UNIZO n.a.v. event "Nieuw Industrieel Ondernemen": Familiale industriële KMO’s inzetten om negatieve tij te keren

Vandaag en morgen vindt in Antwerpen het event ‘Nieuw Industrieel Ondernemen plaats’, met workshop, demonstraties en debatten. Naar aanleiding van het event wijst UNIZO op de noodzaak om de dalende industrie in ons land weer op te krikken. Zo daalde het aandeel van de industrie in de globale economie van 36% in 1970 naar 16% vandaag.  De daling is nergens zo sterk als in België en het Verenigd Koninkrijk. In Duitsland bijvoorbeeld is dat aandeel nog goed voor 24%. Volgens UNIZO liggen de hoge loonkosten, de inefficiënte overheid, de kleine thuismarkt, het gebrek aan ankerbedrijven en een gebrek aan echte industriële clusters mee aan de basis. Van het derde kwartaal 2008 tot en met het derde kwartaal 2013 verloor ons land, zo blijkt uit het jaarverslag van de Nationale Bank, 68.000 jobs in de industrie. UNIZO trekt aan de alarmbel, maar wijst erop dat het nog niet te laat is om het tij te keren.

De ondernemersorganisatie ziet een belangrijke rol weggelegd voor de KMO’s. “9 op 10 bedrijven in ons land zijn KMO’s. Daarbij zijn er heel wat industriële parels. Desondanks is het aandeel van de KMO’s in de totale toegevoegde waarde van de industrie in België met 40% nog altijd te beperkt. “Willen we onze industrie opnieuw een positieve drive geven, dan moeten alle beleidsniveaus de neuzen in dezelfde richting draaien en inzetten op rol van die KMO’s”, aldus Unizo-topman Karel Van Eetvelt. Dat kan door fors in te zetten op een loonlastendaling, in de eerste plaats voor de industriële KMO’s, het vereenvoudigen van overheidssteun en complexe procedures voor innovatie, onderzoek en ontwikkeling, de export- en innovatiekansen voor KMO’s te bevorderen, een bottum-upcultuur hanteren en het verder aantrekken van ankerbedrijven.  

Het belang van de industrie voor de economie mag in geen geval onderschat worden. Zo levert 1 industriële job naar schatting 2 tot 3 indirecte jobs op in de dienstverlening, handel en logistiek. De industrie is in de OESO-landen goed voor 60% tot 90% van de R&D-uitgaven. Daarnaast trekken industriële multinationals ook de lokale KMO’s naar een hoger niveau en ten slotte is er het belang voor de export.  

Maatregelen
Volgens UNIZO is het noodzakelijk dat de verschillende beleidsniveaus maximaal om elkaar inspelen. In de eerste plaats wijst UNIZO op de hoge loonlasten in ons land. Dat remt België ook in zijn ontwikkeling voor wat betreft de industrie. UNIZO pleit voor een lastenverlaging van 5% ofwel 7 miljard. Vandaag bevoordelen ingewikkelde overheidssubsidies en complexe procedures vooral de grote bedrijven. UNIZO vraagt meer aandacht voor de grote groep van kleine familiale industriële spelers. Die bedrijven blijven vaak op een duurzame manier langer investeren in eigen land en zorgen ook voor meer duurzame tewerkstelling. Via het bevorderen van de export en innovatie-kansen van KMO’s creëer je volgens UNIZO “een industriële Renaissance”. UNIZO pleit voor een innovatiebeleid op maat van de KMO’s en meer inspanningen om ook de exportsteun op hun maat aan te reiken.  In elk geval is volgens UNIZO ook een bottum-up mentaliteit noodzakelijk. “Eerst kijken wat de noden zijn van de bedrijven en van daaruit vertrekken voor het beleid. Niet omgekeerd”, zegt UNIZO-topman Karel Van Eetvelt. Ten slotte vindt UNIZO het belangrijk om ook meer ankerbedrijven, multinationals aan te trekken om ook de lokale KMO’s een duw in de rug van krijgen. Ze worden namelijk mee ingeschakeld in de internationale waardeketen.