UNIZO over het wetsontwerp betalingsachterstand

  • Overheid is en blijft slechtste betaler. Wet verandert daar niets aan
  • Overheid kan langere verificatietermijn onderhandelen
  • Geen sectorspecifieke afspraken mogelijk

“Een gemiste kans”, zo noemt UNIZO het wetsontwerp dat de Europese richtlijn over betalingsachterstand in Belgisch recht moet omzetten en dat de ministerraad vandaag goedkeurde. De nieuwe wetgeving komt weliswaar op een aantal punten tegemoet. Zo voorziet het wetsontwerp strengere regels voor overheden, en kan de schuldeiser bij wanbetaling door de klant automatisch aanspraak maken op een hogere intrest én een forfaitaire schadevergoeding van 40 euro als compensatie voor invorderingskosten. “Maar die verbeteringen zijn enkel het gevolg van de Europese Richtlijn. De overheid kon nu ook eindelijk de betalingsproblematiek in België terdege aanpakken, maar doet het niet”, aldus UNIZO.

Zo kunnen overheden met de nieuwe wetgeving nog steeds via een achterpoortje de strikte betalingstermijn van 60 dagen overschrijden. Daarnaast voorziet de regering geen sectorspecifieke betalingsafspraken, nochtans “essentieel” volgens UNIZO. Ten slotte wijst UNIZO erop dat de Europese Richtlijn al op 16 maart 2013 moest zijn omgezet. Gevolg is dat de wet retroactief op toepassing zal zijn op contracten die vanaf 16 maart zijn afgesloten, vernieuwd of verlengd. “Maar dat betekent dat sommige contracten misschien nog niet aan de nieuwe wetgeving zullen voldoen en dus heronderhandeld moeten worden. Dat brengt de nodige rechtsonzekerheid en rompslomp met zich mee”, besluit UNIZO.

Voor B2B-betalingen verandert in principe niets aan de bestaande regeling. Wel voorziet het wetsontwerp dat rechters bij de beoordeling van de contractueel vastgelegde betalingstermijnen onder andere rekening moeten houden met de vraag naar de machtspositie tussen de partijen. Dit betekent dat rechters de verhouding tussen een grote onderneming en een KMO anders gaan bekijken dan de verhouding tussen grote ondernemingen onderling. Voor UNIZO is dit de enige goede wijziging vanuit de regering aan de huidige wetgeving.

Betalingen door de overheid
Belgische ondernemingen zien het aandeel afgeschreven vorderingen stijgen van 2,7% (in 2012) naar 2,8% van de totale omzet in 2013 (cijfers: Intrum Justitia). In België zijn die oninbare vorderingen goed voor een economisch verlies van maar liefst 9,2 miljard euro. Op Europees niveau is dat 350 miljard euro. KMO’s zijn daarbij het meest kwetsbaar. Daarnaast hebben overheden een betalingsachterstand van 24 dagen. Bij consumenten is dat 14 dagen, bij B2B-betalingen 18 dagen. “De overheid blijft de slechtste betaler. Maar de nieuwe wet verandert hier niets aan”, aldus UNIZO. Zo voorziet de Europese richtlijn een strikte betalingstermijn van 60 dagen voor overheden. Het wetsontwerp biedt evenwel een achterpoortje. Overheden kunnen gedurende een bepaalde periode facturen controleren, de zogenaamde verificatietermijn. Deze mag in principe slechts 30 dagen duren. Maar overheden kunnen, in tegenstelling tot ondernemingen, langere verificatietermijn “onderhandelen” (opleggen) waardoor ze de strikte betalingstermijn van 60 dagen toch kunnen omzeilen. “Totaal onaanvaardbaar”, volgens UNIZO.

Sectorspecifieke afspraken
De regering laat ook de kans liggen om sectorspecifieke betalingsafspraken toe te staan. In de praktijk verschillen de gemiddelde betalingstermijnen van sector tot sector, stelt UNIZO vast. Een algemene regeling, zoals die vandaag bestaat, werkt dus niet efficiënt genoeg. Volgens UNIZO moeten sectoren de mogelijkheid hebben om op maat te werken om de problematiek van wanbetaling aan te pakken. In Frankrijk bestaat dit systeem wel.
 
Nadere info over dit persbericht: Sanderijn Vanleenhove, UNIZO-woordvoerster, 02/212 25 44