoende grote mix van ketens en niet-geïntegreerde handelszaken kunnen verenigen (Stokkel, Bascule, Tongerenstraat in Etterbeek, Kasteleinplein,  Spiegel in Jette)

Semi-courante zware aankopen (meubels, huishoudtoestellen, …)

  • Hier is de koopvlucht het grootst – ‘gelukkig’ ligt Ikea Anderlecht in Brussel, maar Ikea Zaventem neemt hier .. % Brussels marktaandeel weg.
  • De aankopen in Brussel voor deze categorie goederen gebeuren grotendeels in dezelfde centra als de semi-courante lichte aankopen.

Conclusies :

  • Supermarkten en shoppingcentra zuigen het overgrote deel van de Brusselse koopkracht naar zich toe.
  • De ketens en supermarkten een essentiële bijdrage kunnen leveren aan de aantrekkelijkheid van de historische handelskernen
  • Het stadscentrum en meerdere historische handelskernen zijn niet dood ! Zeker Brussel Stad wordt gezien als een ‘shoppingbelevenis’, want 25 % van de Brusselse koopkracht wordt er gespendeerd
  • Meer dan de helft van de Brusselaars geeft aan de wagen te gebruiken voor zijn aankopen. Dit klinkt logisch : zowel de supermarkten als de shoppingcentra zijn optimaal bereikbaar met de wagen.
  • Brussel is vandaag een polycentrische handelsstad, alleen zijn het shoppingcentra die geen enkele connectie hebben met de omgeving. Als we een polycentrische handelsstad willen uitbouwen, moeten we de ‘funshopping’ terug naar een 20-tal wijken brengen in de eerste en tweede kroon. Daar kan een mix van ketens en ‘niet-geïntegreerde’ winkels, van grote en kleine winkeloppervlaktes, van een markt en van een aanbod van courante en semi-courante goederen, de omwonenden de mogelijkheid bieden om zonder (auto)verplaatsingen hun aankopen te doen.

PDF iconEen samenvatting van deze studie vindt u hier. PDF iconDe volledige studie kan u hier downloaden.

 

Meer over: Brussel
Thema: Actueel