Evaluatie na 1 jaar Steunzone voor Limburg

Ondanks de erkenning van Limburg als Steunzone of ‘Ontwrichte Zone’ sinds 1 mei 2015, laten nog te veel bedrijven deze steun links liggen. Hoewel 22% van de bedrijven zegt het komende jaar te investeren én daarbij tewerkstelling te creëren, diende het voorbij jaar slechts 4% al een dossier in. 1 op de 3 Limburgse bedrijven zegt overigens niet in aanmerking te komen wegens een verkeerde ligging of een uitgesloten activiteit. Bij de bedrijven met meer dan 20 werknemers ligt dit zelfs boven de 40%. Dat blijkt uit een bevraging van werkgeversorganisaties UNIZO Limburg en VKW Limburg bij 450 ondernemers en bedrijfsleiders.

Uit opgevraagde cijfers blijkt dat tot medio april in totaal 76 dossiers werden ingediend, waarvan er al 33 dateren van na de bijsturing eind vorig jaar, toen de gewestelijke steun voorwaarde werd geschrapt.
De maatregel voor Limburgse ondernemingen die investeren in een steunzone en daaraan gekoppeld nieuwe jobs creëren, blijkt ook nog te veel onbekend. 1 op 4 bedrijven heeft nog niet van de maatregel gehoord. Een even grote groep heeft de mogelijkheden van de maatregel voor het eigen bedrijf nog niet bekeken. De bekendheid neemt wel toe met de grootte van de onderneming. Voor 1 op 10 bedrijven is de maatregel vandaag een duidelijke stimulans om bijkomend te investeren en aan te werven in hun bedrijf in Limburg.

Voor VKW Limburg en UNIZO Limburg blijft de erkenning als ‘Ontwrichte Zone’ een erg belangrijke steunmaatregel voor Limburg. De organisaties vragen dan ook dat er blijvend ingezet wordt op communicatie en zullen daarvoor ook zelf verdere inspanningen leveren. Toch is ook verdere bijsturing aan de orde op vlak van rechtszekerheid voor de aanvragende bedrijven, het wegwerken van aantal resterende onduidelijkheden en, voor wat de Vlaamse Regering betreft, het opnemen van o.a. een aantal ontbrekende Limburgse incubatoren in de lijst van steunzones.

Bart Lodewyckx, directeur UNIZO Limburg: “De erkenning van Limburg als Steunzone was een belangrijke positieve investeringsstimulans voor onze provincie. Ook vandaag is dit instrument nog relevant, bovenop de federale inspanningen voor de tax shift en de aanpak van de loonkosthandicap. De maatregel kende het afgelopen jaar wel een valse start, onder meer door de verplichte koppeling aan gewestelijke investeringssteun. Een bijsturing in december zorgde hier al voor een vereenvoudiging. Het is en blijft echter een essentiële maatregel voor Limburg om bedrijven die investeren en aanwerven te belonen. Het is daarbij wel essentieel dat de overheid rechtszekerheid biedt aan de aanvragende bedrijven. Bedrijven krijgen vandaag na indiening van hun aanvraag geen inhoudelijke beoordeling of bevestiging. Er moet absoluut vermeden worden dat ondernemers na een negatieve evaluatie na 3 of 5 jaar geconfronteerd worden met een terugvordering van tienduizenden euro's aan bedrijfsvoorheffing die ze ter goeder trouw ingehouden hebben. Voor de rechtszekerheid van de bedrijven is het belangrijk dat zij op korte termijn na indiening van hun aanvraag weten of het dossier wordt goedgekeurd.”

Jos Stalmans, gedelegeerd bestuurder VKW Limburg: “Afgaand op de vragen die binnenkomen, merken we sinds de bijsturing van de wet in december nochtans wel duidelijk veel meer interesse bij onze leden. Maar er blijven ook nog enkele hiaten over in de maatregel, die verdere bijsturing vragen. Bedrijven krijgen nu inderdaad blijkbaar enkel een ‘vormelijke’ goedkeuring, àls ze daar uitdrukkelijk om vragen, maar geen inhoudelijke. We vragen daar meer transparantie en duidelijkheid. Ook zorgde de bijsturing in december er zeer terecht voor dat ook jobs die door de investering vóór de voltooiing ervan nieuw gecreëerd worden in aanmerking komen. Maar tegelijkertijd bleef de referentietewerkstelling om aan te tonen dat het  ‘nieuwe’ jobs zijn het gemiddelde van 12 maanden voor de voltooiing, waardoor deze nieuwe jobs dus meetellen in hun eigen referentie. Dit betekent praktisch dat geen investeringsprojecten gespreid over een langere periode kunnen worden ingediend. Ook bv. een patrimoniumvennootschap die de investering doet en een daaraan verbonden exploitatievennootschap die de aanwervingen doet, levert problemen op. Aan minister Muyters en de Vlaamse Regering vragen we tenslotte om de bijsturing van de lijst van Limburgse bedrijvenzones die samen de steunzone uitmaken zo snel mogelijk door te voeren. Een aantal zones, waaronder incubatoren zoals C-mine, Bioville en Agropolis, die toch bij uitstek Limburgse broedplaatsen van nieuwe bedrijven zijn, ontbreken hierin tot op vandaag.”

Noodzakelijke investeringsmaatregel voor Limburg
Limburg werd bijna een jaar geleden, 1 mei 2015, erkend als ‘Ontwrichte Zone’, oftewel steunzone naar aanleiding van de sluiting van Ford Genk. Dit betekent dat bedrijven gelegen op een bedrijventerrein in een zone van 40 km rond Ford Genk gedurende 2 jaar recht hebben op een korting van 25% op de bedrijfsvoorheffing voor nieuw personeel dat aangeworven wordt naar aanleiding van investeringen. Deze vrijstelling van 25% betekent netto een loonkostvermindering van 4 à 5% per nieuw aangeworven medewerker.

Bij de lancering werd de maatregel gekoppeld aan andere gewestelijke steunmaatregelen; eind 2015 werd dit versoepeld en vereenvoudigd. Voor grote bedrijven (> 250 werknemers) blijft de beperking ook nog dat ze in een van de 24 Limburgse gemeenten binnen de regionale steunkaart Vlaanderen 2014-2020 moeten vallen om in aanmerking te komen, naast een aantal andere strengere voorwaarden. Voor KMO’s geldt de maatregel in elke Limburgse gemeente, op voorwaarde dat ze op een geselecteerd bedrijventerrein liggen.

Evaluatie na 1 jaar
Dit statuut van Limburg is belangrijk als investeringssteun, maar blijkt vandaag nog onvoldoende bekend te zijn als maatregel. Zo blijkt uit een bevraging bij 450 Limburgse ondernemers en bedrijfsleiders.

  • Van alle ondervraagde bedrijven zegt 4% al een aanvraag ingediend te hebben. Voor Limburgse bedrijven met concrete investeringsplannen is de maatregel voor precies 1 op 10 (10%) een concrete stimulans (geweest).
  • De groep bedrijven die expliciet stelt dat de  steun onvoldoende groot is om een stimulans te zijn is anderzijds ook klein: 5%.
  • Voor niet minder dan 1 op 3 bedrijven is de maatregel echter sowieso geen optie, omdat ze niet in aanmerking komen wegens een verkeerde ligging (niet op een geselecteerd bedrijventerrein, niet binnen de regionale steunkaart voor wat grote bedrijven betreft) of een uitgesloten activiteit. Voor bedrijven met meer dan 20 werknemers ligt dit zelfs boven de 40%.
  • Voor de andere bedrijven – samen bijna 1 op 2 van alle respondenten – is de maatregel vooral onbekend: 28% heeft dit nog niet bekeken, 23% zegt de maatregel helemaal niet te kennen en 5% weet niet hoe te beginnen aan de administratie of de aanvraag.
  • Hier zien we wel een onderscheid tussen de bedrijven met investeringsplannen en bedrijven die in het komende jaar niet gaan investeren: bij de investerende bedrijven zegt 18% de maatregel niet te kennen en nog eens 25% de maatregel nog niet van naderbij bekeken te hebben: samen 43%. Terwijl bij de bedrijven zonder investeringsplannen maar liefst 38% nog nooit van de maatregel gehoord heeft en 29% de maatregel nog niet bekeken heeft (samen 67%).

De bekendheid met de maatregel neemt toe met de grootte van de onderneming. Bij middelgrote (vanaf 20 werknemers) en grotere bedrijven  is de maatregel bijna algemeen bekend. Zij kunnen het potentieel van de maatregel voor hun bedrijf ook beter inschatten.

76 aanvraagdossiers na 1 jaar
Uit opgevraagde cijfers bij de FOD Financiën en het kabinet van minister van Financiën Johan Van Overtveldt blijkt dat tot medio april in totaal 76 dossiers werden ingediend, waarvan 33 van dit jaar dateren en dus werden ingediend sinds de bijsturing van de maatregel eind december, toen o.m. de gewestelijke steun voorwaarde werd geschrapt. Hoewel deze bijsturing nog relatief recent is, kan toch gesteld wordt dat er sindsdien een positieve evolutie te merken is, van gemiddeld zo’n 5 dossiers ervoor naar 9 per maand nadien.

Van de 76 aanvraagdossiers hebben er 57 betrekking op de steunzone rond Ford Genk (Limburg) en 19 op steunzone Turnhout (Kempen). De grote meerderheid van de dossiers wordt ingediend door KMO’s. Grote bedrijven, waarvoor de voorwaarden een stuk strenger zijn, dienden tot hiertoe nog maar 5 dossiers in.

Meer over: Steunmaatregelen
Thema: Actueel