UNIZO: '2,33% minder starters dan vorig jaar'

Vorig jaar kwamen er in ons land 72.643 nieuwe KMO ondernemingen bij. Dat zijn er 1.731, ofwel 2,33%, minder dan in het jaar voordien. Dat blijkt uit de Startersatlas 2013 van UNIZO in samenwerking met Graydon, die de belangrijkste startersstatistieken bundelt. Wel is de knik in het aantal starters kleiner in vergelijking met de daling in 2008 en 2009, toen het telkens ging over een achteruitgang van ruim 3%. Ten opzichte van 2005 nam het aantal starters toe met 27,5%. UNIZO ziet de aanhoudende economische crisis als belangrijke reden voor de daling van het aantal starters. “Zelfs doorgewinterde ondernemers kunnen door de aanhoudende crisis het hoofd moeilijker boven water houden.

De faillissementscijfers liegen er niet om. Als starter heb je het extra moeilijk. Zonder enige buffer moet je opboksen tegen slechtere economische tijden, een hoge belastingdruk, tal van nieuwe fiscale maatregelen, de rechtsonzekerheid over belangrijke dossiers als het statuut arbeiders-bedienden of de loonlastenverlaging”, zegt UNIZO-topman Karel Van Eetvelt. Een goede voorbereiding én begeleiding is dan ook onontbeerlijk. UNIZO geeft alvast een aanzet met de Vlaamse Startersweek van 23 april tot en met 27 april. Elke dag kunnen kandidaat-starters in een andere provinciehoofdstad deelnemen aan infossies, rondlopen op de startersmarkt of professioneel advies vragen aan één van de tientallen experts.

Vlaanderen heeft met 54.7% het grootste aandeel in het aantal ondernemingen. Wallonië en Brussel halen een aandeel van respectievelijk 28% en 13,9%. Wel ging het aantal starters in Vlaanderen er met maar liefst 4,63% op achteruit ten opzichte van vorig jaar. Brussel kent een lichte groei van het aantal starters met 1,82%, Wallonië met 0,10%. Het meest aantal starters vinden we terug in Antwerpen (11.502 of 16,56% van de totale starterspopulatie). Het kleinste aantal starters vinden we terug in Luxemburg: 1,9%.

Forse stijging aantal eenmanszaken - bvba belangrijkste vennootschapsvorm
Het aandeel van de eenmanszaken neemt fors toe van 51,4% in 2011 tot 59% in 2012. Dit heeft voor een deel te maken met de integratie van de vrije beroepen in de Kruispuntbank van Ondernemingen. Het aandeel van de vennootschappen daalt op zijn beurt scherp van 49% in 2011 tot 41% in 2012. Ondanks een daling van 5%, blijft de bvba met een aandeel van 20,8% de belangrijkste vennootschapsvorm.

Top 5 startsectoren
40% van de starters situeren zich in de dienstensector. De vrije beroepen halen een aandeel van 12% of ruim 8.700 starters, op de voet gevolg door de bouwsector met een aandeel van 11,2% onder de startende bedrijven of ruim 8.100 bedrijven. Opgesplitst per detailsector, zien we dat het hoogste aandeel bij de zakelijke diensten (9,8%), gevolgd door de detailhandel (9,7%) en bedrijven actief in gespecialiseerde bouwwerkzaamheden (8,7%). Opgesplitst per nacecode, dan scoren  adviesbureaus
op gebied van bedrijfsbeheer en bedrijfsvoering het best. Op de tweede plaats komen de overige detailhandelszaken (bv. deur-aan-deurverkoop), gevolgd door eetgelegenheden met beperkte bediening (bv. bistro’s) en cafés en bars.

Meer en meer vrouwen
41,6% van de starters waren in 2012 vrouwen. Een stijging met ruim drie procent ten opzichte van vorig jaar en bijna 10 procent ten opzichte van 2005. In 2012 werden er in totaal 24.991 of 58,3% mannelijke starters geregistreerd, tegenover 17.844 of 41,6% vrouwelijke starters.

7 op tien ondernemingen na 5 jaar nog actief
Na vijf jaar is nog 69,8% van de opgestarte ondernemingen actief. Concreet betekent dit dat van de 68.692 opgestarte bedrijven in 2008 er begin 2013 nog 47.960 actief zijn. 30,2% of 20.732 ondernemingen overleefden de eerste 5 jaren dus niet. Ten opzichte van vorig jaar is dit een status quo. Gaan we nog verder terug tot starters opgericht in 2005, stellen we vast dat vandaag nog 58,55% actief is.

Overlevingspercentage hoogst in Vlaanderen
Het overlevingspercentage in Vlaanderen ligt een gevoelig stuk hoger dan dat van België. Begin 2013 bestonden in Vlaanderen nog 71,7% van de in 2008 opgestarte bedrijven. Dat is opvallend beter dan Brussel (67,2%) en Wallonië (65,7%). Aan Vlaamse zijde scoren Vlaams-Brabant (73,4%) en West-Vlaanderen (73,2%) het best. Limburg (72,1%) en Oost-Vlaanderen (70,7%) halen evenzeer een relatief hoge overlevingsgraad. Alleen Antwerpen valt op met zijn lage overlevingsgraad van 64,2%. Een sterke daling ook ten opzichte van vorig jaar toen Antwerpen een overlevingsgraad van 70,2% haalde.

Horeca overlevingsgraad van 53,8%
De financiële diensten halen de hoogste overlevingsgraad van 90,8% na 5 jaar, gevolgd door de agro-industrie met 83,2%. Beduidend meer dan de eet- en drinkgelegenheden met 52,4%. Daardoor haalt de hoofdgroep horeca ook maar 53,8%. De sector die het slechtst scoort na 5 jaar is de sector handelsbemiddeling (51,1%).

7 op tien bedrijven zonder knipperlichten
Bij de categorie van actieve bedrijven gaan we op basis van een aantal vooraf vastgelegde knipperlichten na in welke mate een bedrijf financieel gezond of minder gezond is. Van de 47.770 nog actieve bedrijven die werden opgestart in 2008 vertonen er 13.746 of 28,8% één of meerdere knipperlichten. Ruim 7 bedrijven op 10 laten dus geen knipperlichten optekenen.

Multiscore: 8 op tien bedrijven gezond
De multiscore is een index die de bedrijven onderverdeelt op een schaal van 0 tot 100, en is een indicator voor de kans op financiële moeilijkheden maar ook kans op verdere groei van een onderneming. 86,1% van de nog actieve bedrijven uit 2008 haalt scores van meer dan 20. 2.512 ondernemingen behalen een score boven de 80 op 100, wat als zeer gezond mag gecatalogeerd worden. Toch stellen we ook vast dat 6.645 of 13,9% van de in 2008 opgestarte bedrijven het financieel eerder moeilijk hebben (scores lager dan 20).

Eén op tien neemt binnen het jaar personeel in dienst
Vorig jaar nam 11,3% van de starters personeel in dienst binnen het eerste jaar. Van de ondernemingen die 5 jaar geleden werden opgericht en nu nog actief zijn, stelt 20,8% momenteel personeel tewerk. Dat is iets lager in vergelijking met het resultaat van vorig jaar toen 22,1% van de nog actieve ondernemingen in hun eerste 5 jaar personeel in dienst namen.

GINOO-S index: richting meer stopzettingen dan oprichtingen?
De Index GINOO-S toont aan in welke mate een vastgestelde aangroei van het aantal startende ondernemingen die van stopgezette ondernemingen overstijgt of omgekeerd indien de aangroei van de stopzettingen hoger ligt dan de aangroei van de starters. Voor het eerst sinds het bestaan van de index (2007), zakte deze onder het ijkpunt van 70. Sindsdien zakt de index steeds dieper weg en constateren we een begin 2013 een nieuw dieptepunt die de index langzamerhand richting waarde 60 trekt. Als deze evolutie aanhoudt, komen we mettertijd in een situatie terecht waar meer bedrijven worden stopgezet dan opgericht.