De WAT-economie

Ongeschoren collega’s in jogging, rondhuppelende partners in pyjama of tierende bengels op de achtergrond. Het blijft wennen bij het videobellen. Met de gedeeltelijke heropstart van onze economie gisteren, komt er nog geen einde aan zowat het grootste hr-experiment in decennia: thuiswerken. Want dat blijft nog even de norm voor wie normaliter op kantoor werkt.

Dit experiment stelt alvast een paar zaken op scherp. Gaan we nog vier uur over en weer naar Brussel rijden voor een meeting van één uur? Is het nodig dat we met z’n allen op hetzelfde uur tijd verliezen in de file? Is met iedereen samen op kantoor werken altijd het meest efficiënt, zeker in landschapsbureaus? Thuiswerk biedt alvast (gedeeltelijk) antwoord op die vragen.

Toch huiveren heel wat ondernemers er nog van. Hoe productief zijn medewerkers thuis? En hoe kunt u ze nog controleren? Het antwoord is simpel: op resultaat. Studies wijzen er bovendien op dat één tot twee dagen per week thuiswerken de productiviteit verhoogt. Ik weet niet hoe het met u zit, maar na 8 weken heb ik het wel gehad met thuiswerken en videobellen. Daar zit meteen ook de beperking. Bij langer thuiswerk daalt de productiviteit en niet onbelangrijk: het gebrek aan sociaal contact gaat wegen. Bovendien komt slechts 40% van onze jobs ervoor in aanmerking.

Eén ding is zeker: deze verplichte periode is alvast ideaal om ermee te experimenteren en eraan te wennen. Wat u er daarna mee doet, is uw keuze. Maar wij durven erop gokken dat thuiswerk, in een evenwichtige combinatie met werken op kantoor, een blijver is. Naar analogie met de LAT-relatie, hebben wij er zelfs al een nieuw woord voor: de WAT-economie (Working Apart Together). Ze hebben alvast enkele zaken gemeen: als er geen vertrouwen is, werkt het niet. En als u elkaar te weinig ziet of te lang wegblijft ook niet….

Bart Lodewyckx - gedelegeerd bestuurder