Murielle Scherre: De groeicurve van de eenhoornpony

Elke week pikken wij een stukje uit een van de vele ondernemersverhalen die in 'Vele (om)wegen naar groei' gebundeld zijn. Omdat het inspirerende verhalen zijn, waar iedere ondernemer wel iets van opsteekt. Deze week is het de beurt aan Murielle Scherre.  

La Fille d’O is de stem van een nieuwe generatie vrouwen. In 2003 voelde Murielle Victorine Scherre de nood om een nieuw, aspirationeel vrouwbeeld te creëren, een nieuw rolmodel, elke vrouw haar eigen rolmodel. Het vrouwenlichaam geen lustobject maar een middel tot persoonlijke groei. Met haar lingeriemerk La Fille dO wil ze vrouwen ondersteunen in de zoektocht naar hun eigen verhaal. En ondersteunt ze in één moeite door de planeet en de nabije leefomgeving door een eerlijke productielijn met vooral Belgische grondstoffen. Dat heeft zijn gevolgen voor de groeicurve van la Fille dO. Rijk wordt Murielle Scherre er niet van, toch niet in cijfers, op zoveel andere manieren wel. Een eigenzinnig en inspirerend groeiverhaal.

"De groei van La Fille d’O wordt vaak voorgesteld als een handicap. Een beetje zoals wanneer je met je baby’tje naar Kind en Gezin gaat: als je baby de groeicurve niet braaf volgt, oei, dan gaan de alarmbellen rinkelen. Een medewerkster van Kind en Gezin zei ooit tegen een kennis van me: ‘Tja, mevrouw, uit een pony kan je geen hengst kweken’, die mama was nogal klein van gestalte (lacht). Maar die vrouw heeft wel gelijk, hé! We moeten niet allemaal hengsten willen worden. Misschien wil ik wel een pony met een eenhoorn zijn. Gewoon helemaal mezelf. Die eenhoorn laten groeien is voor mij dan veel waardevoller dan een grote, flinke hengst worden. Omdat we zo’n atypisch merk zijn, zijn we ook een atypisch bedrijf. Daardoor heb ik een eigenaardig parcours afgelegd, dat in geen enkele groeicurve past. Ik maak een goed product en daar zit nog heel veel groei in, groei op mijn manier. Winst is een nevenproduct in functie van dat product. En daar ben ik heel gelukkig mee.

Amateur in elke betekenis

Ik hou van het woord ‘amateur’. Het zegt veel over wie ik ben, hoe ik me voel. Ik bén echt een amateur: wat ik alle dagen doe, daar ben ik niet voor naar school geweest. Ik ben een soort idiot savant, the school of life is mijn opleiding. Ik heb wel modeontwerp gestudeerd, maar ik maak lingerie en dat vak krijg je niet op school. Ik heb leren patronen tekenen, maar daarmee kan je nog geen bh maken.

Het woord ‘amateur’ heeft te vaak een negatieve bijklank. Het klinkt als een verwijt, het neigt naar incompetentie. Maar in amateurisme zit vaak zoveel meer drive en passie dan in een ‘professionele’ goedbetaalde job. Neem nu de amateurkoers, dat leeft veel harder dan die profs die het voor het grote geld doen. Die gedrevenheid, bezetenheid bijna, daar zit heel veel schoonheid in.

Mijn passie is mijn job geworden, er was gewoon niks anders wat ik liever deed. En ik weet dat ik veel praat (lacht), maar ik doe zo mogelijk nog meer. Ik probeer heel veel, ik voeg daden bij mijn woorden. Veel woorden, veel daden! Moest ik zoveel energie niet hebben, dan zou ik mezelf opbranden.

Maar in het Frans betekent amateur ook vooral een ‘liefhebber’. Alles wat ik ooit gedaan heb, is begonnen vanuit puur amateurisme: intens van iets houden en er gewoon voor gaan.

Alle dagen zondag

Ik kan het me niet voorstellen dat ik mijn job niet graag zou doen. Tegen je goesting moeten werken en uitkijken naar die paar vrije uren in de week, dat is toch niet logisch. Dat is vreselijk zelfs. Zo wil ik niet leven. Ik ben opgevoed op een katholieke school en met het idee van de zondagse kleren. Je hele leven uitzitten, afzien en nederig zijn, in je saaie weekplunje, met dan misschien het vooruitzicht op de hemel, op een klein stukje zondag. Ja maar, dacht ik, als die hemel niet bestaat, dan loop ik hier wel schoon! Ik ben blij dat ik die opvoeding heb gehad omdat het me heel hard heeft gemotiveerd om net het omgekeerde te doen. Bij mij is het alle dagen zondag. Ik doe alle dagen wat ik wil doen. Ik doe alle dagen mijn goeie kleren aan. En de geneugten van de zogenaamde hemel, daar geniet ik hier en nu van. Is er dan wel een zondag of een hemel, fijn meegenomen, maar ik ga er niet op wachten! Ik leef nu alsof het alle dagen zondag is.

De geboorte van La Fille

Als vrouw en als ontwerpster kon ik me absoluut niet terugvinden in enerzijds het modieuze en anderzijds het pornografische schoonheidsideaal dat lingerie me oplegde. Twee uitersten, maar bij geen van beide voelde ik me goed. Met La Fille d’O wilde ik een nieuwe generatie vrouwen aanspreken, vrouwen die nadenken over de eigen identiteit, over hun eigen verhaal, los van commerciële beïnvloeding. Ik voelde dat dat ook algemeen in de lucht hing. Twee heel belangrijke toetsstenen zijn de voorbije jaren weggevallen. De sociale controle op de oude manier en de religie: Jezus, mijn moeder, onze buren, niemand geeft nog dwingende antwoorden op hoe we ons leven moeten leiden. Er wordt niet meer in onze plaats gedacht, en dat is goed, maar daarmee zijn we ook een houvast kwijt. Dat moeten we terugvinden bij onszelf.

Die luxe van mogelijkheden en vrijheid is recent verworven en soms lopen we nog een beetje verloren in al dat mogen. We moeten ons eigen verhaal gaandeweg ontdekken, onze eigen weg zoeken. Dat is La Fille d’O: een zoektocht naar het eigen verhaal. Daarom is de naam een abstracte figuur, La Fille, één iemand maar zij kan verschillende personen zijn. La Fille d’O brengt de verhalen van al die vrouwen die op zoek zijn naar hun identiteit.

Ik vind het fijn om een soort medium te zijn van de tijdsgeest en met mijn merk een niet-normatief vrouwbeeld te maken.

Ik heb parochiezalen doen leeglopen

‘Als je in alles wil slagen, kies dan voor een beroep in loondienst’, heb ik ooit gezegd. Ik maak geen vrienden met zulke uitspraken, I know (lacht). Een belangrijke in mijn verhaal is dat ik héél traag groei. Misschien word ik ooit nog een uitermate grote dwergpony, wie weet (lacht). Maar ’t zal in mijn eigen tempo zijn. Die trage groei heeft mij toegestaan om veel op mijn tanden te gaan, om te leren hoe het niet moet en bij te sturen. Als je innovatief bent, heeft niemand het je ooit voorgedaan. Als je wil weten of het lukt, moet je het dus gewoon doen. Springen en soms vallen. En volgende keer wat verder of hoger springen, je beter afzetten.

Kijk, als je begint als muzikant, speel je eerst in de living bij uw pa of ma, daarna in de parochiezaal, dan misschien in de parochiezaal van het dorp ernaast, heel veel slechte optredens voor vaak lege zalen. Slecht zijn en falen en leren dat dat geen ramp is. Zo verfijn je ook je identiteit, leer je jezelf beter kennen. Een groep als Triggerfinger, die waren veertien jaar aan het spelen, voor ze op Studio Brussel gedraaid werden! Overnight beroemd worden is geen cadeau. Als je nooit in die parochiezaal hebt gestaan, als je voor de eerste keer in je leven op je bek gaat meteen op Pukkelpop, dan ga je onderuit, dat is waanzinnig hard. Ik heb mijn parochiezalen doen vollopen én doen leeglopen (lacht), ik heb tijd gehad om mezelf en mijn product beter te leren kennen. Daar ben ik heel blij om.

Koppig én flexibel

Mensen zeggen weleens: ‘Als je op die nagel blijft kloppen, dan lukt het ooit wel.’ [...]

Het volledige verhaal van Murielle? Dat leest u in het gratis boek 'Vele (om)wegen naar groei'. Downloaden is de boodschap!