Hier krijgt Pieter Aspe de beste ideeën...

Pieter Aspe is Vlaanderens bekendste misdaadauteur. Maar ook in Duitsland, Frankrijk, tot zelfs in Zuid-Afrika lezen ze de verhalen over hoofdinspecteur Van In en substituut Hannelore Martens. Zijn boeken zijn verfilmd tot de tv-reeks ‘Aspe’. Hij bracht net ‘Van In: Episode 2’ uit. Tip voor de Boekenbeurs, iemand? 

TEKST: Sanderijn Vanleenhove – FOTO: Jonas Verbeke  

Wat was je beste investering ooit?  

“Helemaal in het begin werkte ik op een elektrische typmachine. Maar als je iets wou corrigeren, moest je met correctielintjes werken. Die waren duur. Een vriend van mij had toen een Commodore waarop hij nooit werkte. Zelf had ik een gasradiator te veel, dus we besloten te ruilen. Het ding was toen wellicht al een ‘achtstehandstuk’, maar het maakte het werken veel makkelijker.”  

Wie is jouw grote voorbeeld en waarom?  

“Toen ik jonger was – ik spreek van de jaren ’60 –, had ik enorm veel bewondering voor de Gentse auteur John Flanders, beter bekend als Jean Ray. Velen van mijn generatie kennen hem van de Vlaamse Filmpjes (kortverhalen). Hij bracht vernieuwende literatuur. Niet meer de logge stijl en onderwerpen zoals we die van bijvoorbeeld Ernest Claes kenden. Ik was zot van zijn verhalen. Van hem heb ik geleerd om helder en accuraat te schrijven en om alle ballast te schrapen. Alles wat je als schrijver verveelt, verveelt de lezer ook.”  

Vul aan: de beste ideeën krijg ik… 

“Heel onnozel, maar op het toilet. Als ik vast zit met een verhaal, ga ik soms speciaal naar het toilet, ook al moet ik niet. In 95% van de gevallen vind ik daar de oplossing. Ik heb er ook geen verklaring voor.” 

Vul aan: het belangrijkst moment van mijn dag is…  

“Het uur voor ik begin en het moment waarop ik stop. In principe sta ik op om half acht. Ik drink koffie, rook, en om 9u begin ik te schrijven. Zeker in de winter vind ik dit een heerlijk moment. Ik zie alle mensen in de kou naar hun werk vertrekken en ik zit lekker warm binnen.”  

“Ik schrijf tot ik zo’n 1700 woorden heb. Dat is meestal tot half één. Schrijven is werken. Achter de computer moet je niet op inspiratie wachten, daar moet je leveren. Inspiratie komt wanneer je daar tijd voor hebt. Wanneer ik de computer uitzet, drink ik een aperitief. En dat is opnieuw een mooi momentje.”  

Wat is het mooiste moment uit je carrière? 

“Mijn eerste boek Vierkant van de wraak in 1995 heeft mijn leven compleet veranderd. In plaats van te verrimpelen als conciërge (wat Aspe voor zijn auteurschap was, red.) in Brugge kon ik doen wat ik graag deed.”  

“Ik heb mijn script maar naar één uitgeverij gestuurd: Manteau. En daar vonden ze het meteen goed. Sowieso zijn er nog weinig grote uitgeverijen in Vlaanderen. Het is de mix van een goed verhaal, de juiste verkooppunten, goede marketing en een lovende pers die ervoor zorgt dat je zo’n succes kan hebben. En dat kan alleen een uitgeverij met voldoende slagkracht aan. Je geeft het uit handen. Anders ben je meer bezig met boeken slijten, dan met boeken schrijven.”