UNIZO over innovatiesubsidies: '89% van de KMO's bezig met innovatie, maar brug naar innovatiesubsidies nog vaak te ver'

Bijna 60 procent van de innovatiesteun gaat naar multinationals en niet naar KMO’s en dat zogenaamd omdat “KMO’s het nut van innovatie niet inzien”. “Onjuist”, zegt UNIZO-gedelegeerd bestuurder Karel Van Eetvelt. “89 procent van de KMO’s is volgens een UNIZO-studie actief met innovatie bezig, dus ze zien er wel degelijk het nut van in. Wat wel klopt, is dat de KMO’s nog pro-actiever benaderd moeten worden”. Volgens dezelfde UNIZO-innovatiestudie is een nieuwe of verbeterde organisatie en werkmethode de belangrijkste innovatie-activiteit bij KMO’s, gevolgd door het aanboren van nieuwe markten. Maar open innovatie, waar KMO’s steunen op externe kenniscentra, komt minder voor. Volgens UNIZO omdat “ondernemers de brug naar externe kenniscentra vaak niet durven maken”.

Ondanks eerdere inspanningen, blijft de administratieve mallemolen de grootste hinderpaal. Het innovatiebeleid is daarenboven, volgens UNIZO, nog te sterk gericht op een selecte club van grote bedrijven, terwijl deze zelf over voldoende grote onderzoeksbudgetten beschikken zonder dat de overheid een duwtje in de rug moet geven. De ondernemersorganisatie vraagt al langer dat het innovatiebeleid en meer specifiek het IWT zich meer moet richten op onze Vlaamse KMO’s. UNIZO wil samen met het kabinet Lieten bekijken hoe dit beter te faciliteren. De organisatie wijst in dat kader nog op de al bestaande samenwerking in een project om de absorptiecapaciteit en innovatievermogen van de KMO’s in Vlaanderen te versterken. UNIZO werkt ook vandaag al samen met de provinciale innovatiecentra die de KMO’s moeten aanzetten en begeleiden in hun innovatieprojecten.

De top zes van innovatie-activiteiten bij KMO’s zijn volgens de UNIZO-innovatiestudie in volgorde van frequentie: nieuwe of verbeterde organisatie en werkmethode (37,9%), aanboren van nieuwe markten (30,3%), doorvoeren technologische vernieuwingen of verbeteringen (27,3%), nieuwe of verbeterde processen doorvoeren (26,5%), nieuwe of verbeterde producten realiseren (24,8%) en ten slotte nieuwe over verbeterde diensten aanbieden (22,2%). 89 procent is op één of andere manier met innovatie bezig. 11 procent is ook onderzoeksactief. De meeste KMO’s, 69%, innoveren dankzij eigen medewerkers, 62% betrekt ook leveranciers en 41% de klant. Samenwerking met kenniscentra is wel beperkter bij KMO’s. Slechts 11% van de KMO’s werkt voor innovatie samen met een universiteit, 13% met een hogeschool.

UNIZO wijst nog op het feit dat het IWT en de overheid meer risico moeten durven nemen. “Het IWT financiert vandaag nog te veel de projecten van grote ondernemingen, omdat die het meeste slaagkans hebben. Terwijl projecten van KMO’s, met misschien een groter risico, wel het grootste potentieel hebben om extra werkgelegenheid in Vlaanderen te creëren”. De organisatie benadrukt wel dat het een verantwoord risico moet zijn. “Het is niet de bedoeling geld te investeren in vooraf verloren projecten”, aldus nog UNIZO.

Nadere info over dit persbericht:
Sanderijn Vanleenhove, UNIZO-woordvoerster, 02/212 25 44