UNIZO Kopstukkendebat Brussels gewest: Slimme kilometerheffing, fusie politiezones en geharmoniseerde fiscaliteit!

Op donderdag 25 april organiseerden UNIZO en UCM naar aanleiding van de komende gewestverkiezingen een debat tussen de Brusselse lijsttrekkers. Er kwamen tijdens het debat verschillende thema’s aan bod die Brusselse ondernemers aanbelangen: mobiliteit, tewerkstelling, fiscaliteit, veiligheid en de toekomst van de handel.

Alle kopstukken, zowel NL-talig als FR-talig, waren aanwezig in de Sint-Gorikshallen. Eerst gaf Anton Van Assche, Coördinator UNIZO-werking in Brussel, een korte voorstelling van het UNIZO-memorandum voor de gewestverkiezingen met specifieke aandachtspunten om het ondernemingsklimaat in Brussel te verbeteren. Klik hier om het memorandum te lezen.

Bijna alle debatdeelnemers zijn voor een slimme kilometerheffing in Brussel: Pascal Smet (one.brussels) richt zich vooral op autogebruikers die hun gedrag moeten aanpassen ‘Als de pendelaars hun auto zouden delen, zouden er geen files meer zijn’.
Guy Vanhengel (Open VLD) is geen tegenstander van een slimme kilometerheffing maar vindt dat de invoering daarvan stapsgewijs moet gebeuren en in samenwerking met de andere gewesten. Hij stelt evenwel vast dat er in de politiek een gebrek aan continuïteit is om zulke grote projecten te kunnen invoeren. Alleen MR-kopstuk Vincent De Wolf staat weigerachtig tegenover het idee: ‘heffingen zijn zelden slim’ aldus De Wolf; hij vindt dat er weinig geïnvesteerd wordt in de uitbreiding van de metro in Brussel. Hij bepleit een ‘ecoscore’ waarbij de meeste vervuilende wagens het meest moeten betalen.  Bianca Debaets (CD&V) is voorstander van een slimme kilometerheffing maar vindt een stadstol geen goed idee. Philippe Close (PS) is ook voor de kilometerheffing in overleg en samenwerking met de andere staatsdelen : ‘Als het goed gaat met Brussel, gaat het goed met België’. Elke Van den Brandt pleit ook voor een slimme kilometerheffing, die meer moet kosten als de bestuurder over alternatieven beschikt, en minder als dat niet het geval is. ‘We hebben niet de luxe om te wachten, de files zijn slecht voor onze luchtkwaliteit, onze economie en ons humeur’.  Volgens Clerfayt moeten we echt naar een “regimewissel”, wat de kilometerheffing kan zijn, want ‘er komen jaarlijks trams en metro’s bij, en toch blijven we zitten met de files’.

Met betrekking tot tewerkstelling en het activeren van werkzoekenden, pleit Cieltje Van Achter (N-VA) voor een actievere rol van Actiris en een beperking van werkloosheidsuitkeringen in de tijd. ‘Ook OCMW’s moeten de mensen die een leefloon krijgen begeleiden naar werk’ aldus Van Achter. Vincent De Wolf vindt dat er weinig geïnvesteerd wordt in beroepsopleidingen die eigenlijk een prioriteit in Brussel moeten zijn.
Rachid Azaoum (cdH) zegt: ‘wij hebben veel buurthuizen voor jongeren in Brussel, waarom richten wij geen huizen voor jonge ondernemers op in onze wijken?’. Volgens Vanhengel is werkloosheid meer een onderwijsprobleem dan een opleidingsprobleem. Taalkennis is het sleutelwoord aldus de VLD-kopstuk: ‘er zijn geen tweetalige werkzoekenden bij Actiris. Ons onderwijs moet meertalige jongeren produceren die op 18 jaar leeftijd Frans, Nederlands en Engels spreken’.  Volgens Vincent De Wolf legde de vorige regering vreemde prioriteiten : “Museum Kanal kost 150 mio € en in totaal werd er 85 mio € geïnvesteerd in opleiding”.

Veiligheid is een thema dat Brusselse ondernemers interesseert. Cieltje Van Achter (N-VA) vindt dat de Brusselse overheid hier faalt in één van haar basistaken: het garanderen van de veiligheid. Ze wijt dit aan de institutionele belemmeringen en pleit dus voor één politiezone. Claude Moniquet (Lijst Destexhe) vindt dat er nood is aan meer personeel bij politie en justitie. Repressie is een must om alle vormen van criminaliteit te bestrijden. Voor Pascal Smet is de oplossing ook een fusie van de Brusselse politiezones ‘Als een stad als New York of Londen een politiezone heeft, dan kan Brussel dat ook’. Ook bepleit hij een ‘ketenbenadering’, waarbij zowel onderwijs, straathoekwerkers en politie samenwerken. De politie moet volgens Smet ook meer uit de combi komen en zich bijvoorbeeld met de fiets verplaatsen. Bernard Clerfayt (Défi) denkt niet dat 1 politiezone in Brussel het onveiligheidsprobleem zal oplossen : ‘de cijfers zeggen het tegenovergestelde; sinds de politiehervorming zijn de onveiligheidsproblemen in Brussel afgenomen, in tegenstelling tot de steden met één politiezone zoals Antwerpen, Luik of Charleroi. Philippe Close (PS) pleit voor mobiele politiecommissariaten om snel te kunnen ingrijpen in geval van inbreuken of overlast. Het voorbeeld van Amsterdam, met de buurtregisseurs, inspireert hem ook om aan de inwoners en ondernemers een direct contact met de overheid te garanderen. Bianca Debaets (CD&V) benadrukt het gebrek aan Brussels personeel bij de politie : ‘de samenstelling van ons politiekorps moet een weerspiegeling zijn van de Brusselse demografische realiteit’. Guy Vanhengel pleit voor de integratie binnen de Brusselse politie van de trein- en metrostations, die nu onder een federale bevoegdheid vallen.

Het thema fiscaliteit kon in het debat niet ontbreken. Guy Vanhengel pleit voor een verregaande harmonisering van fiscaliteit over de 19 Brusselse gemeenten. Het verlagen van de m2 belasting kan bekeken worden, maar hij engageerde zich niet verder. Volgens Gilles Vanden Burre (ECOLO) is er nood aan ‘een vereenvoudigd statuut m.b.t. sociale en fiscale bijdragen’ dat hij aan alle Brusselse starters wil aanbieden gedurende eerste drie jaar.  Moniquet is tegen alle aanvullende heffingen en vindt dat bestaande belastingen omlaag moeten gaan.

De toekomst van de Brusselse handel is ook een heikel punt. Alle debatdeelnemers vinden dat lokale handel ondersteund moet worden. Rachid Azaoum (CdH) pleit voor meer begeleiding van lokale handelaars m.b.t. communicatie en marketing. Ook wil hij de fiscale druk op het kadastraal inkomen verminderen. Elke Van den Brandt (Groen) breekt een lans voor ‘koop lokaal’: ‘de overheid moet alle acties rond lokaal kopen ondersteunen’. Ze vindt ook dat de overheid de handelaars meer als partners moet behandelen, met gemeenschappelijke belangen. Smet en Clerfayt benadrukken dat de handel maar kan bloeien in een aantrekkelijke omgeving. Zo vindt Smet dat de ‘de luxewinkels aan de Waterloolaan zich in een publieke ruimte bevinden die verre van luxueus is’. Clerfayt voegt er aan toe dat de handel wel vaart bij een welvarende bevolking. maar , zoals die er zich bevinden hangt niet alleen af van de producten maar ook van de van de omgeving. ‘Luxeartikelen verliezen hun waarde in een verloederde wijk. We moeten verder investeren in de openbare ruimte’. Vincent De Wolf apprecieert een soort van  ‘herindustrialisering’ van de Brusselse handel, via artisanale activiteiten die kwalitatief maatwerk bieden. Mevrouw Debaets wil de leegstand prioritair aanpakken en ook de gratis retourzending van pakjes verbieden. N-VA’ster Cieltje Van Achter verzet zich als enige partij tegen NEO-shopping, de anderen deelnemers aan het debat spreken zich niet uit of zijn koele minnaars. Ze stelt ook vast dat de subsidiemaatregelen onvoorstelbaar ingewikkeld zijn.

 

Meer info: Brussel
Thema: Actueel