9 september: Dag van het (on)gelijk pensioen voor zelfstandigen

Vorig jaar riep UNIZO 30 augustus uit tot dag van het (on)gelijk pensioen voor zelfstandigen. Dit omdat zelfstandigen voor hetzelfde inkomen maar 66% van het pensioen van een werknemer kregen. Ondertussen heeft het lobbywerk van UNIZO er al voor gezorgd dat dit percentage naar 69% is opgetrokken (zie de kader hieronder). Daardoor valt de dag van het (on)gelijk pensioen voortaan op 9 september. 
Het pensioen van de zelfstandigen is dus een beetje verbeterd, maar UNIZO blijft erbij: Zelfstandigen moeten dus recht krijgen op een gelijk pensioen. We roepen iedereen op deze eis mee te ondersteunen. Lees even mee.

Het gemiddelde pensioen van een zelfstandige bedraagt 911 euro. Een werknemer krijgt 1.267 euro en een ambtenaar ruim 2.600 euro. Een alleenstaande zelfstandige heeft een maximumpensioen van 1.405,28 euro. Bij de werknemers is dat 2.390,76 euro.

Hoe komt dat?

In de eerste plaats omdat zelfstandigen tot 1984 een forfaitair pensioen kregen in plaats van een pensioen berekend op basis van het inkomen en de bijdragen die betaald zijn.

Ook het inkomen zelf speelt een rol. Zelfstandigen hebben over het algemeen een lager inkomen dan werknemers of ambtenaren. 

Maar de belangrijkste reden voor de lage pensioenen bij zelfstandigen heeft te maken met de zogenaamde correctiecoëfficiënten. Een pensioen wordt berekend op basis van het inkomen dat iemand gedurende zijn loopbaan heeft verdiend. Bij zelfstandigen wordt dat inkomen echter 'gecorrigeerd' (lees: naar beneden getrokken). Ze krijgen maar pensioen voor 69% van het inkomen waarop ze bijdragen hebben betaald. De reden voor die ongelijke behandeling zou zijn dat zelfstandigen minder sociale bijdragen betalen dan werknemers. Ondertussen is echter bewezen dat dat argument niet meer klopt. 

Zelfstandigen betalen voldoende bijdragen

Zelfstandigen betalen een sociale bijdrage van 20,5% op hun inkomen, terwijl voor een werknemer over het algemeen een werkgeversbijdrage van 25% en een persoonlijke bijdrage van 13,07% wordt betaald. De bijdragen bij de werknemers dienen echter om een veel uitgebreider stelsel van sociale zekerheid te financieren. Deze percentages geven dus een vertekend beeld. Als je enkel kijkt naar het deel van de bijdragen dat dient om het pensioen te financieren, ziet het plaatje er totaal anders uit.

Het ABC (Algemeen Beheerscomité voor het Sociaal Statuut van de Zelfstandigen) maakte daarover een analyse (zie link naar het rapport beneden). Dit rapport bewijst duidelijk dat zelfstandigen in ruil voor hun sociale bijdragen minder pensioen krijgen dan een werknemer.

Bovendien zijn er heel wat gevallen waarin een zelfstandige meer sociale bijdragen betaalt dan een werknemer. Dat is zeker het geval voor zelfstandigen met een laag inkomen. De wereld op zijn kop!

Maak een einde aan deze onrechtvaardigheid! UNIZO wil dat zelfstandigen gewaardeerd en rechtvaardig behandeld worden. Daarom vragen we een gelijkschakeling van de pensioenberekening voor zelfstandigen en werknemers.

Veel zelfstandigen liggen wakker van de vraag hoe ze hun oude dag zullen doorkomen. Het is tijd om daar een serieus antwoord op te geven.
 

Wil jij ook een gelijk pensioen of vind jij ook dat zelfstandigen een gelijke behandeling moeten krijgen?

  • Steun onze actie via Facebook! Like & share! #gelijkpensioen

Wil je alles weten?

Hoe heeft UNIZO de pensioenberekening al verbeterd van 66% naar 69%?

Zoals hierboven beschreven wordt het inkomen van een zelfstandigen dat meegeteld wordt in de pensioenberekening eerst naar beneden getrokken door het te vermenigvuldigen met een zogenaamde correctiecoëfficiënt. Vanaf 2003 bedroeg de correctiecoëfficiënt 0,66325 op het inkomen tot aan het eerste plafond (48.054,36 EUR in 2018) en 0,541491 tot aan het tussenplafond dat geldt voor de berekening van de sociale bijdragen (58.513,59 EUR in 2018).

Voor UNIZO was en is het een prioriteit om deze coëfficiënten af te schaffen. In het kader van de welvaartsaanpassingen kregen we de mogelijkheid om hierin een stap vooruit te zetten. De regering stelde namelijk een budget van 83,4 mio EUR ter beschikking om de uitkeringen van de zelfstandigen te verhogen. UNIZO pleitte ervoor om een deel van dit budget aan te wenden om de correctiecoëfficiënten op te trekken. Dit is ook zo gebeurd. De twee coëfficiënten werden vervangen door één enkele, met een waarde van 0,69154. Deze nieuwe coëfficiënt zal van toepassing zijn voor de loopbaanjaren vanaf 2019.