Extra bescherming om faillissement door coronacrisis te vermijden

Opgelet!

Deze maatregel liep af op 31 januari 2021 en werd niet verlengd!

De terechte vrees bestaat dat je net als heel wat ondernemers met betalingsproblemen kampt of erger, afstevent op een faillissement. De inkomsten vallen terug, maar de kosten blijven. Hoewel de regering al veel maatregelen nam om deze problemen op te vangen (bv. uitstel van betaling voor fiscale en sociale schulden, economische werkloosheid, kredietverlening), volstaan die niet altijd. Daarom schort de regering tijdelijk de handhavingsmaatregelen (moratorium) op voor ondernemers met schulden. Heb je schulden als ondernemer dan word je tot en met 31 januari 2021 beschermd tegen inbeslagname en faillissement. Voorwaarde is wel dat je als ondernemer op 18 maart 2020 nog in goede doen was. 

Concreet?

Moe(s)t je als onderneming verplicht je deuren sluiten omwille van de coronamaatregelen (besluit van 1/11/2020) dan kan je binnenkort automatisch en tijdelijk een beroep doen op een wettelijke opschorting. Oude én nieuwe schulden kunnen tijdelijk niet onder dwang ingevorderd worden. De opschorting betekent concreet dat:

  • je als ondernemer niet failliet kan worden verklaard op verzoek van schuldeisers. Deze maatregel beschermt je tegen faillissement op dagvaarding, behalve wanneer het openbaar ministerie het vordert bij de rechtbank. Je kan uiteraard eigen faillissement zelf nog aanvragen..
  • je beschermd bent tegen inbeslagnames (met uitzondering van beslag op onroerende goederen). Elke lopende procedure wordt geschorst.
  • Al gesloten en lopende overeenkomsten kunnen niet (eenzijdig of gerechtelijk) beëindigd worden wegens wanbetaling (niet van toepassing op arbeidsovereenkomsten).
  • als je in een procedure tot gerechtelijke reorganisatie zit, geniet je van een verlenging van betalingstermijnen onder een reeds gehomologeerd reorganisatieplan.
  • De procedure van invordering van onbetwiste geldschulden kan niet worden toegepast.

Belangrijk is dat deze maatregel helemaal géén afbreuk doet aan de plicht tot betaling van de schulden. Het is dus geen alibi om niet meer te betalen. Wie kan betalen, moet betalen, ook al is een gedwongen invordering tijdelijk niet meer mogelijk. De voorzitter van de ondernemingsrechtbank kan nog steeds en op verzoek van schuldeisers de tijdelijke opschorting opheffen, waardoor het helemaal geen vrijgeleide is om de situatie te misbruiken.

Enkele belangrijke opmerkingen: geniet élke ondernemer van de opschorting?

  • Neen, enkel ondernemingen die verplicht gesloten werden wegens de coronamaatregelen (besluit van 28/10/2020 en van 1/11/2020) én die niet in staking van betaling waren op 18 maart 2020, worden beschermd door het moratorium. Indien je omzetverlies lijdt door de coronacrisis, maar indien je dus niet verplicht bent of was om je deuren te sluiten, dan kan je niet genieten van de bescherming die het moratorium biedt. .
  • Bewarend en uitvoerend beslag op onroerende goederen blijft mogelijk.
  • De voorzitter van de ondernemingsrechtbank kan de opschorting wel (deels of volledig) opheffen. Enkel de voorzitter van de ondernemingsrechtbank kan dit, dus niet een beslagrechter of een schuldeiser. Heft de voorzitter van de ondernemingsrechtbank het moratorium op, dan moet hij nagaan of een schuldenaar werd getroffen door de coronacrisis (bv. is zijn omzet of activiteit gedaald? Deed hij een beroep op tijdelijke of volledige werkloosheid? Heeft de overheid bevolen om de winkel te sluiten? Is er sprake van fraude? Etc.)

De bescherming is in werking getreden op 24 december 2020 en zal van toepassing zijn tot en met 31 januari 2021.