UNIZO, UCM en Graydon brengen kmo-rapport uit: Brusselse kmo’s zijn klaar om te investeren

  • Laagste aantal bedrijven met knipperlichten in 10 jaar tijd
  • Ook de rendabiliteit van de Brusselse KMO’s verbetert licht

 
“De KMO’s verstevigen hun financiële buffers.  Ze moeten niet langer puren uit de reserves en zijn klaar om opnieuw te investeren”, zegt UNIZO-Brussel voorzitter Bernard Walravens naar aanleiding van het KMO-rapport van UNIZO, Graydon en UCM. Dit jaarlijkse rapport geeft een beeld van de financiële gezondheid van kmo’s. En dat beeld geeft een trendbreuk weer. We zitten daarbij nog niet op het niveau van voor de crisis, maar zowat alle parameters –met uitzondering van de rentabiliteit die op hetzelfde niveau zit als vorig jaar -  zijn opnieuw opwaarts gericht.

In Brussel verhoogt de nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen lichtjes met 0,4 procentpunt. Vermits Vlaanderen en Wallonië op hetzelfde niveau als in 2013 blijven, betekent het voor Brussel een voorzichtige inhaalbeweging van de achterstand ten opzichte van de andere Gewesten. 
“De financiële gezondheid van de Belgische KMO’s gaat er alvast op vooruit in vergelijking met vorig jaar. De  solvabiliteits- en de liquiditeitssituatie zijn verbeterd én er is een duidelijke versterkte aandacht voor cashbeheer en de positie van de debiteur in het bijzonder. Heel wat kmo-bedrijfsleiders  hebben meer inzicht verworven in het financieel beheer van hun zaak en handelen ernaar”, zegt Eric Vandenbroele van Graydon.

In Brussel zit nog steeds 23,9% van de KMO’s in de groep met een hoog risicoprofiel en dus kans op faillissement. Tien jaar geleden lag dit cijfer nog op 30 %. In vergelijking met Vlaanderen en Wallonië is dit nog wel het dubbele, maar er is een lichte verbetering.

UNIZO vraagt dat de Brusselse regering dit voorzichtig herstel niet in gevaar brengt. Ze dringt aan op een compensatie voor de bedrijven, binnen de Brusselse taxshift, voor de verhoging van de fiscale lasten op bedrijfsgebouwen. Ook de toegang tot financiering kan beter, via de alternatieve financieringsvormen, zoals crowdfunding en de winwinlening.
 
Aantal vennootschappen
In 2014 waren in België in totaal ruim 1 miljoen kmo’s actief, waarvan 531.162 vennootschappen en 517.514 eenmanszaken. Vlaanderen telt 591.132 kmo’s, Brussel 120.550 en Wallonië 289.821. In 2014 is bijna de helft van de kmo’s in België jonger dan 10 jaar. De eenmanszaak is nog steeds de belangrijkste juridische vorm in alle gewesten. In Brussel is het aantal BVBA’s en éénmanszaken wel zo goed als gelijk. De bvba blijft wel de belangrijkste vennootschapsvorm onder de kmo’s en in Brussel wint vooral de EBVBA aan belang.
 
Productiviteit
De productiviteit van de KMO-vennootschappen wordt gemeten aan de hand van de toegevoegde waarde in verhouding tot de personeelskosten. In 2014 stijgt de productiviteit in alle regio’s licht ten opzichte van 2013, maar dat was voor alle regio’s het laagste niveau van de voorbije tien jaar. De mediaanwaarde van de productiviteit komt uit op een niveau van 169% in Vlaanderen. In Brussel en Wallonië komt het cijfer uit op respectievelijk 145% en 160%. De sterke vertegenwoordiging van de dienstensector en een relatief grote groep kleine KMO’s in Brussel verklaart de structureel lagere productiviteit in het Brussels Gewest.

Nettorendabiliteit
De nettorendabiliteit van het eigen vermogen na belastingen, een waardemeter voor het rendement van de geïnvesteerde middelen, kent in Brussel een lichte verbetering met 0,4 procentpunt. In Vlaanderen en Wallonië blijft het op hetzelfde niveau als in 2013. Voor Brussel betekent dit een voorzichtige inhaalbeweging van de achterstand ten opzichte van de andere Gewesten.  De nettorendabiliteit blijft in alle regio’s onder het niveau van 2007 zitten. Toen werd in België een algemeen rendabiliteitsniveau gehaald van 9,5% ten opzichte van 8,6% in 2014.

Solvabiliteit
De solvabiliteit geeft weer welke de capaciteiten van een onderneming zijn om de korte- en langlopende schulden te kunnen aflossen. De indicator kent een algemeen dalende tendens over de periode 2005-2014, hetgeen positief is want de schuldgraad van de bedrijven zakt en zit op het laagste niveau van de voorbije 10 jaar. Het eigen vermogen en dus de financiële buffer van de KMO’s zit dus op hoogste niveau sinds 10 jaar. Dit geeft aan dat de KMO’s hun financiële positie verstevigen. De mediaanwaarde van het solvabiliteitscijfer komt voor Vlaanderen op een niveau van 63,5%. In Brussel en Wallonië is dit cijfer respectievelijk 68,8% en 68%. Het is voor alle gewesten het laagste en daarmee het beste niveau sinds 2005.

Financiële onafhankelijkheid
De graad van financiële onafhankelijkheid geeft weer in welke mate een onderneming zich meer met eigen vermogen - en dus minder met vreemd vermogen - financiert. Het cijfer stijgt van 2005 tot 2009. In 2010 en 2011 daalt het cijfer licht, om vanaf 2012 beduidend toe te nemen. In Vlaanderen bedraagt de mediaanwaarde in 2014 36,9%. In Brussel is dit 31,9% en in Wallonië is dit 32,4%. Het is voor alle gewesten het hoogste cijfer over de periode 2005-2014.
 
Dekkingsgraad vreemd vermogen
De dekkingsgraad van het vreemd vermogen door de cashflow is een maat voor de schuldaflossingscapaciteit van een vennootschap. In Vlaanderen bedraagt de dekkingsgraad van het vreemd vermogen door de cashflow 15,7%. In Brussel is dit 10,6% en in Wallonië 15%. In 2009 werd het dieptepunt genoteerd, daarna is de dekkingsgraad van het vreemd vermogen blijven stijgen met uitzondering van 2013.
 
Liquiditeit
De liquiditeit geeft weer in welke mate een onderneming in staat is om haar schulden op korte termijn terug te betalen. De liquiditeitspositie van de kmo-vennootschappen kent een positieve evolutie tot 2007. In 2008 en 2009 is een stabilisering van het cijfer op te merken om in 2010 en 2011 licht te dalen. Vanaf 2012 stijgt de liquiditeitspositie van de ondernemingen. In 2014 bedraagt het liquiditeitscijfer voor Vlaanderen 1,36, voor Brussel 1,24 en voor Wallonië 1,25.
 
FiTo®-meter
Door een logittransformatie toe te passen op 8 verschillende financiële ratio’s kunnen we de FiTo®-meter samenstellen, die de verschillende parameters in 1 cijfer integreert. Voor wat de Brusselse bedrijven betreft, is de financiële gezondheid slechter dan die van het Belgisch niveau. Hier is geen sprake van een inhaalbeweging, al verergert de situatie ook niet en volgt ze dezelfde evolutie als in de andere gewesten. Brussel haalt in 2014 een FiTo®-score van 0,5660. Voor Vlaanderen en Wallonië bedraagt de FiTo®-score respectievelijk 0,5804 en 0,5757.

Multiscore – kans op faillissement
De multiscore geeft een indicatie van de kans op faling en het groeipotentieel van een kmo. Uit de analyse bleek dat 13,3% van de kmo’s in België een groot risico op faling hebben en een beperkt groeipotentieel. Ook deze Multiscore kent in Brussel een positieve evolutie. Het is het laagste cijfer van de voorbije 10 jaar. Maar het aandeel van de bedrijven met een verhoogd risico is in Brussel veel hoger in vergelijking met de andere gewesten. Het cijfer voor Brussel bedraagt in 2014 24%. In 2005 was het cijfer wel nog een pak hoger met 30%.  In Vlaanderen geeft de multiscore aan dat 12% van de Vlaamse bedrijven een verhoogd risico lopen op faillissement, in Wallonië 13,3 %.
 

klik hier voor het kmo rapport 2016

Conclusies Brussels Gewest: Bestandhfdst_6_conclusies_voor_brussels_gewest.docx

Meer informatie? Contacteer Anton Van Assche - 0478/444.119 - anton.vanassche@unizo.be

Meer over: Onderneming in moeilijkheden, Faillissement