Instandhoudingsdoelstellingen in het Natura 2000-netwerk

Het Natura 2000–netwerk is een Europees ecologisch netwerk van Vogel- en Habitatrichtlijngebieden. In die gebieden, ook speciale beschermingszones genoemd, moeten maatregelen genomen worden om de aanwezige diersoorten en hun leefgebieden te behouden of hun toestand te verbeteren. Vlaanderen heeft 104.888 ha Habitatrichtlijngebied en 98.423 ha Vogelrichtlijngebied gemeld bij Europa. Wegens overlapping vormt dit samen een oppervlakte van 166.187 ha, circa 12% van Vlaanderen. In een speciale beschermingszone zijn er meestal verschillende eigenaars en gebruikers: naast het Agentschap voor Natuur en Bos bezitten ook privé-eigenaars zoals landbouwers, boseigenaars, steden of gemeenten, natuurverenigingen, en sommige bedrijven gronden in de speciale beschermingszone.

Onlangs organiseerde UNIZO een webinar over de Natura 2000-doelstellingen. U kan de opname van dit webinar hier nog bekijken:

 

NATURA 2000-Managementplannen

Nu de natuurdoelen zijn goedgekeurd, wordt voor elk Natura 2000-gebied een managementplan opgemaakt.  Dat plan beschrijft hoe de natuurdoelen voor een gebied gerealiseerd kunnen worden. Het bevat de vereiste maatregelen en legt vast wie wat gaat doen. Het is het draaiboek van een Natura 2000-gebied. De maatregelen moeten ook haalbaar en betaalbaar zijn.  Die afweging tussen natuurdoelen enerzijds en economie, landbouw, cultuur, recreatie… anderzijds, zit in het managementplan vervat. De eerste managementplannen zijn nu in opmaak. Vooraf wordt er nog overleg gepleegd met de doelgroepen (jagers, landbouwers, natuurverenigingen, vertegenwoordigers van de economische sectoren, …..).  Dat gebeurt via zgn. overlegplatformen in de verschillende gebieden  Hierna vindt U een kalender met de planning van de overlegplatformen voor de Natura2000-gebieden:

NATURA 2000-gebied Overlegplatform 1 Overlegplatform 2
Bos- en Heidegebieden A'pen 14 januari 2015  
Vijvergebied + De Maten Limburg 20 januari 2015 28 mei 2015
Kalmthoutse Heide 22 januari 2015  
Kampenhout 26 januari 2015 27 april 2015
Bosbeekvallei Limburg 27 januari 2015 19 mei 2015
Grote Nete 28 januari 2015  
Hallerbos 2 februari 2015 12 mei 2015
Haspengouw Limburg 3 februari 2015 7 mei 2015
Fortengordels (prov. Antwerpen) 4 februari 2015  
Demervallei 9 februari 2015 18 mei 2015
Kleine Nete 10 februari 2015   
Zandig Vlaanderen Oost-O. (Oost-Vl.) 10 februari 2015 4 juni 2015
Zandig Vlaanderen Oost-W. (Oost-Vl.) 12 februari 2015 4 juni 2015
Overgang Kempen-Haspengouw 12 februari 2015 5 mei 2015
Jekervallei 24 februari 2015 2 juni 2015
Vlaamse Ardennen O. 24 februari 2015 16 juni 2015
Zoniën 25 februari 2015  
Vlaamse Ardennen Centraal 26 februari 2015 16 juni 2015
Schietvelden (Noorderkempen) 26 februari 2015  
Krekengebied Oost-Vl. 3 maart 2015 9 juni 2015
Heesbossen (prov. A'pen) 4 maart 2015  
Dijlevallei 5 maart 2015 8 juni 2015
Hoge Kempen Limburg 10 maart 2015  
Vlaamse Ardennen W. 11 maart 2015 16 juni 2015
Voerstreek + Caestert 12 maart 2015 23 juni 2015
Maasvallei 17 maart 2015 30 juni 2015
Wingevallei 19 maart 2015 2 juni 2015
Abeek + Itterbeek Limburg 24 maart 2015 9 juni 2015
Kempense Kleiputten 25 maart 2015  
Zandleemstreek (Oost-Vl.) 26 maart 2015 2 juni 2015
Zwarte Beek (Limburg) 31 maart 2015 4 juni 2015
Turnhouts Vennengebied 1 of 2 april 2015  
Mangelbeek 21 april 2015 7 juli 2015
Zandig Vlaanderen West (West-Vl.) 23 april 2015  
Duinen 28 april 2015  
Hageven 28 april 2015 9 juli 2015
West-Vlaams Heuvelland 12 mei 2015  
Polders Begin juni 2015  

Er zijn dus verschillende overlegplatformen op verschillende data voor verschillende gebieden.
Een kaartje met de grafische situering van de verschillende gebieden "Zandig Vlaanderen Oost", "Krekengebied", "de Vlaamse Ardennen", etc... in de provincie Oost-Vlaanderen vindt u hierna:

Kaartnatura2000gebiedenWie wil betrokken worden bij het overleg in een bepaald (deel)gebied dient contact op te nemen met:
Piet Vanden Abeele
Milieu-adviseur UNIZO Studiedienst
E-mail: piet.vandenabeele@unizo.be

Voortoets

De voortoets moet aan de ondernemer duidelijk maken of er al dan niet een Passende Beoordeling moet uitgevoerd worden voor een project of bedrijfsuitrbreiding. Bedoeling van een voortoets is dat een initiatiefnemer van een project kan nagaan of er een risico is op een betekenisvolle aantasting van de in het kader van de Europese vogel- en habitatrichtlijnen belangrijke leefgebieden en soorten die voorkomen in een NATURA2000-gebied. Als de voortoets aangeeft dat er géén risico op een significant effect te verwachten is, dan dient de initiatiefnemer geen passende beoordeling op te maken. Is er een risico op een betekenisvolle aantasting dan is verder onderzoek of overleg met het Agentschap Natuur en Bos (ANB) aangewezen om aan te geven of er een betekenisvolle aantasting kan zijn. Hieruit zal dan blijken of er al dan niet een passende beoordeling vereist zal zijn. Indien al op voorhand duidelijk is dat er wel een betekenisvolle aantasting zal optreden (bv. de aanleg van een weg dwars door een NATURA2000-gebied), kan de fase van de voortoets worden overgeslagen en onmiddellijk een passende beoordeling worden uitgevoerd. Momenteel werkt men aan een online-tool, een gebruiksvriendelijk instrument dat de impact (bv. stikstofdepositie, afvalwaterlozing, grondwateronttrekking, …) van een nieuw (bedrijfs)project of bedrijfsuitbreiding visualiseert.  Bedoeling is om via een online-vragenlijst en een grafische module met perceelsgegevens na te gaan of bv. een nieuw bedrijfsproject met stookinstallatie (en dus NOx-emissies) impact heeft op bv. een nabijgelegen NATURA2000-gebied.  De tool brengt de stikstofdepositie grafisch in beeld. Het visualiseren van de impact moet duidelijk maken of er invloed is op het NATURA2000-gebied. Die online-tool is momenteel nog in experimentele fase.

Veel gestelde vragen...

 

Roerdomp grote pimpernel
De Roerdomp De grote Pimpernel

Europese regelgeving bepaalt dat de EU-lidstaten instandhoudingsdoelstellingen moeten vastleggen voor deze gebieden.  Bij de uitvoering van de instandhoudingsdoelstellingen moet rekening gehouden worden met economische, sociale, culturele en recreatieve eisen.  Daarom werden de verschillende maatschappelijke groepen van bij de start van het proces erbij betrokken. Door deze groepen van betrokkenen van bij de start van het proces te informeren en te raadplegen, wil men het draagvlak voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen vergroten. Sinds 2007 is er overleg op Vlaams niveau. Doel is om de lokale gevoeligheden en mogelijke knelpunten te weten te komen zodat de instandhoudingsdoelstellingen zo realistisch mogelijk opgesteld worden.

boomkikker Bruine Vuurvlinder
De Boomkikker De bruine Vuurvlinder

 

Ligt uw onderneming of terrein in of vlakbij een Natura 2000-gebied?

Voor een goede situering van de Natura 2000-gebieden, of om op kaart na te gaan of een perceel in een Natura 2000-gebied ligt, of er aan grenst, kan u best de website van het Agentschap voor Geografische informatie Vlaanderen (Agiv) gebruiken.
Via het vergrootglasicoontje kan u op deze kaart inzoomen. U kan ook het icoontje met de straat aanklikken en daar uw adres ingeven. 

Info: Heeft u eigendom en/of bent u actief in een speciale beschermingszone? U wil graag betrokken worden in het overlegproces dat de Vlaamse Overheid opzet voor het bepalen van deze instandhoudingsdoelstellingen? U wil onze organisatie vertegenwoordigen? U wil goed op de hoogte blijven van de situatie in je regio?
Stuur hier een mailbericht naar Piet Vanden Abeele, milieu-adviseur UNIZO-Studiedienst, of bel: 02/238 05 31.

Periode 2013-2014: Implementatie van natuurdoelen op het terrein
Na de periode van overleg omtrent de tientallen rapporten met specifieke instandhoudingsdoelstellingen voor de verschillende gebieden, moet nu de volgend fase volgen: implementatie van de natuurdoelen op het terrein.
De realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen (Natura 2000) zal in het drukbevolkte en sterk versnipperde Vlaanderen een impact hebben op de socio-economische activiteiten die plaatsvinden in en in de omgeving van de afgebakende Natura 2000-gebieden. De grote uitdaging waarvoor Vlaanderen staat kan enkel slagen als de instandhoudingsdoelstellingen op een doordachte en verantwoorde manier op het terrein kunnen worden geïmplementeerd zonder dat daar disproportionele gevolgen aan verbonden zijn voor het economisch weefsel en de recreatiesector.
De vaststelling van de instandhoudingsdoelen kan aanzien worden als het vaststellen van een nieuw normenkader. Er is vandaag wel een zekere beleidsruimte om dit normenkader op omzichtige en maatschappelijke verantwoorde wijze in te vullen. Een zorgvuldige en dynamische balans tussen mens, natuur, recreatie en economie is absoluut noodzakelijk voor de realisatie van een effectief beleid en voor de creatie van een draagvlak op het terrein. Een effectief beleid en een draagvlak op het terrein zijn op hun beurt noodzakelijke voorwaarden voor het succesvol implementeren van de instandhoudingsdoelstellingen in Vlaanderen.

Kader voor implementatie van de natuurdoelen
Als kader voor de implementatie vermeldt de Implementatienota die de Vlaamse overheid uitwerkte de Habitat- en Vogelrichtlijn, de Biodiversiteitsstrategie van de Europese Commissie, en Vlaanderen in Actie dat een duidelijke inspanningsverbintenis bevat inzake de implementatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Zo zal Vlaanderen in 2020 voldoende habitat hebben ingericht, herbestemd, verbeterd of afgebakend om 70% van de instandhoudingsdoelen te realiseren. Kortom, Vlaanderen heeft gekozen voor een ambitieuze omzetting van de Habitat- en Vogelrichtlijn.
Om de ambitieuze doelstellingen te realiseren zijn volgens de landbouw- en werkgeversorganisaties:
(1) voldoende middelen noodzakelijk,
(2) dient het natuurbeleid gefocust te worden op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen,
(3) is een sturend Managementplan Natura 2000 nodig
(4) dienen voldoende middelen uitgetrokken te worden voor een objectieve en transparante monitoring.

Voldoende middelen
De middelen vereist voor de inrichting en het beheer van de Natura 2000- gebieden werden in de “Implementatienota Natura 2000” op hoofdlijnen in kaart gebracht. De twee detailprojecten m.b.t. de impactanalyse in het Groot Schietveld en de Vlaamse Ardennen toonden aan dat de implementatie van de instandhoudingsdoelstellingen, zowel op het vlak van direct ruimtebeslag als op het vlak van vergunningenbeleid, gevolgen kunnen hebben in sommige gebieden voor een aantal socio-economische sectoren. Om de inrichting van de leefgebieden (habitats) te faciliteren, de impact te milderen en het draagvlak te behouden voor de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen zal de inzet van een specifiek flankerend beleid noodzakelijk zijn. Daarbij kan gedacht worden aan instrumenten zoals de grondenbank, de kavelruil, een opkoop- en schaderegeling…  Om de rechtszekerheid van bestaande ondernemingen en activiteiten in of vlakbij de Natura 2000-gebieden maximaal te garanderen, moet, naast het flankerend beleid, ingezet worden op fasering, op overgangsbepalingen, op planologische ruil en gespreide inzet in de tijd van de beschikbare instrumenten.

Passende Beoordeling
Om goed te kunnen inschatten of ingrepen, ondernemers-activiteiten, recreatie-projecten, of andere economische activiteiten in of nabij Natura 2000-gebieden effecten kunnen hebben op de natuurlijke kenmerken van die gebieden vraagt de overheid een Passende Beoordeling.  Europese Richtlijnen stellen dat moet vermeden worden dat ingrepen, economische activiteiten,… in of nabij Natura 2000-gebieden schade kunnen berokkenen aan leefgebieden, broedplaatsen, fauna en flora in de Natura 2000-gebieden.  De Passende Beoordeling is een eerste stap die moet vermijden dat bv. onherstelbare schade zou optreden ter hoogte van deze gebieden.  Zo kunnen ondernemers verplicht worden om voor nieuwe vergunningsplichtige activiteiten, vergunningsplichtige uitbreidingen, e.d., een Passende Beoordeling (te laten) opmaken. De Passende Beoordeling is een document dat bij de vergunningsaanvraag moet gevoegd worden. Het Agentschap voor Natuur en Bos (ANB) geeft advies op het document en kan bijkomende voorwaarden opleggen om schade te beperken, compenseren, herstellen of kan om een aanpassing van de voorziene plannen vragen.
Een belangrijk onderdeel van de Natura 2000- Implementatiefase is de oprichting van een zogenaamde Ondersteunende Databank Passende Beoordeling die er toe moet leiden dat een initiatiefnemer bij de opmaak van een Passende Beoordeling enkel nog de impact van zijn project in beeld moet brengen. De overheid heeft de verantwoordelijkheid om op een objectieve en wetenschappelijk onderbouwde wijze de gegevens m.b.t. de staat van instandhouding van habitats en soorten en de actuele milieudrukken ter beschikking te stellen. Gezien de potentiële economische impact via het vergunningenbeleid moet, volgens landbouworganisaties (Boerenbond en ABS) en werkgeversorganisaties (UNIZO en VOKA), op korte termijn een degelijk en objectief monitoringsysteem worden opgezet, moeten gegevens beschikbaar worden gesteld via databanken en moeten voldoende middelen worden voorzien om dit te realiseren.

Passende Beoordeling mag geen vergunningenstop veroorzaken!
Via het instrument van de Passende Beoordeling zullen socio-economische activiteiten in en in de omgeving van een Natura 2000-gebied getoetst worden op hun eventuele betekenisvolle impact op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Via de passende beoordeling wordt elke economische activiteit of publiek investeringsproject (infrastructuur…) die potentieel een invloed heeft op de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen gevat. Van zodra een betekenisvolle impact wordt vastgesteld dienen milderende maatregelen te worden genomen of dient de activiteit te worden stopgezet. In de Implementatienota worden de kernelementen van de praktische wegwijzers ‘Passende beoordeling’ beschreven.  Er wordt een onderscheid gemaakt tussen enerzijds de milieudrukken waarvoor een programmatische aanpak is uitgewerkt en anderzijds de milieudrukken waarvoor geen programmatische aanpak is uitgewerkt.
Van zodra lokaal de grenswaarden worden overschreden kunnen volgens de Implementatienota geen vergunningen meer uitgereikt worden voor nieuwe activiteiten die de milieudruk verder verhogen. Hervergunningen voor bestaande (economische) activiteiten zijn enkel mogelijk als daarmee de eigen impact volledig wordt weggenomen of de overschrijding van de grenswaarde volledig wordt teniet gedaan. Gezien de mate van overschrijding van bepaalde milieudrukken kan de toepassing van dit scenario potentieel wel tot een de facto vergunningenstop leiden en kunnen bestaande bedrijven verplicht worden om hun activiteiten stop te zetten. Om dit te vermijden moet zo snel als mogelijk een programmatische aanpak worden uitgewerkt voor het terugdringen van de overschrijdingen van de milieudrukken met de zwaarste impact.

Milieudruk verlagen via programmatorische aanpak
Voor de landbouworganisatie (ABS, Boerenbond) en werkgeversorganisaties (Voka en UNIZO) is een programmatische aanpak een gebieds- en sectoroverschrijdend, integraal programma om een bepaalde milieuproblematiek, bv. de stikstofproblematiek, het hoofd te bieden.  Met een programmatische aanpak wordt enerzijds beoogd de natuurdoelen voor Natura 2000 te realiseren en anderzijds dat tegelijkertijd duurzame economische ontwikkeling, recreatie, toerisme en cultureel relevante activiteiten mogelijk blijven.  De kern van een programmatische aanpak bestaat uit het maken van bindende afspraken om het milieuprobleem aan te pakken op verschillende niveaus en vanuit verschillende sectoren (landbouw, industrie, verkeer en vervoer). De aanpak is een combinatie van het treffen van brongerichte maatregelen die blijvend leiden tot een daling van de milieudruk en het treffen van gebiedsgerichte maatregelen, bv. hydrologische maatregelen, die leiden tot een verbetering van de natuurkwaliteit van de habitats. Met de programmatische aanpak wordt dan beoogd een deel van de afname van de depositie die door bestaande en nieuwe brongerichte maatregelen kan worden bereikt, te benutten voor nieuwe ontwikkelingen. Dit is de zogenaamde ontwikkelingsruimte. Dit laatste element is voor landbouw- en werkgeversorganisaties een noodzakelijke voorwaarde voor een geslaagde implementatie van een programmatische aanpak: sectoren aanvaarden maar bijkomende brongerichte maatregelen als ze toekomstige ontwikkelingen en uitbreidingen binnen die sector ruimte geven.

Meer info: Milieu