Kermit de Ikker vs. Bob de Betonbouwer

100 jaar na opstart sociaal-economisch overleg: tijd voor een ecologisch-economisch overleg

Het Essersbos, Lummen-Zuid, Terhills, Noord-Zuid, ontwikkelingen op het Kristalpark ... Er gaat geen maand voorbij of het zit er bovenhands op tussen de natuurvrienden en de werkgevergeversorganisaties. Waarbij de verwijten over en weer niet van de poes zijn. Kort samengevat komen de tirades op het volgende neer: De groene jongens zijn milieu-extremisten die Limburg terug tot één groot Bokrijk willen herscheppen. En de werkgevers zijn betonboeren die elk stukje groen willen inpalmen voor industriegebied. Het lijkt wel Kermit de Ikker (u weet wel: het is groen en denkt alleen aan zichzelf) versus Bob de Betonbouwer. Met een beetje slechte wil kloppen die clichés ook. Want de groenen stellen zich niet zelden op als fundi’s. Door gronden plots als natuurgebied te claimen omdat er bijvoorbeeld een zeldzame achtpotige zijn liefdesnestje heeft gevonden of een kruidje-roer-me-nietje onkruid schiet. Ideaal om ondernemers regelrecht de gordijnen mee in te jagen. Want ze worden al genoeg geconfronteerd met ‘rechtsonzekerheid’.  Ook het feit dat de natuurvrienden geen kans onbenut laten om bij compensaties voor de inname van natuurgebied, het onderste uit de kan te halen, maakt hen niet populair aan de andere zijde van de tafel. Natuurgebied dat wordt ingenomen, moet vaak in veelvoud in oppervlakte gecompenseerd worden. Terwijl dit omgekeerd -als industriegebied moet wijken voor natuurgebied- niet het geval is. Waarom eigenlijk?

Tegelijkertijd moeten we durven toegeven dat we de voorbije decennia op zo’n arrogante, domme en vaak onbehouwen wijze zijn omgesprongen met onze natuur en ruimtelijke ordening, dat we onze eigen groene caractériels hebben gekweekt. Die via ‘symbooldossiers’ vaak wraak nemen voor wat hun eerder is afgepakt of voor beloftes die niet of slechts gedeeltelijk zijn aangekomen. Hoe kan je anders hun recente strijd verklaren voor een desolaat stukje natuur dat geprangd ligt tussen een op- en afrittencomplex en een bedrijventerrein? Zonde, want hierdoor dreigen we tewerkstelling te verliezen. Daarom moeten we als werkgeversorganisaties ook durven om de hand in eigen boezem te steken. Het volstond in het verleden om één van ons (of ons allen) te bellen om die lastige groene jongens buitenspel te zetten via lobbywerk bij politici. Welnu, diezelfde groene jongens hebben vandaag de (Europese) regelgeving meer dan ooit aan hun kant. Omdat Europa natuur enorm belangrijk vindt. En dat is het ook. Waardoor het moeilijker en moeilijker wordt om onze natuurvrienden aan de kant te zetten. Tot spijt van wie het benijdt. Maar laat ons geen illusies koesteren: dat zal niet meer veranderen. 

In die context hebben veel natuurdossiers die in de media worden uitgevochten, veel weg van American Wrestling. Er wordt hard op elkaar geroepen, veel show verkocht maar de twee worstelaars zelf weten doorgaans vooraf wie wint. En wie verliest brult dan nog even op de scheidsrechter. Dat is hierde Raad van State. Die net als een ref gewoon de spelregels probeert te volgen. Wie kan de Raad van State ongelijk geven wanneer zij een project vernietigen waarin geen of te weinig rekening gehouden wordt met wat de Europese Natuurrichtlijnen voorschrijven?  En al zeker als onze eigen overheid zijn huiswerk slecht heeft gemaakt. Vaak weet iedereen dat een vernietiging zal volgen, maar door eerder ingenomen stellingen blijft men deze tegen beter weten in volhouden, vaak om gezichtsverlies te vermijden. Noem ons overigens één dossier waar we na zo’n worstelmatch in de media onze slag hebben thuisgehaald? Eén dossier? Gaan we dus blijven roepen op elkaar in de hoop dat iedereen dit spel blijft aanschouwen, zonder resultaat?

Het wordt daarom hoog tijd om de zaken anders aan te pakken. Waarbij we voluit gaan voor groei en onze economie, maar met respect voor onze natuur en ruimtelijke ordening. Ecologie en economie hebben immers meer gemeen dan de eerste drie lettertjes.  Zeker in Limburg waar we ondernemen in een groene provincie met – gelukkig – nog veel open ruimte. We moeten de ambitie hebben om die twee met elkaar te verzoenen. Want ze hoeven elkaar niet in de weg te staan. Op voorwaarde dat beide kanten redelijk zijn en inzicht hebben in elkaars belangen. Het ontbreekt echter aan voorafgaand overleg tussen ondernemers en natuurbewegingen.  Logisch, ondernemers kunnen met hun plannen onmogelijk op voorhand natuurbewegingen consulteren. En natuurbewegingen kennen niet altijd de plannen van ondernemers.  

Daarom pleiten wij voor een economisch-ecologisch overleg: het ECO2-overleg. Een forum waarin sociale partners en natuurbewegingen mekaar regelmatig ontmoeten.  Geen praatbarak maar een -desnoods informeel- forum waar concrete dossiers op voorhand worden besproken.  En waar met wederzijds respect voor elkaars belangen naar oplossingen wordt gestreefd. Gaat dit makkelijk zijn? Neen, integendeel. Dit wordt geen ‘walk in the park want we komen van ver.  Maar moeilijk kan ook. Niet toevallig is het dit jaar 100 jaar geleden dat het eerste sociaal-economisch overleg werd opgestart. En dat is er ook niet zomaar gekomen.  In 1918 gingen vakbonden en werkgevers voor de eerste keer rond de tafel zitten om gezamenlijk akkoorden af te sluiten. We zijn intussen 100 jaar verder en de wereld is drastisch veranderd. De uitdagingen ook. De sociale blijven, maar daarnaast is de manier waarop we omgaan met onze planeet één van de grootste uitdagingen voor de 21ste eeuw. De oplossingen zullen vanuit alle hoeken moeten komen. Hoog tijd om met alle partijen rond tafel te gaan. En om niet alles als een bedreiging te zien, maar ook als een opportuniteit. Om de uitdagingen van de 21te eeuw echt aan te kunnen, zullen we echter langs beide kanten afscheid moeten nemen van de denkwijzen en clichés van de vorige eeuw. En dus ook van Kermit de Ikker en Bob de Betonbouwer ...

Bart Lodewyckx – gedelegeerd bestuurder UNIZO Limburg