UNIZO over loopbaanonderbreking: 'Verdere besparing en verstrenging noodzakelijk'

UNIZO vindt het voorstel van minister De Coninck om de loopbaanonderbreking voor ambtenaren in te perken “een stap in de goede richting”. “Vorig jaar gaf de federale overheid maar liefst 835 miljoen euro uit aan allerlei verloven. Geld dat ze zeker in deze tijden veel beter kan besteden”, zegt UNIZO-topman Karel Van Eetvelt. 443 miljoen daarvan ging naar voltijds en deeltijds tijdskrediet, verdeeld over 132.000 werknemers in de privésector. 204 miljoen ging naar loopbaanonderbreking voor 70.000 ambtenaren. Eind 2011 voerde de overheid een aantal verstrengingsmaatregelen in, maar het aantal werknemers dat van de systemen gebruik maakt, blijft zeer hoog. Volgens UNIZO hebben de verschillende verlofsystemen ook een negatieve impact voor KMO’s. De organisatie pleit dan ook voor een verdere verstrenging van de systemen. Voorts wijst UNIZO op de verantwoordelijkheid van de werknemer. “Wie beslist om niet of minder te werken, mag daartoe niet aangemoedigd worden”, aldus UNIZO. Volgens UNIZO kan de overheid niet in alle gevallen mindere inkomsten compenseren via een aanmoedigingspremie. Hetzelfde geldt voor het gelijkstellen van de rechten op het vlak van pensioenopbouw.
 
UNIZO erkent dat verlofsystemen, als ze de juiste doelen dienen, een maatschappelijke meerwaarde hebben, zoals bij de verzorging van een ziek kind of zieke ouder of de opvoeding van kinderen. In deze gevallen kan de overheid inderdaad overgaan tot de betaling van een premie voor de periode van onderbreking. Maar UNIZO wijst op de problemen die KMO’s ervaren wanneer hun medewerkers gebruik maken van de verlofsystemen. Niet alleen hebben de verlofsystemen een financiële en organisatorische impact, ook is het voor KMO’s bijna onmogelijk om tijdelijk geschikt personeel te vinden om de afwezige werknemer te vervangen.
 
Uit een recente enquête van UNIZO bij 2.682 ondernemers blijkt dat slechts 1% van de ondernemers achter de huidige regeling staat. 21% van de ondernemers is van mening dat een tegemoetkoming kan, maar wel in een systeem waarbij de werknemer een ‘tijdskrediet’ opbouwt in functie van het aantal gewerkte jaren. 8% kan leven met een tegemoetkoming, maar wel maximaal voor 1 jaar. 63% procent vindt dat werknemers die er zelf voor kiezen om minder te werken (bv tijdskrediet) geen recht hebben op tegemoetkomingen van de overheid.

Nadere info over dit persbericht:
Sanderijn Vanleenhove, UNIZO-woordvoerster, 02/212 25 44