UNIZO positief over goedkeuring Vlaams winkelbeleid: 'Noodzakelijke afbakening en invulling winkelgebieden'

  • Instrumenten om shoppingcentra en baanwinkels op ongewenste locaties aan banden te leggen 
  • Complementair winkelaanbod binnen en buiten steden en gemeenten

“Gemeenten en provincies kunnen vanaf nu winkelgebieden afbakenen en invullen aan de hand van stedenbouwkundige voorschriften. Dat kan het einde zijn voor baanwinkels en shoppingcentra op ongewenste locaties. Winkelbeleid wordt een zaak van ruimtelijke ordening”, reageert UNIZO-topman Karel Van Eetvelt op de goedkeuring van het ontwerpdecreet geïntegreerd handelsvestigingsbeleid door de Vlaamse regering. Het decreet is de verdere uitvoering van de winkelnota’s die de Vlaamse regering al eerder goedkeurde. Volgens UNIZO werkt het decreet niet alleen kernversterkend, maar het betekent ook een belangrijke administratieve vereenvoudiging voor zowel zelfstandige winkels als voor de winkelketens. Het decreet integreert namelijk de nu nog aparte socio-economische vergunning in de toekomstige omgevingsvergunning. De goedkeuring en uitvoering van deze regeling is een taak voor de volgende regering. UNIZO dringt erop aan dat deze die ook uitvoert. “De huidige coalitiepartners bekennen alvast kleur”, aldus UNIZO. 

Het decreet bevat instrumenten die het toekomstig Vlaams winkelbeleid vorm geven. Na de regionalisering van de IKEA-wet (op 1 juli 2014), moet het winkelbeleid daardoor vooral een zaak van ruimtelijke ordening worden. Een logische evolutie waarvoor Unizo zelf ook altijd vragende partij was.

Kernversterkend
Het toekomstig Vlaams winkelbeleid gaat uit van vier doelstellingen. In de eerste plaats het creëren van een aanbod dat ruimtelijk duurzaam wordt ontwikkeld. Ten tweede het waarborgen van een toegankelijk aanbod voor consumenten. Ten derde het waarborgen en versterken van de leefbaarheid in steden en gemeenten, met inbegrip van het versterken van kernwinkelgebieden en het vermijden van handelslinten. En ten slotte het bewerkstelligen van een duurzame mobiliteit. UNIZO ziet hierin de bevestiging van haar pleidooi voor een kernversterkend beleid.

Shoppingcentra aan banden
Gemeenten en provincies krijgen de mogelijkheid om  kernwinkelgebieden en winkelarme gebieden  af te bakenen aan de hand van een stedenbouwkundige verordening of een RUP.  Daarin kunnen voorwaarden opgelegd worden die onder meer betrekking op de toegelaten functies en functiewijzigingen, de bruto gebouwde oppervlakte en de netto handelsoppervlakte. De verordeningen kunnen ook gekoppeld worden aan kleinhandelsreglementen, een nieuw instrument. Dit kan voorwaarden opleggen zoals bv. op het vlak van de aard van de handelsactiviteit (oa. min. en max. netto handelsoppervlakte, reserveren voor ruimtebehoevende winkels, vermijden van typisch binnenstedelijke winkelaanbod), verbod op opsplitsing van kleinhandelsbedrijven, parkeerratio’s voor kleinhandelsbedrijven,… Deze instrumenten geven de mogelijkheid om te bepalen waar er wel of geen shoppingcentra kunnen ingepland worden en waar er wel of geen nieuwe baanwinkels meer mogen bijkomen. Op die manier krijgen de aanvragers meer duidelijkheid vooraf en kan een evenwichtig en complementair winkelaanbod uitgebouwd worden in de kern en periferie.

Administratieve vereenvoudiging
De sociaal-economische vergunning  - die vereist is voor (nieuwe) winkels groter dan 400 m² - wordt geïntegreerd in de stedenbouwkundige vergunning. Wie geen stedenbouwkundige vergunning nodig heeft (bv. wijziging assortiment), kan de handelsvestigingsmachtiging afzonderlijk aanvragen aan de gemeente. Voor winkels groter dan 1.000 m² moet een adviesprocedure doorlopen via een Comité voor Kleinhandel met representatieve organisaties zoals UNIZO. Voor aanvragen van handelsvestigingen groter dan 20.0000 m² op een afstand van minder dan 20km van een ander gewest moet er een overleg komen tussen deze gewesten. Een of meer gemeenten en ontwikkelaars/exploitanten van handelsvestigingen kunnen op vrijwillige basis handelsvestigingsconvenanten afsluiten. Dit zijn overeenkomsten waarin afspraken kunnen gemaakt worden over een aanbod-locatiebeleid, gezamenlijke initiatieven, promotieacties, steunmaatregelen voor kernversterkende winkelprojecten,...