UNIZO: 1 op 3 werknemers werkt in de publieke sector

Lineaire lastenverlaging om werkgelegenheid in private sector te stimuleren

Vorig jaar werkte 34,2% ofwel 1 op 3 loontrekkenden in de publieke sector, zoals de overheid, het onderwijs en de gezondheids-en welzijnszorg. Dat is 2 procent meer dan in 2008 en 4,3% meer dan in 1995. Dat berekende UNIZO op basis van Belgostat-cijfers. Sinds de crisis van 2008 kwamen er in de publieke sector 91.000 jobs bij, dat is 194 procent van de totale werkgelegenheidscreatie. De private sector verloor sinds de crisis 44.000 jobs. In vergelijking met 1995 creëerde de publieke sector 328.000 jobs, de private sector 291.000. Volgens UNIZO is dit onevenwicht in tewerkstellingscreatie problematisch. “Natuurlijk hebben we overheidspersoneel nodig, maar we hebben vandaag al een inefficiënt en log overheidsapparaat. Het afslanken van het overheidsapparaat is een van de prioriteiten om de efficiëntie op te krikken”,  aldus UNIZO. Het argument dat we de overheid nodig hebben om jobs te creëren in tijden van crisis houdt volgens UNIZO geen steek.

"In de jaren zeventig volgde de regering een gelijkaardige logica om de gevolgen van de economische crisis op te vangen. Dit leidde mee tot het huidige overgewicht bij de overheid." De ondernemersorganisatie wijst ook op de concurrentie tussen de overheid en de private sector. “Nu snoept de overheid vaak goede werkkrachten af van KMO’s omdat ze kan uitpakken met veel vakantiedagen en tal van extralegale voordelen”, aldus UNIZO.  Volgens UNIZO situeert het grootste probleem zich echter op het vlak van de loonkosten. Als we het probleem van onze loonkosten aanpakken, zullen we in de private sectoren veel meer jobs creëren dan vandaag het geval is. De ondernemersorganisatie pleit andermaal voor een lineaire lastenverlaging van 5% ofwel 7 miljard. “Enkel zo zorg je voor een structurele en duurzame tewerkstelling bij KMO’s”, zegt UNIZO.