Op tafel bij Vlaamse start-ups: een boterham met apps!

Op zoek naar de onmisbare app

Facebook, Instagram, Waze… Wie vandaag een mobiele telefoon heeft, heeft apps. Voor bijna alles bestaan apps. Om files te vermijden, op zoek te gaan naar een lief, je kinderen te tracken, zelfs om hartritmestoornissen op te sporen. Maar wat komt er allemaal kijken bij de ontwikkeling? En hoe komt het dat slechts enkele apps zich een weg weten te banen naar ons startscherm? Een duik in het start-uplandschap, op zoek naar innovatieve appbedenkers. 

Waar een start-up is, is een app. Of toch bijna. Elk jaar zien in België driehonderd start-ups het levenslicht, weet technologie-ondernemer Omar Mohout van Sirris. “Goed voor zo’n 2800 in totaal. En ongeveer de helft van die start-ups ontwikkelde een app. Op pakweg vijf jaar heeft de app zich een weg gebaand naar élke smartphone.” 

Google Play Store bood 1 miljoen apps aan in 2013, vorig jaar waren dat er maar liefst 3,5 miljoen. Volgens het Amerikaanse onderzoeksbureau App Annie zijn die goed voor een omzet van 17 miljard dollar, 28 procent meer dan een jaar eerder. 

Waar die app-mania vandaan komt? Door de verschuiving van desktop naar mobiel, volgens Bart De Waele van het digitaal agentschap  Wijs: “De smartphone heeft de computer en de tablet van de troon gestoten en is ons centrale toestel geworden.” 

Veel belandt in de prullenmand

Er zijn miljoenen apps die twintig, dertig euro opbrengen en maar een paar die echt sky high gaan. Bart De Waele: “25% van de apps wordt na één keer gebruik opnieuw verwijderd. De gemiddelde app verliest 77% van zijn gebruikers in de eerste drie dagen na installatie. En maar 34% van de apps wordt meer dan 11 keer gebruikt.” 

Er zijn vier sleutels tot een succesvolle app, volgens Dado Van Peteghem van Duval Union Consulting, een agentschap dat met bedrijven meedenkt over digitale, sociale en mobiele strategieën. “Hij moet inspelen op een probleem, het nut primeert. Daarin hebben al veel start-ups zich verslikt. ‘We gaan iets met blockchain doen’ of ‘We gaan een app bouwen’, klinkt het dan. Maar een app is het middel, niet het doel.”

“Ten tweede moet een app ofwel volledig innovatief zijn, ofwel beter zijn dan een bestaand alternatief. Waze is bijvoorbeeld beter dan een gewone gps. Ten derde moet een app omnichannel werken, je moet eraan kunnen vanop je smartphone, je tablet en de computer. En ten slotte moet hij er goed uitzien.”  

De distributie van je app is even belangrijk als de app zelf. Bart De Waele: “Neem nu de grote succesverhalen: Instagram is een succesvolle app geweest. Toen ze met 15 mensen waren, werden ze overgenomen door Facebook. Voor miljarden. Die miljarden heeft Facebook niet betaald omdat het een goede app was – al was het dat ook – maar omdat hij zoveel gebruikers had. Terwijl er wellicht twintig andere apps even goed waren als Instagram, maar dat immens grote publiek niet hadden. En daar draait het bij een app om. Net zoals bij elke start-up: zo snel mogelijk zoveel mogelijk gebruikers bereiken.”

Vijf apptips van de experts

  • Ken je doelgroep! Wie is je doelgroep? Wat verwacht ze van je app? Hoe gaat ze op zoek naar informatie? 
  • De gebruikservaring is alles. Je app moet er goed uitzien en makkelijk te gebruiken zijn. 
  • Maak zo snel mogelijk contact met de markt. De grootste fout die je kan maken, is twee jaar vanuit je ivoren toren een app bouwen en pas als die perfect werkt naar de markt trekken. Je moet geen auto bouwen, om achteraf te merken dat je doelgroep een driewieler wil. Uittesten en vervolgens corrigeren is de boodschap.
  • ....

“De app is maar een tussenstap”
Bieke Van Gils, Fibricheck 

De meeste apps spitsen zich toe op de gezondheidzorg, hoor ik van Omar Mohout. Zo ook Fibricheck, de app die je hartritme detecteert. Je legt je vinger op de camera van je smartphone en de app registreert je hartritme via kleurveranderingen van je vinger. De app stelt onregelmatigheden vast, meer in het bijzonder voorkamerfibrillatie. Want die veroorzaakt jaarlijks meer dan 300.000 beroertes in Europa. Cardiologie is nog nooit zo eenvoudig geweest.

“Als een app al veel voeten in de aarde heeft, dan is dat bij een app die ingrijpt in de medische wereld zeker zo”, vertelt medestichter Bieke Van Gorp, die samen met Lars, Jo en Kobe het gezicht vormt achter Fibricheck. “Krijg zo’n conservatieve sector maar eens overtuigd van de meerwaarde van een app. Pas vandaag zien we artsen die we niet zelf hebben aangesproken Firbricheck gebruiken.”

Algoritme check. En nu?

“Fibricheck begon, zoals elke app, met een algoritme. Dat algoritme zijn we zo snel mogelijk klinisch beginnen testen. Door het hartritme bij hartpatiënten te meten vóór en na een cardioversie bijvoorbeeld (cardioversie is een ingreep waarbij een te snel hartritme wordt gecorrigeerd, red.). Of door in een lab waar een hart tot stilstand gebracht kan worden, na te gaan of de app alles optekent. Valideren, valideren en valideren. En aanpassen wanneer nodig. Uiteindelijk hadden we de medische goedkeuring. Maar dan, hoe breng je zo’n app tot bij de patiënt? Of tot bij de arts? En hoe bouw je daar een bedrijf rond?”

“De medische wereld was niet klaar voor apps. Dus besloten we er ruchtbaarheid aan te geven en vertrouwen op te bouwen.  Van deur tot deur, en van dokter tot dokter. Niet de snelste methode, maar traag en gestaag, dat is dé aanpak voor de medische wereld. Het heeft meer dan een jaar geduurd eer we enkele artsen overtuigden om de app voor te schrijven.”

“Vandaag hebben zo’n dertigduizend mensen Fibricheck gebruikt. Die gebruikers komen en gaan. Dat is niet slecht, maar we moeten nog veel investeren voor we nog maar aan een break-even kunnen denken. Als start-up is ons doel niet om zo snel mogelijk geld te verdienen, maar wel om op korte tijd zoveel mogelijk marktaandeel te veroveren. Daar zijn we volop mee bezig. Momenteel gaat onze aandacht naar de Verenigde Staten. Vooraleer we daar op de markt kunnen, moeten we voor honderdduizenden euro studies uitvoeren. Daarbovenop moet ons team van elf werknemers betaald worden. Dus nee, de break-even is nog niet aan de orde.”

Wat moet dat kosten?

“50.000 euro uit eigen zak en dan nog eens 150.000 euro van familie en vrienden, dat was ons startkapitaal. Daarmee hebben we het algoritme uitgewerkt, de app ontwikkeld en de klinische onderzoekingen gedaan. Zodra de app medisch gekeurd was, hebben we nog een kapitaalronde gedaan van 1,5 miljoen. En we hebben 400.000 euro subsidies ontvangen. Dan gaat het vooral over de Innovatiesubsidie, de haalbaarheidssubsidie, de KMO-portefeuille…”

“Investeerders overtuigen doe je met schaalbaarheid. We hebben de toegangscode tot Fibricheck eens in Het Belang van Limburg gepubliceerd, waardoor op 48 uur wel 15.000 mensen zich geregistreerd hadden, en er op 7 dagen meer dan 120.000 metingen automatisch verwerkt, nagekeken en opgevolgd werden. Dan is een miljoen maar een klein sprongetje. Het systeem kan het aan.” 

Better safe than sorry

“De accuraatheid van het algoritme is 96%. 100%, dat kan niet. ..."

 

Nieuwsgierig naar wat Bieke Van Gils nog te vertellen heeft? Naar de verhalen van Matthias Dobbelaere of Bruno Koninckx? Of benieuwd naar de vierde en vijfde apptip van onze experts? Je leest het allemaal deze maand in ZO Magazine!