50 jaar sociaal statuut voor zelfstandigen: Ruimte voor beterschap

Het sociaal statuut voor zelfstandigen bestaat vijftig jaar. Dat is een reden om te vieren, en tegelijk om vooruit te kijken. Want hoe degelijk is dat vangnet intussen? We vroegen het aan ondernemers die er aan den lijve mee te maken kregen. 

Wie de evolutie van de sociale bescherming voor zelfstandigen bekijkt, kan er niet omheen dat ze de afgelopen decennia enorm is verbeterd. Om maar een paar dingen te noemen: de dekking in de gezondheidszorg werd uitgebreid, er kwam een forfaitaire uitkering tijdens moederschapsrust, het minimumpensioen voor zelfstandigen is gelijkgeschakeld met dat van werknemers.

Maar er is ruimte voor verbetering. Zelfstandigen zien immers dat ze - als werkgever, als belastingbetaler, als consument... - mee betalen om een sociale bescherming voor de hele samenleving op te bouwen. Maar als ze hun sociaal statuut vergelijken met dat van anderen, moeten ze vaststellen dat ze op minder solidariteit van diezelfde samenleving kunnen rekenen. Want er blijven flink wat verschillen, die niet altijd te verantwoorden zijn.  

Dat is niet alleen onrechtvaardig, die verschillen vormen ook een drempel voor kandidaat-ondernemers om een eigen zaak te beginnen.  Dat bevestigt een UNIZO-enquête van vorig jaar: daarin gaf 45% aan ooit te hebben getwijfeld over het al dan niet starten van een zaak, juist omwille van die mindere bescherming. Ook blijkt uit bevraging dat de belangrijkste prioriteit ligt bij het pensioen (91%). Want de pensioenberekening voor zelfstandigen en werknemers ligt nog altijd ver uit elkaar.

UNIZO streeft niet naar een 'big bang', waarbij de sociale rechten van zelfstandigen van de ene dag op de andere zouden worden gelijkgeschakeld. "Vanuit UNIZO willen we vooral inzetten op dat betere pensioen", zegt UNIZO topman Danny Van Assche. "Realistisch gespreid in de tijd, om het betaalbaar te houden. Maar iedereen moet intussen wel beseffen dat we de druk op de ketel zullen houden, net zolang tot onze zelfstandigen van een echt gelijkwaardige sociale bescherming kunnen genieten."

Anke De Boeck van Cîme is zelfstandige en bijna twee keer moeder
“Ik ben blij dat al die opties bestaan” 

Het gaat almaar sneller met de regels over het moederschap bij zelfstandigen. Pas in 1990 werd de moederschapsverzekering ingevoerd, met een forfaitaire uitkering tijdens de moederschapsrust. In 2006 volgde de invoering van moederschapshulp en gratis dienstencheques bij de bevalling; in 2016 kon je worden vrijgesteld van sociale bijdragen in het kwartaal na de bevalling, en in 2017 kwam er een verlenging van het moederschapsverlof.

Anke De Boeck, mede-oprichtster van het beautylabel Cîme is best tevreden over de mogelijkheden die er vandaag zijn: "Mijn eerste kindje is geboren in juli 2016. Minister De Block kondigde toen net aan dat zelfstandigen voortaan 12 weken moederschapsverlof konden nemen. Ik viel nog in het oude regime van 8 weken. Die heb ik ongeveer volledig opgenomen. Voor mijn collega (Isabel Coppens, red.) was het natuurlijk zwaarder om Cîme alleen te runnen, maar niet onoverkomelijk. Juli en augustus zijn net onze kalmste maanden. Buiten de zomermaanden bevallen, zou een heel ander verhaal zijn. Ik weet niet of ik dan 8 weken had genomen. In elk geval had ik me heel ongemakkelijk gevoeld."  

"Op dit moment ben ik zwanger van mijn tweede kindje, ook voor deze zomer. Je kan de natuur niet dwingen, maar ik had die timing wel in mijn hoofd (lacht). Ik heb nog niet volledig beslist of ik nu 8 of 12 weken zal nemen. Het is zeker goed dat de optie bestaat en dat de moederschapsrust is gelijkgesteld met die van werknemers. Bij mijn eerste kindje vond ik het jammer dat ik geen 12 weken kon nemen. Want na 8 weken begon het net leuk te worden, het kindje was wat ouder. Als het lukt voor het werk, dan denk ik de 12 weken te nemen." 

"Natuurlijk hoor je verhalen van vrouwen die na twee weken herbeginnen. Omdat ze soms niet anders kunnen. Maar daar kan de overheid niets aan doen. Er is kinderopvang, er is moederschapsrust. Als zelfstandige kijk je naar het werk. Wat is haalbaar voor jezelf en de collega’s? Alles hangt af van de business waarin je actief bent en hoe die kan blijven draaien. Het is niet dat iemand anders zomaar even kan overnemen. Maar chapeau voor die vrouwen, ik zie het mezelf niet doen."    

Van thuis uit 

"Je werk volledig neerleggen tijdens je moederschapsrust is totaal niet realistisch. Je kan het wel afbouwen, maar je kan moeilijk al die weken je mails niet checken of telefoons van klanten niet beantwoorden. Over die voorwaarde is niet nagedacht. In de praktijk doet bijna niemand, volgens mij.  Zelf bleef ik het werk tussendoor van thuis uit wat opvolgen. Maar ik heb wel van mijn moederschapsrust geprofiteerd." 

"Het huidige systeem zit goed in elkaar. Ik kan geen verdere stappen bedenken. Zeker als je weet dat er goed 20 jaar geleden niets was. Het is goed dat je het verlof nu ook deeltijds mag opnemen en dat de sociale bijdragen vervallen. Logisch, je hebt uiteindelijk geen inkomsten. Wel klopt het niet dat je de uitkering pas op het einde krijgt. Je moet dus eerst alles voorfinancieren."

Leo Cannaerts zag het pensioenstelsel evolueren
“Je moet nú al zorgen voor later”

Toeval of niet, maar gepensioneerd (ere-)accountant Leo Cannaerts (71) startte als zelf-standige met de overname van een boekhoudkantoor in Heist-op-den-Berg in 1976, het jaar waarin een forfaitair pensioen voor zelfstandigen werd ingevoerd. Sindsdien is een hele weg afgelegd om dat eerste schamele pensioen naar een meer aanvaardbaar niveau te krijgen.

Leo Cannaerts: “Het verschil tussen leven van een pensioen en leven als een zelfstandige  - ie-mand die graag keihard werkt, maar ook graag het geld laat rollen - zal altijd erg groot blijven. Iedere startende zelfstandige weet dat hijzelf voor zijn ‘appel voor de dorst’ moet zorgen om die levensstandaard min of meer op peil te houden. Maar als accountant met een cliënteel van kleine zelfstandigen heb ik die mogelijkheden steeds maar zien afnemen."

"Ten eerste maakte een strengere fiscaliteit het voor kleine ondernemers steeds moeilijker om dingen voor de fiscus ‘verborgen te houden’, terecht overigens. Ten tweede werd het overlaten van de zaak, dé appel voor de dorst bij uitstek voor een zelfstandige, steeds moeilijker. We weten allemaal hoeveel bakkers en beenhouwers tevergeefs naar een overnemer zoeken, en hun kin-deren willen er niet aan beginnen. Daarbij verhoogde de overheid ook nog eens de belasting op de liquidatiebonus voor wie zijn zaak stopzette. Ten derde werd het steeds moeilijker om spaar-geld nog op een rendabele manier te beleggen, tenzij in vastgoed. Zo werd het belang van een acceptabele pensioenuitkering steeds groter."

Mensen zijn beter geïnformeerd 

"De grootste realisatie binnen het sociaal statuut is in mijn ogen dan ook de invoering van het Vrij Aanvullend Pensioen voor zelfstandigen in 1981, de zogenaamde tweede pijler, via een eigen in-breng op een fiscaal vriendelijke manier. Alleen zou het percentage van hun inkomen dat zelfstan-digen daaraan mogen besteden wat hoger mogen zijn. [...]

 

Wat Leo Cannaerts nog meer te vertellen heeft? Dat leest u deze maand in ZO Magazine!