Hervorm de werkloosheid!

Onze gedelegeerd bestuurder Danny van Assche en adviseur arbeidsmarktbeleid Joris Renard geven vandaag hun mening over de werkloosheidsuitkering in de krant De Morgen: 

"Meer dan 26.000 Vlamingen zoeken al ruim 5 jaar naar een job' kopte De Morgen gisteren. Tijdens een hoorzitting over haar nieuwste cijfers in het Vlaams Parlement, vorige week, toonde de VDAB nog aan een strenger activeringsbeleid te voeren met meer sancties en waarschuwingen voor wie te weinig inspanningen levert om een job te vinden. Wij willen een nog actievere rol en sancties horen daar uiteraard bij. Al gaan we er met sancties alléén natuurlijk niet komen. Een drastische hervorming van het Belgische werkloosheidsstelsel, met een beperking van de uitkeringen in de tijd, dringt zich op. Met onze werkloosheidsuitkeringen zonder einddatum vormen we nu al een absolute minderheid binnen Europa. De nog te vormen federale regering weet dus wat haar straks te doen staat. Wie in de praktijk niet beschikbaar is voor de arbeidsmarkt moet elders worden opgevangen. Dit zou de uitgaven ook sterk reduceren. Een beperking in de tijd van de werkloosheidsuitkeringen kan België ongeveer 1,5 miljard euro opleveren (bron: dc2019.be).

Binnen zo'n nieuw werkloosheidsstelsel kunnen we bekijken of we de uitkeringen algemeen misschien wat kunnen optrekken. Waarbij we ook nieuwe wetenschappelijke inzichten moeten meenemen in onze afwegingen. Zo blijkt dat werklozen in de eerste periode van hun werkloosheid erg gevoelig zijn voor financiële prikkels. Wanneer het financiële verschil tussen werken en niet-werken van bij aanvang groot genoeg is, zal dat werklozen extra stimuleren om meteen spontaan en actief naar (nieuw) werk te zoeken. Ligt de aanvangsuitkering daarentegen te hoog, dan ligt ook het moral hazard-risico hoger, met de daaraan verbonden kosten. Samengevat zou het dus misschien productiever - want activerender - zijn om progressief evoluerende werkloosheidsuitkeringen te hanteren, in plaats van het huidige degressieve systeem. Lagere uitkeringen bij aanvang, iets hogere voor wie, ondanks aantoonbare inspanningen, toch langer dan verhoopt werkloos blijft. En met een duidelijke einddatum.

Heel wat tegenstanders framen zo'n einddatum als asociaal. Nochtans kunnen we bezwaarlijk alle sociale zekerheidssystemen in andere Europese landen - waar de beperking in de tijd nu al geldt - asociaal noemen. Wij zijn ervan overtuigd dat een beperking in de tijd werklozen net zou kunnen helpen. Het besef dat de uitkering op een bepaald moment stopt, zal op zich voor een sterke activering zorgen, zowel bij de werklozen als bij de bemiddelingsdiensten. De VDAB zou zich daardoor minder moeten toeleggen op strenge controleprocedures - wat de verstandhouding met de werkzoekende bevordert - en zou veel meer energie kunnen stoppen in begeleiding, ondersteuning en opleiding van werkzoekenden.

Op die manier kan de VDAB de switch maken van bemiddelaar voor 120.239 werkzoekenden, naar activator van werkzoekenden en inactieven, tot zelfs 4 miljoen Vlamingen op beroepsactieve leeftijd. En dat is nodig. Terwijl ons arbeidsmarktbeleid de laatste dertig jaar draaide rond het bestrijden van werkloosheid, komt het er tegenwoordig op aan om alsmaar meer openstaande vacatures ingevuld te krijgen. Elk talent moet geactiveerd worden. De VDAB moet zich niet langer alleen richten op de officieel werkzoekenden, maar op iedereen op arbeidsleeftijd die niet aan het studeren is. We denken daarbij aan inactieven zonder uitkering, leefloners, vluchtelingen en, ja, ook aan langdurig zieken. Voorwaarde hierbij is wel dat de 'activeringsmodus' binnen alle uitkeringsstelsels ingang vindt. Met de focus op de (rest)mogelijkheden van elke persoon in plaats van op de gebreken.

Conclusie:

Als we de 80 procent werkzaamheidsgraad willen halen die vooropgesteld wordt door de Vlaamse regering, is een goede samenwerking met het federale niveau cruciaal. Vier voorwaarden moeten daarbij worden vervuld: een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd; een werkbaar kader voor de bemiddelingsdiensten; een op activering gericht beleid binnen alle uitkeringsstelsels; en een sterkere, meer structurele samenwerking tussen de regio's onderling en met de federale overheid. Daarmee krijgt de VDAB de teugels in handen om elk talent op onze arbeidsmarkt te activeren. De krapte op de arbeidsmarkt wordt aangepakt en de vacatures bij onze werkgevers raken ingevuld. En ja, controles blijven nodig, maar laat ons niet denken dat we alleen daarmee de arbeidsmarktproblematiek gaan oplossen.

Danny Van Assche, gedelegeerd bestuurder van UNIZO en Joris Renard, adviseur arbeidsmarktbeleid.
Bron: De Morgen.