"Elk voorstel tot hervorming werkloosheidsuitkeringen moet leiden tot snellere invulling vacatures"

UNIZO wil de discussie aangaan over het voorstel tot hervorming van de werkloosheidsuitkering dat minister van werk Kris Peeters vanmorgen aankondigde. Die hervorming maakte deel uit van de Jobsdeal die ondertussen bijna een jaar geleden werd afgesloten. UNIZO verwelkomt elk voorstel dat er mee voor kan zorgen dat de vacatures van onze werkgevers sneller worden ingevuld. In die zin is de sterkere degressiviteit van de werkloosheidsuitkeringen in het voorstel positief. Toch zijn er ook nog vraagtekens te plaatsen, zoals bij het opmerkelijke voorstel tot verhoging van de uitkeringen bij de laagste lonen.

Eind maart 2019 stonden bij VDAB nog 47.483 vacatures open op een totaal van 289.338 vacatures dat het afgelopen jaar rechtstreeks aan VDAB werd gemeld. Het aantal vacatures dat niet ingevuld geraakt, blijft maand na maand stijgen. Terzelfdertijd blijft het aantal werkzoekenden verder dalen en zitten we op het laagste peil in 10 jaar tijd. Bovendien zullen tijdens de komende legislatuur 400.000 personen de arbeidsmarkt verlaten. De krapte op onze arbeidsmarkt is bijgevolg structureel van aard.

UNIZO is dus positief over een sterkere degressiviteit van de uitkeringen, omdat dit de werkloosheidsuitkering meer activerend maakt. Maar er zijn toch nog vraagtekens te plaatsen bij het voorstel. Zo stelt zich de vraag of de verhoging van de uitkeringen voor de laagste lonen een oplossing zal bieden voor die krapte. Er werden reeds grote stappen gezet met de verhoging van de laagste uitkeringen via de welvaartsenveloppes. Daarbovenop de uitkeringen van de laagste lonen verhogen, lijkt dubbelop. Dit kan een omgekeerd effect hebben en de werkloosheidsval mogelijks opnieuw versterken, in het bijzonder voor de jobs met lage lonen.

Ten gronde vraagt UNIZO in haar memorandum aan de volgende regering een fundamentelere omslag van een passief naar een actief beleid. Een beperking van de duurtijd van de uitkering, in combinatie met een versterking van de ondersteuning van de werkzoekende bij het zoeken naar een nieuwe job, zijn daarbij nodig. UNIZO stelt voor om de werkloosheidsuitkering afhankelijk te maken van de voorgaande loopbaanduur, met een minimum van 2 jaar tot een maximum van 5 jaar. Dit geeft de werkzoekende, met voldoende ondersteunende maatregelen, meer dan voldoende de tijd om een nieuwe job te vinden. Na deze periode valt de werkzoekende terug op een “werkloosheidsbijstand”, waarbij de uitkering gekoppeld wordt aan een middelentoets. De keuze voor een werkloosheidsbijstand is nodig om de werkzoekende binnen de sociale zekerheid en in het vizier van de regionale bemiddelingsdiensten te houden. De  middelen die vrijkomen door een beperking in de tijd kunnen dan worden geïnvesteerd in bijkomende kwalitatieve ondersteuning, zoals meer (intensieve) bemiddeling op maat, vorming & opleiding, werkplekleren, enz. van zowel werkzoekenden als inactieven.

Lees er alles over het UNIZO-memorandum.