Economische inzichten

Gefundeerd. Zo verdedigen wij je belangen als Vlaamse of Brusselse ondernemer. Met cijfers, kennis en statistieken wil UNIZO standpunten staven en onderbouwen. Omdat jij als ondernemer de beste ondersteuning verdient! In deze blog laten de UNIZO-economen afwisselend hun licht schijnen op een actueel economisch thema dat jou als ondernemer aanbelangt.


Johan Bortier, econoom en directeur
van de UNIZO Studiedienst


Robin Deman, Expert Economie & Onderzoek
van de UNIZO Studiedienst

– Kmo’s onder inflatoire druk 

Zijn ondernemingen in een negatieve spiraal van oplopende kosten beland waaruit ze moeilijk kunnen ontsnappen? Die vraag laat zich niet eenvoudig beantwoorden. Veel hangt af van de sector waarin men opereert, van beschikbare alternatieven voor de duurder geworden leveringen en van het doorrekenen van de kostenstijgingen aan klanten. Dat laatste is dan weer afhankelijk van de concurrentiële omgeving, lopende contracten en verwachtingen/voorkeuren van klanten.

Wat wel vaststaat: kmo’s staan onder inflatoire druk. Langs alle kanten worden zij geconfronteerd met kostenstijgingen: van grondstoffen en materialen, van transport, van energievoorziening, van bepaalde diensten en – last but not least – van loonkosten. In dit artikel gaan we dieper in op enkele bronnen van kostenstijgingen om te argumenteren dat het, in het licht van koopkrachtdiscussies, cruciaal is om ondernemingen niet met nog hogere facturen te confronteren.

1. Duurdere input

Volgens de laatste vooruitzichten van de Nationale Bank zal de gemiddelde inflatie van consumentenprijzen in 2022 7,4% bedragen. In 2023 wordt 3,5% verwacht, tezamen dus 11% op twee jaar tijd. Het is van begin jaren ’80 geleden dat de inflatiecijfers dergelijke niveaus optekenden.

Sommige (voedings)grondstoffen, materialen en energiebronnen zijn echter nog sterker gestegen in prijs. De afzetprijsindexen van Statbel tonen dit aan. Zo’n index meet de prijs die productiesectoren aanrekenen voor hun werkzaamheden. Duurdere prijzen (bijvoorbeeld voor bewerkt voedsel), betekent dat een andere onderneming (een restaurant) meer betaalt voor leveringen. Een vergelijking tussen maart 2022 en maart 2021 leert dat, op één jaar tijd, de industriële productieprijs voor de vervaardiging van voeding met 17,5% is gestegen, van chemische producten met 47,3%, van houtproducten met 42,9%, van papier met 19,7% en van metaalproducten met 53,0%. Ook de prijs van goederenvervoer over de weg steeg met 4,7%.

De inputkosteninflatie werd eveneens aangetoond door de Nationale Bank op basis van een analyse van enquêtegegevens die verzameld werden door de Belgische werkgeversorganisaties. Eén van de conclusies was dat energie-intensieve sectoren (zoals vervoer en logistiek) beschouwd kunnen worden als zwaarst getroffen op vlak van inputkosteninflatie. De hogere prijzen voor olie, brandstof, elektriciteit en gas (zelfs los van accijnzen en btw) spelen daarin een cruciale rol.

Een recente studie van VIVES/KU Leuven tenslotte zette de gestegen Belgische productieprijzen af ten opzichte van die van producenten in Duitsland, Frankrijk en Nederland. Wat bleek? De prijs van de Belgische productie steeg het voorbije jaar een pak sneller dan in deze buurlanden, wat een verslechtering betekent van de concurrentiepositie van Belgische ondernemingen. Het gegeven dat hogere energieprijzen een sterkere impact hebben op de lonen in België in vergelijking met de buurlanden, is een belangrijke verklaring (loon-prijsspiraal).

2. Hoge loonindexatie(verwachtingen) en krapte op de arbeidsmarkt

Het verwachte loonindexatiecijfer voor het grootste paritair comité van ons land (aanvullend PC voor bedienden 200 met ongeveer 500.000 koppen) geeft een duidelijke indicatie van de uitdaging waarvoor kmo’s staan. Volgens de laatste vooruitzichten van het Federaal Planbureau zullen de brutolonen in PC200 met 7,1% stijgen in januari 2023 (het moment van indexatie). Dat is bijna dubbel zoveel als in januari 2022, toen de indexatie ook al historisch hoog was met 3,6%. Het gaat dus om meer dan 10% op twee jaar. Ter vergelijking: dat is ongeveer evenveel als in de hele periode 2013-2021.

Ook andere sectoren worden geconfronteerd met hoge loonindexatie. Recent becijferde de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven dat 43% van de werknemers in de privésector het mechanisme van de spilindexoverschrijding volgt[1]. Dit jaar werd de spilindex reeds twee keer overschreden (februari en april 2022) en volgens het Federaal Planbureau zal dat nog eens gebeuren in oktober 2022. Drie overschrijdingen in één jaar is ongezien.

UNIZO lanceerde recent het voorstel van een ‘opting out’: onder bepaalde omstandigheden
zouden ondernemingen kunnen afzien van loonindexatie[2].

De toenemende krapte op de arbeidsmarkt, zowel kwalitatief (mismatch tussen vraag naar en aanbod van profielen) als kwantitatief (tekort aan werkzoekenden), en zowel in de privé (o.a. ruwbouw & afwerking, restaurants, technische en industriële beroepen) als bij de overheid (leerkrachten, zorg)[3] zet nog een extra turbo op de loonkostenstijging. De moeilijke zoektocht naar personeel uit zich in recordniveaus van de spanningsratio (gemiddeld aantal werkzoekenden per vacature = 2,4) en de vacaturegraad (gemiddeld aantal openstaande vacatures per arbeidsplaats = 4,7%). “Recordniveau” kunnen we hier zowel bekijken vanuit een tijdsperspectief (in 2021 respectievelijk nooit lager en hoger) als vanuit een vergelijkend perspectief (België is bij de koplopers in Europa).   

3.    Verzwakking euro

De wisselkoers van de euro t.o.v. de Amerikaanse dollar staat op het laagste punt in vijf jaar. Vandaag is €1 ongeveer $1 waard, terwijl dit één jaar geleden nog $1,2 was. Dat is op zich goed nieuws voor exporterende kmo’s, maar slecht nieuws voor de importprijs vanuit niet-Eurolanden. Het duidelijkste voorbeeld zijn de prijzen aan de pomp. Een liter diesel E7 kost vandaag €2,0330. Eén jaar geleden was dit €1,5186 en twee jaar geleden €1,2626. Omdat de olieprijs op de internationale markt in Amerikaanse dollar wordt uitgedrukt, verhoogt de daling van de euro de prijs van benzine, diesel en huisbrandolie. Dat betekent extra transportkosten voor ondernemers en kmo’s. Zij zijn vaak aangewezen op gemotoriseerd vervoer om beleverd te worden of om hun activiteit uit te oefenen (bijvoorbeeld bestelwagens in de bouw). Voor zaakvoerders van kmo’s met een wagenpark en de bijhorende (al dan niet ongelimiteerde) tankkaart wederom een bron van extra personeelskosten (al kan meer telewerk hier en daar tegengewicht bieden).

Geef je mening of reactie


[1] Dat is niet noodzakelijk hetzelfde systeem als bij ambtenarenlonen en uitkeringen. Het niveau van de spilindex kan verschillen en de indexering is niet noodzakelijk gelijk aan 2% (kan ook in stappen van 1% of 0,5%). Feit is wel dat deze werknemers hun brutoloon op korte termijn zien stijgen, in tegenstelling tot werknemers die jaarlijks hun lonen geïndexeerd zien.
[2] Meer informatie: UNIZO wil aanpassing van automatische loonindexering.
[3] Bron: VDAB, ‘Knelpuntenberoepen in Vlaanderen 2022’.

– Economische gevolgen van de oorlog in Oekraïne –

De dreiging die de oorlog in Oekraïne met zich meebrengt is voor velen (zeer) beangstigend en komt bovenop de vrees en onzekerheid die kmo’s en zelfstandige ondernemers al lange tijd voelen door de coronapandemie. En net zoals bij laatstgenoemde is die dreiging zeer reëel en gaat ze gepaard met hartverscheurend menselijk leed en substantiële economische schade.

De Russische invasie is door de internationale gemeenschap scherp veroordeeld en als reactie erop werden een aantal economische tegenmaatregelen genomen, waaronder de uitsluiting van Russische banken van het internationale betalingssysteem SWIFT, export- en importverboden op bepaalde goederen, de sluiting van het Europese luchtruim voor Russische vliegtuigmaatschappijen en de bevriezing van Russische reserves in het buitenland.

Deze maatregelen zullen de Russische economie (aanzienlijk) raken. Aanzienlijk zetten we tussen haakjes, omdat impactramingen sterk uiteenlopen en omdat de weerslag van sommige sancties pas na enige tijd zichtbaar zullen zijn. Feit is dat de Russische export (verkoop en leveringen) aan banden wordt gelegd. Importeren is voor Russische ondernemingen ook fors duurder geworden. Zo zijn 100 Russische roebels vandaag 0,80 eurocent waard. Een jaar geleden was dit 1,2 euro, wat een verslechtering van de wisselkoers met 33% betekent. Steeds meer bedrijven keren Rusland ook de rug toe door er hun lokale productie- en dienstenactiviteiten stop te zetten, door financiële belangen af te bouwen en/of door leveringen naar Rusland stop te zetten.

Dit alles heeft ook zijn gevolgen voor de modale Rus die niet noodzakelijk iets met de oorlog te maken heeft (hij/zij heeft misschien zelfs geprotesteerd), want gezinnen worden geconfronteerd met een verslechtering van hun koopkracht door mogelijk jobverlies en door inflatie. “In een oorlog zijn het altijd de weerlozen en onschuldigen die de hoogste prijs moeten betalen”, luidt het bekende gezegde.

Het is een illusie te denken dat de Europese lidstaten zelf geen prijs betalen voor de economische sancties. Hoewel dat enerzijds noodzakelijk is in functie van de geloofwaardigheid van een sanctie, zet het anderzijds een rem op de relance van de economie nu de coronamaatregelen op de schop gaan. Onder meer een vat olie, bepaalde (voedings)grondstoffen (bijv. palmolie, graan, aluminium, nikkel) en last, but not least aardgas, kenden felle prijsstijgingen de afgelopen dagen. De inflatie-opstoot die we eind 2021 zagen opkomen – gedreven door duurdere energieproducten – dreigt op die manier nog langer dan voorzien aan te houden. Volgens de laatste vooruitzichten van het Federaal Planbureau (1/3/2022) zal een nieuwe spilindexoverschrijding niet in oktober 2022 plaatsvinden (wat de voorspelling was op 17/2/2022), maar in juli 2022.

Naast inflatie (en de daaraan gekoppelde automatische loonindexatie, zie onze vorige post) kunnen handelsbelemmeringen ook bepaalde productie- en maakactiviteiten verstoren. In 2021 kwam respectievelijk 5,2% en 0,5% van de totaalwaarde aan Belgische import [1] vanuit Rusland en Oekraïne. De totaalwaarde aan Belgische export naar deze landen is dit respectievelijk 3,5% en 0,6%. Deze enigszins bescheiden cijfers op geaggregeerd niveau verhullen echter dat sommige goederen veel belangrijker kunnen zijn dan andere (voor onze energievoorziening). In onderstaande tabel berekenden we de Belgische import- en exportaandelen van een aantal productgroepen (SITC-indeling) t.a.v. Rusland en Oekraïne. De aandelen zijn berekend tegenover de totale import- en exportwaarde van België vanuit en naar alle landen van de wereld.

De cijfers op basis van de Comext-database van Eurostat tonen aan dat Rusland een belangrijke leverancier is van zogenaamde minerale brandstoffen (bijv. gas, petroleum) en van (intermediaire) industriële goederen (bijv. metalen). Vanuit Oekraïne importeren we vooral voedsel en ruwe materialen zoals textielproducten. Daarnaast zijn Rusland en Oekraïne belangrijke afnemers van onze dranken (zowel water als alcoholische dranken zoals bier). De oorlog in Oekraïne is natuurlijk slecht nieuws voor de waardeketens achter deze producten. Samen met u hopen we op een snelle stopzetting van het militaire geweld.

Geef je mening of reactie


[1] De databron vat enkel de directe handelsstromen, en dus niet de indirecte handelsstromen waarbij België bijvoorbeeld via Duitsland goederen en producten importeert die initieel gemaakt zijn in Rusland.

Bron: Comext-database van Eurostat, jaar 2021.

Productgroep

Import

Export

Rusland

Oekraïne

Rusland

Oekraïne

Food and live animals

1,1%

2,9%

4,3%

1,1%

Beverages and tobacco

0,1%

0,1%

17,6%

3,0%

Crude materials, inedible, except fuels

5,4%

3,8%

1,3%

0,4%

Mineral fuels, lubricants and related materials

19,2%

0,0%

1,1%

0,2%

Animal and vegetable oils, fats and waxes

0,9%

0,9%

0,9%

0,4%

Chemicals and related products, n.e.s.

1,7%

<0,1%

4,1%

0,5%

Manufactured goods classified chiefly by material

13,4%

0,4%

1,6%

0,3%

Machinery and transport equipment

<0,1%

<0,1%

3,6%

1,2%

Miscellaneous manufactured articles

<0,1%

0,2%

4,3%

0,5%

Commodities and transactions not classified elsewhere

<0,1%

1,5%

4,5%

0,9%

Totaal

5,2%

0,5%

3,4%

0,6%

– Inflatie onder hoogspanning –

Recent werd het Belgische jaarinflatiecijfer van 2021 bekend gemaakt: 2,4 procent. Het is tien jaar geleden dat de inflatie op zo’n hoog niveau stond (2011: 3,5 procent en 2012: 2,8 procent). ‘Hoog’, omdat de Europese Centrale Bank een inflatiecijfer vooropzet van 2 procent op middellange termijn. Een milde inflatie is voor economische groei als fietsen met lichte rugwind, want het zet aan tot consumptie (morgen betaal je meer voor hetzelfde product of dienst) en het knabbelt aan (de rente op) schulden (inkomens en onroerende vermogens stijgen, maar de schuldaflossing niet). Om in fietstermen te blijven: deflatie betekent dat je achteruit wordt geblazen, terwijl je met hyperinflatie uit de bocht vliegt.

Achter het jaargemiddelde van 2,4 procent in 2021 gaan grote verschillen op maandbasis schuil. De inflatie in oktober (4,2 procent), november (5,6 procent) en december (5,7 procent) staat in schril contrast met de inflatiecijfers voor de eerste drie maanden van dit jaar (telkens <1 procent), de cijfers voor het tweede kwartaal (rond de 1,5 procent) en die voor het derde kwartaal (rond de 2,5 procent).

De reden voor de inflatieopstoot op het einde van 2021 heeft vooral te maken met de stijging van de consumptieprijzen[1] van energieproducten. Ten opzichte van december 2020 is de aardgasfactuur vandaag 97% duurder, de factuur van elektriciteit 44% en die van huisbrandolie 33%. Op één jaar tijd betaalt een Belgisch gezin met een gemiddeld verbruik (en een variabel contract) zo’n €300 extra aan elektriciteit en €1.500 extra aan aardgas. Deze stijgingen zijn op hun beurt in de eerste plaats het gevolg van een schok in het aanbod (geopolitieke spanningen).

De hoge inflatie heeft voor België nog een specifiek effect via het systeem van automatische indexatie. Energieproducten worden meegenomen in de berekening van de gezondheidsindex, en het is de evolutie van die gezondheidsindex die de frequentie en hoogte van de indexatie van brutolonen (en ook uitkeringen) bepaalt. In de privésector ligt de precieze formule (welke maanden vergelijken) en het tijdstip (bij de start van een nieuw jaar, om de zes maanden, enzovoort) van een indexatie vast in een CAO. En deze CAO-passage verschilt naargelang paritair comité.

Dat betekent dat de hoge energiefacturen een dubbele negatieve impact hebben op Belgische ondernemingen. Enerzijds worden zij er rechtstreeks mee geconfronteerd bij het uitvoeren van hun dagelijkse activiteit(en). Anderzijds komt het via een omweg een tweede keer op hun bord, namelijk via een hogere loonkostfactuur. De Nationale Bank plakte hier onlangs cijfers op: indexatie zorgt voor 1,1% extra loonkost in 2021 en 4,2% in 2022.

Cruciaal daarbij is dat het merendeel van de ondernemingen de kostenstijging niet of slechts gedeeltelijk kan doorrekenen in hun verkoopprijzen. Op die manier komt de financiële gezondheid (rendabiliteit, investeringsruimte) van ondernemingen onder druk te staan, wat finaal kan resulteren in een verslechterde concurrentiepositie en in het ergste geval een stopzetting. Daarom zijn we op de UNIZO-studiedienst bezig met een oefening om te bekijken hoe we ondernemingen kunnen ondersteunen in hun gestegen energiekosten, bijvoorbeeld door te pleiten voor lagere overheidsheffingen en -taksen. Deze hebben tenslotte een niet onbelangrijk aandeel in van de totale energiefactuur.

Geef je mening of reactie

 

[1] Het woord consumptie is hier belangrijk, want het gaat om energiefacturen die gezinnen betalen, en niet de ondernemingen.

Op zoek naar rapporten en onderzoeken over ondernemers en ondernemersthema's?

UNIZO houdt systematisch statistieken bij over zelfstandige ondernemers en kmo’s. Je kan ook studies, rapporten en onderzoeken van de UNIZO Studiedienst downloaden.

Ga naar de UNIZO-onderzoeken en statistieken

Thema: Actueel