UNIZO over cijfers laattijdige betalingen van Intrum: Aanpassingen aan wetsvoorstel nieuwe invorderingsprocedure geen vereenvoudiging”

  • 1 op 4 ondernemers hanteert aanwervingsstop door laattijdige betalingen
  • Meer dan 1 op 3 beschouwt laattijdige betalingen als bedreiging voortbestaan onderneming

1 op 4 van de Belgische bedrijfsleiders hanteert een aanwervingsstop die mee wordt veroorzaakt door laattijdige betalingen. 1 op 10 ziet in diezelfde laattijdige betalingen een oorzaak die leidt tot het ontslag van werknemers. Meer dan 1 op 3 van de Belgische ondervraagden vindt laattijdige betalingen een bedreiging voor het voorbestaan van zijn onderneming. Dat blijkt uit de European Payment Index 2014 van Intrum. “Laattijdige betalingen hebben niet alleen een  enorme impact op het ondernemerschap, maar ook op de tewerkstelling in ons land. Het is vijf voor twaalf om achterstallige betalingen aan te pakken”, reageert UNIZO-topman Karel Van Eetvelt. Eind vorig jaar keurde de ministerraad nog een voorstel tot een nieuwe betalingsbevelprocedure goed. UNIZO drong hier al langer aan.  De nieuwe procedure geldt voor niet-betwiste vorderingen tot 2.500 euro als de klant een consument is en onbeperkt wanneer het een B2B-relatie betreft. “Maar intussen zijn twee wijzigingen aan het wetsvoorstel aangebracht en die dragen allesbehalve bij tot een snelle en efficiënte invordering van laattijdige facturen”, zegt UNIZO.

Zo moet een ondernemer bij elke vraag tot een betalingsbevel naar de rechtbank voor een verzoeningszitting. Dat kost tijd en geld, want hij moet ofwel zijn zaak sluiten ofwel die aan iemand anders overlaten. Bovendien beschouwt UNIZO dit als overbodig, want “het gaat sowieso al over een onbetwiste factuur, dus de aanwezigheid is niet nodig”. UNIZO pleit voor een volledig schriftelijke procedure. Slechts in uitzonderlijke gevallen zou een ondernemer in de rechtbank moeten aanwezig zijn. Daarnaast moet de ondernemer die een betalingsbevel aanvraagt bij zijn aanvraag het bewijs meeleveren dat hij zijn ingebrekestelling(en) naar het juiste adres van de schuldenaar heeft verstuurd.  Is de schuldenaar een vennootschap, dan moet de ondernemer een kopie uit de KBO meesturen. Is de schuldenaar een consument, dan moet de ondernemer een uittreksel uit het bevolkingsregister meegeven. “Maar die uittreksels moet de ondernemers opvragen bij de overheid, wat hem wederom tijd en paperassenwerk kost”, aldus UNIZO. “Van een echte vereenvoudiging is geen sprake”, besluit de ondernemersorganisatie. UNIZO bepleit ten slotte nog een nieuwe invorderingsprocedure voor betwiste facturen.