UNIZO over dalend aantal leercontracten: Maak van leertijd een evenwaardige beroepsopleiding

Opnieuw 103 leerjongeren minder dan jaar voordien

Op dit moment zijn er 2.956 jongeren actief binnen een leertijd of stageovereenkomst, dat zijn er 103 minder dan in dezelfde periode vorig jaar (3.059). De daling zet zich jaar na jaar verder. UNIZO is niet verbaasd. “We moeten de leertijd of het leercontract opwaarderen. Enkel wanneer je er een volwaardige beroepsopleiding van maakt, kan de combinatie werken en leren werken”, aldus UNIZO-topman Karel Van Eetvelt. Het nut van de combinatie leren en werken is meer dan eens bewezen. Ook bij de hervorming van het onderwijs staat praktijkervaring voorop is de combinatie tussen leren en werken als volwaardige leerlijn opgenomen. UNIZO dringt erop aan om de Vlaamse leertijd te versterken. Ze denkt onder meer aan een grotere betrokkenheid van de sectoren, een ruim aandeel voor stage en of werkplekleren in de opleidingen, een betere afstemming tussen alle betrokken actoren en een kwaliteitscontrole.  “Het kan niet zijn dat leerjongeren een beroepsopleiding volgen zonder praktijkervaring. 7 op 10 werkgevers hecht bij aanwerving het meest belang aan werkervaring. Het is dus van groot belang dat jongeren al zo vroeg mogelijk proeven van de arbeidsmarkt”, zegt UNIZO.
 
Volgens UNIZO moeten de sectoren een rol krijgen in de leertijd. Niet enkel bij het aanbieden van werkplekken, maar ook bij de inhoud van de opleiding, de opvolging van de cursist en de kwaliteitsbewaking. De ondernemersorganisatie benadrukt dat de leertijd moet worden ingevuld “vanuit de behoeften van de arbeidsmarkt en niet andersom”. “De jongere in de leertijd moet voorbereid worden op de huidige en toekomstige arbeidsmarkt”, aldus UNIZO.  De ondernemersorganisatie streeft naar een goede kwaliteitsbewaking. Een goede financiële omkadering van de opleiding is daarbij van belang. UNIZO beklemtoont ook dat elke beroepsopleiding een aanzienlijk deel stage en/of werkplekleren in een bedrijf moet bevatten. Ten slotte moeten alle betrokken actoren maximaal op elkaar inspelen. Bij de leertijd zijn zowel de leraar, de trajectbegeleider als de mentor in het spel. “Elk moet weten welke rol hij of zij heeft in de leertijd en hoe die rol op elkaar kan worden afgestemd”, aldus UNIZO.