Belgische oesters - De echte parel aan de kust

Al 25 jaar kweekt de familie Puystjens oesters in de Oostendse Spuikom. In hun Ostendaises – erkend streekproduct – kruipt jarenlange handenarbeid. Ze zijn de enige in België. En dat zal wellicht zo blijven. 

TEKST Sanderijn Vanleenhove – FOTO’S Pieter Clicteur 

“O, wat zijn ze gegroeid!” Kim Puystjens, toekomstig zaakvoerder van De Oesterput, kan haar enthousiasme nauwelijks bedwingen wanneer ze met haar handen de mini-oesters uit de kweekbakken schept. Een centimeter zijn ze ongeveer, zeker niet meer. Nog enkele maanden geduld en ze mogen in De Spuikom zelf in manden verder groeien. Voorzichtig laat Kim ze weer zakken. “Een week geleden waren ze nog zo klein”, klinkt het liefdevol. Bijna alsof ze tegen haar baby’s bezig is. “Ze zijn ook een beetje mijn kindjes. Hoe uit een klein korreltje zo’n mooi product kan groeien, dat is toch fantastisch.” 

We lopen van de steiger terug naar land. De late augustuszon schijnt uitnodigend. “Kom, we gaan buiten zitten”, zegt Kim. Via de winkel vol andere heerlijke schelp- en schaaldieren en de oesterbar waar enkele gasten Ostendaises slurpen, loodst ze me naar binnenkoer. Het domein is veel groter dan je van buiten zou denken. De gebouwen rondom ons huisvesten naast de winkel en bar dan ook het atelier, een jeugdverblijfcentrum, feestzaal en B&B.  

"Het grote publiek weet niet altijd dat er Belgische oesters bestaan"

“Het was ook eigenlijk helemaal onze bedoeling niet om oesters te kweken”, bekent Kim.  “Mijn ouders kochten dit pand om hier het jeugdverblijf te starten. Mijn vader is sociaal assistent van opleiding, vandaar zijn interesse om iets met kinderen te doen. Maar de stad Oostende wou hier een containerpark van maken. De enige mogelijkheid om hier te blijven, was om een beschermd beroep uit te oefenen. Zoals oesterkweker.”  

“Waarmee we meteen een oude traditie verder zetten. Zo’n 200 jaar geleden waren er tientallen kwekerijen aan de zee, in Oostende alleen al zo’n 25. Oesters waren nog geen exclusief product zoals nu. Ze waren armeluiskost. De twee wereldoorlogen hebben veel kapot gemaakt en de laatst overgebleven kwekerij ging midden jaren ’80 failliet.” 

"Mijn vader wist niets van oesters. Hij at ze zelfs niet graag. Ik nog altijd niet trouwens. Maar er bestaat geen opleiding voor oesterkweker. Je kan de stiel enkel al doende leren. Dus ging hij naar Engeland en Frankrijk om te kijken hoe de oesterboeren het daar deden. En eenmaal terug in Oostende, was het leren met vallen en opstaan hoe je de perfecte oester kweekt. Ondertussen weet hij er alles van.” 

"Elke dag moet je het water in. Weer of geen weer."

Terwijl Kim vertelt, probeert een klein jongetje haar aandacht te trekken. Haar zoontje. Zou de oesterstiel ook hem al interesseren? “Vandaag houdt hij vooral van in het water te spelen of om in het bootje te zitten”, lacht Kim. “En we zijn bijlange zo ver nog niet. Eerst moet ik nog de zaak overnemen wanneer mijn ouders ermee stoppen. We zien wel over 30 jaar wie mij gaat opvolgen. Maar het zou wel jammer zijn, mocht het stoppen. Het is toch een stukje Belgisch erfgoed.”  

“Al zijn de mensen zich daar te weinig bewust van. De trend om terug naar het authentieke en lokale te gaan zien we niet voor de oesters. Het grote publiek staat weigerachtig tegenover Belgische oesters of weet niet dat ze bestaan. In de supermarkt kiezen ze sneller voor Franse of Nederlandse. Daarom liggen we voortaan enkel nog in de supermarkten Bioplanet en Cru, waar wij de enige zijn. Dat is voor ons zoveel leuker omdat je weet dat de klanten daar bewust voor een Belgisch product kiezen.” 

“Onze erkenning als streekproduct of de Heureka-award (voor innovaties in de horeca, red.) deden wel deugd, maar het effect is tijdelijk. Mensen zijn weer vergeten dat er Belgische oesters bestaan. We kunnen best wat promotie gebruiken. Wij leveren aan heel wat restaurants. Jammer genoeg doet niet iedereen het, maar Mare Nostrum of De Jonkman bijvoorbeeld pakken op de kaart uit met de Ostendaises. Dat is ook terecht. Onze oesters zijn gewoon top. Bij oesterproeverijen verkiezen mensen de onze steeds boven de Franse, Ierse of Nederlandse. De smaak is helemaal anders.”   

Benieuwd hoe die oester smaakt en vooral, naar welk werk in het kweken kruipt? Lees het in het septembernummer van ZO Magazine!