UNIZO over mini-jobs in Duitsland: 'In aangepaste versie ook in België lanceren'

"Mini-jobs invoeren in ons land is een goed idee. Ze zorgen ervoor dat mensen makkelijker op de arbeidsmarkt terecht kunnen”, zegt UNIZO-topman Karel Van Eetvelt. Mini-jobs in Duitsland zijn een systeem van tewerkstelling waarmee je maximaal 450 euro per maand kan verdienen of maximaal 2 maanden of 50 dagen per jaar aan de slag kan. In België stoten de mini-jobs op tegenstand, omdat ze mee zorgen voor de loonkostenhandicap van ons land ten opzichte van Duitsland. “Niets is minder waar. Filteren we de mini-jobs weg, dan bedraagt onze loonkostenhandicap ten opzichte van Duitsland nog steeds 13,17%”, aldus UNIZO.  Volgens de ondernemersorganisatie zijn het vooral onze hoge fiscale en parafiscale lasten die het grote verschil met de buurlanden in stand houden. Daarnaast wijst UNIZO op de sterke loonmatiging in Duitsland als reden. Volgens UNIZO is het Duitse model dan ook een voorbeeld. Wel benadrukt de organisatie het minimumloon niet te willen schrappen. In de meeste Duitse sectoren bestaat zo’n minimumloon niet. Unizo besluit dat “er vooral werk moet worden gemaakt van een drastische loonlastenverlaging in ons land”.

In Duitsland bestaan vandaag twee types van mini-jobs. Ofwel gaat het over jobs met een maximale vergoeding van 450 euro per maand. Ofwel is het een tewerkstelling van maximaal 2 maanden of 50 dagen per jaar zonder vergoedingslimiet. Het merendeel, namelijk 96%, van de mini-jobs zijn van het eerste type. Volgens UNIZO bestaat in België ook al een vorm van mini-jobs, met name de tewerkstelling via dienstencheques. “En dat systeem werkt goed”, aldus UNIZO. “Nu komt het erop aan om ook in de privésector een verdere flexibilisering van de arbeidsmarkt toe te laten. Een aangepaste versie van de mini-jobs is hiertoe een goede aanzet”. Zeker in sectoren zoals de horeca of de zelfstandige kleinhandel kan dit tot heel wat extra jobmogelijkheden leiden.

Loonkostenhandicap van 13,7%
UNIZO berekende wat het effect op onze loonkostenhandicap ten opzichte van Duitsland zou zijn, mochten de mini-jobs van het eerste type niet meegerekend worden.  In 2011 waren er 4,9 miljoen mini-jobs in Duitsland. Dat komt neer op een aandeel van 14% van de totale tewerkstelling in de private sector. De loonmassa van de mini-jobs bedraagt 28.3 miljard euro, ofwel 2.5% van de totale private Duitse loonmassa. Bekijken we de loonkostevolutie per uur sinds 1996 - met of zonder rekening te houden met de mini-jobs -, dan is het verschil in handicap tussen België en Duitsland zeer beperkt.  In 2011 bedroeg de loonkostenhandicap ten opzichte van Duitsland 14,14%. Filteren we de mini-jobs weg, dan bedraagt die 13,17%. Ten opzichte van de drie buurlanden bedraagt de loonkostenhandicap zonder het effect van de mini-jobs 4,18% (ten opzichte van 4.61% met de mini-jobs). “Het effect van de mini-jobs op het verschil in loonkostenhandicap is dus minimaal”, besluit UNIZO.

Nadere info over dit persbericht:
Sanderijn Vanleenhove, UNIZO-woordvoerster, 02/212 25 44