Aantal overeenkomsten IBO stagneert in Limburg - met krapte op arbeidsmarkt blijft potentieel IBO wel erg groot-

Ondanks het toenemend aantal niet ingevulde vacatures, bij gebrek aan werkzoekenden met de juiste competenties, daalde het aantal IBO-contracten (Individuele Beroepsopleiding) in 2017 in Vlaanderen licht ten opzichte van 2016. Registreerde de VDAB in 2016 nog 15.456 IBO-contracten, dan waren er dat in 2017 nog 15.253. Een daling die vooral op naam te schrijven valt van de provincie West-Vlaanderen. De provincies Antwerpen en Oost-Vlaanderen noteerden een lichte stijging. Vlaams-Brabant en Limburg bleven ongeveer status quo.

“Ondanks de stagnerende trend in Limburg, blijft het potentieel van een Individuele Beroepsopleiding voor de Limburgse KMO erg groot", benadrukt Bart Lodewyckx, gedelegeerd bestuurder van UNIZO Limburg. “Bovendien is ons aanvoelen, op basis van wat we zien op het terrein, dat er wel degelijk wordt ingezet op werkplekleren in onze KMO’s. Uit noodzaak, door de krapte op de arbeidsmarkt. Het aantal werkzoekenden in Limburg en in Vlaanderen staat bijna op het laagste punt in bijna 10 jaar. En het ziet er naar uit dat dit de komende jaren nóg verder zal dalen. Veel van de nieuwkomers die onze werkgevers in huis halen, hebben vaak nog niet de noodzakelijke ervaring en kennis om meteen mee te draaien in het bedrijf. Die opleiding krijgen ze vaak op de werkvloer zelf.

Groeimarge op IBO
De stagnatie in Limburg is dan ook maar ongetwijfeld van tijdelijke aard en neemt volgens UNIZO niet weg dat het aantal IBO-overeenkomsten nog aanzienlijk zou kunnen groeien. Na een aantal jaren van groei, met de laatste toename van 2.722 IBO’s in 2015 naar 2.865 in 2016, zien we voor 2017 een stagnatie op 2.838 individuele beroepsopleidingen. “We merken dat nog veel KMO-zaakvoerders niet of te weinig vertrouwd zijn met de Individuele Beroepsopleiding”, gaat Bart Lodewyckx van UNIZO Limburg verder. “Wij bij UNIZO kunnen hier op vlak van informatieverstrekking allicht nog een tandje bijsteken. Maar we nodigen ook en vooral de VDAB uit om – op basis van de data waarover ze beschikt - proactief op zoek te gaan naar mogelijk interessante ‘matches’ tussen werkzoekenden en werkgevers om samen succesvolle IBO-trajecten op te starten.”

IBO blijft positief voor alle betrokkenen
“De IBO is een win-win situatie voor beide partijen. De werkgever kan gemotiveerde sollicitanten opleidingskansen bieden om extra kennis en competenties te verwerven, de werkzoekende kan zich bijscholen of omscholen tot een nieuw beroep dat hij/zij graag wil uitoefenen. Hoewel de IBO nu al vooral door KMO's wordt gebruikt, blijft het belangrijk om de IBO onder de aandacht te brengen”, zegt Tinne Lommelen, directeur van VDAB Limburg.

De kracht en de succesratio van de IBO-formule staan overigens onomstotelijk vast. Van de werknemers die een normale arbeidsovereenkomst krijgen, na afloop van het IBO-traject, blijkt 93 % zes maanden later nog bij dezelfde werkgever aan de slag. Ook na 12 maanden is dat nog 90 %. Overigens komt bijna de helft van de werknemers die via IBO een job vinden uit een kansengroep (laaggeschoolden, 55-plussers, mensen met een arbeidshandicap, met een migratieachtergrond…). 64% van de bedrijven die via IBO medewerkers in huis haalt, is een KMO. In reëel aantal IBO-contracten gemeten, nemen KMO’s 59 % van de trajecten voor hun rekening.

Andere mogelijkheden benutten
Naast IBO bestaan er vandaag nog tal van formules van ‘werkplekleren’ die onvoldoende bekend zijn.’ “Zo is er ook de Beroepsinlevingsovereenkomst (BIO),waarbij werkzoekenden een betaalde opleidingsstage lopen in een onderneming. Daarnaast komen heel wat werkzoekenden via een opleidingsstage in contact met de werkvloer en volgen er heel wat opleidingstages in een bedrijf”, besluit Tinne Lommelen.