Danny Van Assche: "ACV maakt karikatuur van re-integratietrajecten langdurig zieken"

Danny Van AsscheDe onheilsberichtgeving van het ACV over de beslissingen medische overmacht in de re-integratietrajecten neemt karikaturale vormen aan. De feiten worden bewust verdraaid met de bedoeling dit systeem als een “ontslagmachine” te framen. Zo probeert de vakbond de mogelijkheid voor werkgever en werknemer om de arbeidsovereenkomst wegens overmacht te beëindigen, te laten schrappen. Dit doel heiligt blijkbaar de middelen, want de vakbond roept haar leden nu zelfs op om de re-integratietrajecten te boycotten. Het ACV gedraagt zich hiermee zeer onverantwoordelijk. De re-integratietrajecten zijn nodig om duidelijkheid te creëren op het terrein en langdurig arbeidsongeschikten terug aan de slag te krijgen. Het ACV keurde dit systeem in 2015 zelf mee goed. Dit mag nu niet op de helling worden gezet.

Volgens het ACV worden re-integratietrajecten vooral aangevraagd door de werkgever en dan vooral met de bedoeling om tot de conclusie te komen dat de werknemer niet meer in het bedrijf aan de slag kan. De feiten spreken dit tegen. In twee derde van de gevallen vraagt een arbeidsongeschikte werknemer zelf een re-integratietraject aan. Tijdens de hoorzittingen in de Hoge Raad voor Preventie en Bescherming op het Werk en deze van de Nationale Arbeidsraad hoorden we steeds dat de werknemer daarbij in de meeste gevallen de bedoeling heeft om de werkplek te verlaten door het inroepen van medische overmacht. Uit een recent onderzoek van Securex bij 350 werknemers bleek het volgende: 65% van hen deed zelf de aanvraag om een re-integratietraject te doorlopen. 82% verklaarde zichzelf al op voorhand definitief ongeschikt. In bijna 100% van de gevallen lag de beslissing van de arbeidsarts in lijn met het eigen oordeel van de werknemer. Ook als de werkgever het traject aanvraagt, ligt de uiteindelijke beslissing quasi 100% in lijn met het oordeel van de werknemer. De voorstelling alsof werkgevers de re-integratietrajecten als ontslagmachine inzetten, is dus manifest onjuist.

De re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers op de werkvloer of op de bredere arbeidsmarkt zal de komende jaren terecht een belangrijk politiek thema blijven. Om vooruitgang te boeken in dit maatschappelijk belangrijk dossier is een serene houding nodig van alle partijen. Het is contraproductief om de ene of de andere partij als grote schuldige aan te duiden. Stellingen dat arbeidsongeschikte werknemers “profiteurs” zijn of werkgevers geen zieke werknemers terug willen, zijn niet waar en niet productief. We moeten een objectieve analyses maken zodat we kunnen bijsturen waar het echt nodig is.

Daarbij moet er oog zijn voor de veranderingen die zich al voordoen op het terrein. Mensura, Idewe en Provikmo, de drie grootste diensten voor preventie en bescherming op het werk, geven bijvoorbeeld aan dat zij de recente jaren een verdrie- tot vervijfvoudiging vaststellen van de bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting. Bij deze bezoeken is de kans op werkhervatting, met of zonder aanpassing van het werk, bijzonder groot. Deze bezoeken voorafgaand aan de werkhervatting hebben een soortgelijke signaalfunctie als het aantal uitzendkrachten op de arbeidsmarkt. Als het goed gaat met deze bezoeken, toont dit aan dat de inspanningen voor re-integratie op de goede weg zijn.

Toch is er nog ruimte voor verbetering. Uit de feedback van onze leden merken we bij UNIZO dat de activering van (langdurig) zieken in een KMO geen eenvoudige kwestie is. In de eerste plaats is het aantal functies er beperkter dan in kleine ondernemingen, waardoor er minder ruimte is om te schuiven met tijd en taken. In de tweede plaats mist een KMO ook vaak een sterk geprofessionaliseerde HR-afdeling en de quasi-permanente aanwezigheid van een arbeidsarts. Deze twee belangrijke voorwaarden voor een succesvol re-integratiebeleid worden van nature gemist in een KMO.

UNIZO nodigt de overheid uit om mee na te denken over hoe we werkgevers van kleine- en middelgrote ondernemingen kunnen ondersteunen. Dit kan, onder andere, door de VDAB in te schakelen in de flux van de re-integratietrajecten en door werkgevers die een inspanning leveren hier ook financieel voor te ondersteunen.

Danny Van Assche – gedelegeerd bestuurder UNIZO

Lees hier hetzelfde opiniestuk op de site van de krant De Tijd.