De uitwassen van de minimumbezoldiging rechtgetrokken door UNIZO

Eerste voorstel: van minimale bezoldiging voor álle bedrijfsleiders...

Naar aanleiding van het zomerakkoord werd een jarenlange vraag van UNIZO ingewilligd. De kleine en middelgrote ondernemingen krijgen na lang aandringen een verlaging van het tarief van de vennootschapsbelasting. Het is niet de verlaging zoals UNIZO ze had voorgesteld, maar het is een stap in de juiste richting.

De regering heeft echter ook beslist om de verlaging van het tarief te financieren door compenserende maatregelen te treffen. Eén van de belangrijkste maatregelen is de verhoging van de minimale bezoldiging en de aanvullende heffing indien deze niet wordt betaald. De minimale bezoldiging zal nu niet enkel voor de KMO gelden die een verlaagd tarief wil toepassen, maar ook alle andere vennootschappen.

UNIZO heeft sterk ingezet om deze maatregel zo aanvaardbaar mogelijk te houden voor de KMO. Want de initiële plannen die op tafel lagen waren echt onaanvaardbaar. Het eerste voorstel dat neergelegd werd, was om een minimale bezoldiging te eisen aan alle bedrijfsleiders. Dit heeft UNIZO echter al snel van tafel kunnen vegen.

... naar 45.000 € per vennootschap aan één bedrijfsleider

Er bleef echter over dat elke vennootschap aan één bedrijfsleider een minimale bezoldiging moest uitkeren. Indien dit niet zou gebeuren zou een boete van 10% op het te weinig uitgekeerd bedrag geheven worden.

Nieuw voorstel: limiet voor groepsvennootschappen met 1 unieke bestuurder op 75.000 €

Dit was voor UNIZO nog steeds een brug te ver, aangezien nu elke vennootschap, of ze nu wel of geen gebruik kan maken van het verlaagd tarief een zware uitkering moet doen. Voor het zomerakkoord kon je zelf kiezen om het verlaagd tarief te gebruiken of niet, nu bleef er geen keuze meer over. De aanvullende heffing dwong elke vennootschap om sowieso de helft van zijn winst uit te keren of 45.000 euro.

Op expliciete vraag van UNIZO heeft de regering dan een regeling getroffen voor groepsvennootschappen. Om de aanvullende heffing te vermijden volstond het om 75.000 euro uit te keren, zolang de vennootschappen slechts één en identieke bestuurder hadden. Langs de ene kant was het een overwinning omdat een groep van 5 vennootschappen nu geen 225.000 euro moest uitkeren, maar ‘slechts’ 75.000 als hij gespaard wou blijven van de aanvullende heffing. De voorwaarde van één bedrijfsleider zette echter een heleboel vennootschappen buitenspel.

UNIZO-realisatie: 1/2 bedrijfsleiders identiek i.p.v. 1 unieke bestuurder

Daarom heeft UNIZO opnieuw aangedrongen om deze maatregel ook mogelijk te maken voor groepsvennootschappen met meerdere bestuurders. En zo geschiedde. Voor groepsvennootschappen waar minstens de helft van de bedrijfsleiders identiek is, volstaat het nu om 75.000 euro (of de helft van de winst) uit te keren om geen aanvullende heffing te betalen.

Een voorbeeld kan dit verduidelijken.

Laat ons uitgaan van een situatie met 4 verbonden vennootschappen, waar er telkens 3 bedrijfsleiders zijn (A en B zijn bij elke vennootschap bedrijfsleider en in elke is er nog een derde bedrijfsleider die verschillend is).

In de eerste situatie zou aan elke bedrijfsleider een minimale bezoldiging van 45.000 euro uitgekeerd moeten worden door elke vennootschap. Dit zou maximaal kunnen oplopen tot 540.000 euro. Door de eis van elke bedrijfsleider te laten varen werd dit beperkt tot maximaal 180.000 euro.

De situatie was echter nog steeds niet ideaal, aangezien niet elke vennootschap per se wil genieten van het verlaagd tarief. Toch zou initieel elke vennootschap de minimale bezoldiging moeten voldoen om geen aanvullende heffing te moeten betalen. De oplossing voor de groepsvennootschappen verhelpt dit probleem deels, omdat een uitkering van 75.000 euro al kan volstaan om deze te vermijden. Maar de bedrijven in de situatie zoals hierboven beschreven zouden hier geen gebruik van kunnen maken omdat er meerdere bedrijfsleiders in de verbonden vennootschappen zitten. De uitbreiding naar groepsvennootschappen waarvan de helft van de bedrijfsleiders identiek zijn heeft echter gezorgd dat ook zij hiervan kunnen gebruikmaken. Indien de groep van vennootschappen niet allemaal gebruik willen maken van de verlaagde vennootschapsbelasting hoeven zijn nu geen 160.000 euro meer uit te keren, maar slechts 75.000. Een hele verbetering.

UNIZO is er trots op dat het de oorspronkelijke maatregel nog sterk heeft kunnen bijwerken. Hoewel de uiteindelijke regel niet voor alle vennootschappen perfect is, is het een sterke verbetering ten opzichte van de eerdere versies. We zijn dan ook heel blij dat onze inspanningen uiteindelijk geloond hebben en de ondernemers toch weer iets rustiger kunnen slapen.

 

Meer over: Belastingen, Wijzigingen ondernemersbelastingen 2018