UNIZO: Eindelijk afronden tot op 5 eurocent

Ministerraad keurt afrondingsregels tot op 5 eurocent dan toch goed

Vandaag keurde de ministerraad het wetsontwerp om cashbetalingen te kunnen afronden tot op 5 eurocent dan toch goed. Vorige week werd het voorstel in tweede lezing nog afgeschoten na tegenkanting van de PS. UNIZO noemt de beslissing “logisch en terecht”. De ondernemersorganisatie dringt al jaren aan op een afronding en is blij dat het voorstel, op initiatief van minister Geens, er nu eindelijk is doorgeraakt. “Iedereen is de kleinste koperen muntjes liever kwijt dan rijk. Ze leveren een hoop rompslomp op, mensen potten ze op, maar betalen wel meer voor het slaan van de muntjes dan dat ze waard zijn”, zegt UNIZO-topman Karel Van Eetvelt. Zo kost het maken van een euromuntje van 1 of 2 cent naar schatting 2 tot 2,5 eurocent. Een kost van bijna het dubbel van de effectieve waarde waarvoor de belastingbetaler moet opdraaien.

De ondernemersorganisatie wijst ook op het brede draagvlak voor de afrondingsregels. Zowel consumentenorganisaties, vakbonden als werkgevers zijn voorstander. Bovendien zijn er ook de positieve rapporten van de Nationale Bank, de Europese Centrale Bank, het Prijzenobservatorium en de Raad van State. Ook een proefproject van UNIZO en UCM in 2008 kon positieve resultaten voorleggen wat betreft het afronden. Belangrijk is ook dat het afronden, zo blijkt uit al die rapporten en het proefproject, niet tot prijsverhogingen leidt. De afrondingsregels zouden op vrijwillige basis vanaf juni van toepassing zijn. UNIZO bekijkt samen met het kabinet Financiën op welke manier handelaars het voor de consument zichtbaar kunnen maken dat ze cashbetalingen afronden, bijvoorbeeld in de vorm van een logo of affiche. 

Sinds de invoering van de euro in 2002 zijn er 700 miljoen muntjes van 1 cent en 690 miljoen muntjes van 2 cent geslagen. “A rato van 2 tot 2,5 eurocent per muntje lopen de kosten hoog op”, aldus UNIZO. De ondernemersorganisatie vraagt al jaren om bedragen af te ronden tot op 5 eurocent. Zo hield ze in 2008 samen met UCM een proefproject in Waregem en Visé. De resultaten waren positief. Zowel 8 op 10 ondernemers als consumenten stonden positief tegenover het afronden én de afronding leidde niet tot prijsverhogingen. Uit de EU-barometer blijkt dat 91% van de Belgen het stukje van 1 cent graag ziet verdwijnen. 83% vindt dat van het muntstukje van 2 cent. Onderzoek van de Nationale Bank uit 2004 en 2014 bevestigt dan weer dat afronden inderdaad niet tot prijsverhogingen leidt. Ook voor de handelaar is een uitdovingscenario een goede zaak. Hij moet de centjes niet meer in de kassa hebben of moet ze niet meer wegbrengen, bestellen of aanvoeren.