UNIZO Winkelraad: 'KMO-beleid noodzakelijk voor divers winkelaanbod'

UNIZO Winkelraad vindt eenzijdig pleidooi Comeos voor internationale ketens “sociaal-economisch onverantwoord”

Volgens Comeos, de vertegenwoordiger van de handel en diensten in België, richt het Belgisch overheidsbeleid zich vooral op de bescherming van kleinere winkels, terwijl de grootste winkelketens jobs creëren en productiever zijn. Dat blijkt uit haar studie ‘Een economische doorlichting van de handel’. Volgens Comeos “ondersteunen de vele discriminerende overheidsmaatregelen de kleine bedrijven en hebben ze een haast pervers effect”. Uit de berekeningen, die Comeos zelf in haar economische analyse opgeeft, blijkt echter dat het afgelopen decennium (2002 – 2011) de kleine en middelgrote winkels (1 – 50 werknemers) goed zijn voor een netto jobcreatie van 4,6%. Bij de grotere handelsondernemingen (50 – 250+) is dit ‘slechts’ +3,8%. In absolute tewerkstellingscijfers verhoudt de jobcreatie tussen kmo’s en ketens zich ongeveer fifty-fifty. “En dan rekenen we nog niet de zelfstandige zaakvoerders en eenmanszaken mee die op zich goed zijn voor 100.000 jobs in België”, aldus UNIZO. Volgens UNIZO Winkelraad is het pleidooi van Comeos dan ook “eenzijdig, te veel voor de winkelketens en te veel tegen KMO’s en vooral sociaal-economisch onverantwoord”.

De studie geeft terecht aan dat de Belgische distributie veel meer kleinere bedrijven telt dan de buurlanden, zoals Duitsland en Nederland. UNIZO Winkelraad beschouwt dit als eerder een voordeel dan een nadeel. De diversiteit in het Belgisch winkelaanbod maakt dat elke consument op elk moment van de dag de vrije keuze heeft tussen grootwarenhuizen, goedkope discounts, gespecialiseerde ketens en de vele kleine zelfstandige familiebedrijven en buurtwinkels. In andere landen is dat evenwicht compleet zoek en moeten consumenten soms kilometers lang met de auto rijden om hun dagelijkse boodschappen te doen. “Een overheidsbeleid dat zich enkel bezig houdt met het bevorderen van schaalvergroting en internationaliseren en de toegevoegde waarde van kleinere lokale spelers verloochent, creëert een uniform en eenzijdig winkelaanbod”, aldus UNIZO. Bovendien waarschuwt de organsiatie voor de nefaste maatschappelijke neveneffecten zoals problemen op vlak van mobiliteit, winkelleegstand in steden, verloedering en criminaliteit. Tot slot wijst UNIZO op de meer stabiele tewerkstelling bij KMO’s. In de zelfstandige winkelsector werken zo’n 100.000 werknemer (bijna 50% van totaal aantal werknemers) en 100.000 zelfstandige ondernemers (zaakvoerders en eenmanszaken). Uit een recente enquête blijkt nog dat drie op tien KMO’s nog liever zelf inlevert dan op personeel te besparen.

Gevarieerd Belgisch winkellandschap
UNIZO Winkelraad is het wel eens met de Comeos’ conclusie dat de winstmarge in de Belgische winkelsector in vergelijking met de buurlanden te laag is. Dit is te wijten aan de hoge RSZ en belastingen op de personeelskosten en de belastingen. Maar voor het overige moet de overheid ervoor zorgen dat zowel kleine lokale als grote internationale ondernemingen kansen krijgen. Om KMO’s voldoende concurrentiekracht te geven, moet de overheid echter af en toe tegemoet komen. De kleinschaligheid zorgt ervoor dat kleine ondernemingen overhead investeringen over slechts één op een beperkt aantal winkels kunnen afschrijven. Grote ketens kunnen hun schaalvoordeel op dit vlak ten volle laten spelen. Dit blijkt ook uit de Comeos’ analyse. De conclusie van UNIZO Winkelraad is dan ook dat de overheid als taak heeft om erover te waken dat er een level playing field blijft bestaan die zwakkere economische spelers toch de kans geven om hun toegevoegde waarde, zowel maatschappelijk als economisch, te kunnen blijven leveren.

Nadere info over dit persbericht:
Sanderijn Vanleenhove, UNIZO-woordvoerster, 02/212 25 44