Opinie over levenslang leren en arbeidsbemiddeling: "Niet de structuur, wel de achterliggende visie is van belang"

In ons memorandum voor de verkiezingen van 2019 pleit UNIZO voor de omvorming van Syntra tot een 'Agentschap voor Levenslang Leren', waarbij de VDAB zich zou kunnen focussen op arbeidsbemiddeling. In een opiniestuk op de website van de krant De Tijd formuleert VDAB-topman Fons Leroy zijn bedenkingen bij dit voorstel.

U kan het opiniestuk hier lezen.

In antwoord op dit opiniestuk verduidelijkt UNIZO-gedelegeerd bestuurder Danny Van Assche hieronder ons voorstel en de argumenten om dit te onderbouwen.

"Niet de structuur, wel de achterliggende visie is van belang"
Door Danny Van Assche, Gedelegeerd Bestuurder van UNIZO

Danny Van AsscheIn zijn opiniestuk van 19 september 2018, vreest Fons Leroy dat VDAB dat bemiddeling en opleiding niet langer een coherent geheel kunnen vormen wanneer een agentschap voor levenslang leren in het leven wordt geroepen. Uiteraard geloven ook wij in een sterke bemiddeling naar werk, waarbij vorming en opleiding een essentieel onderdeel kan uitmaken van bemiddeling.  Maar daar waar Fons Leroy de nood tot arbeidsbemiddeling centraal zet, al dan niet met een onmiddellijke versterking door de beroepsopleiding, vertrekken wij graag vanuit het gegeven van de opleiding.

We hebben allemaal onze mond vol over het grote belang van levenslang leren.  Alleen stellen we vast dat we slecht scoren als het daarop aankomt. In 2016 namen slechts 7,1 % van de Vlamingen deel aan levenslang leren, hoewel de Vlaamse Regering zich als doelstelling had gesteld om tegen 2020 15% Vlamingen zover te krijgen. Ik heb het trouwens heel doelbewust over de “Vlamingen”, en niet over de “werkzoekenden”.  Levenslang leren is een opdracht voor ieder van ons, of we nu werkzoekende, werkende, zelfstandige of leerling zijn.

Eén van de mogelijke oorzaken van de te lage belangstelling voor levenslang leren, is de complexiteit van het opleidingslandschap in Vlaanderen. We kennen ten eerste al heel wat verschillende instrumenten, zoals de (beroeps)opleidingen, ondernemersopleidingen, educatief verlof, opleidingscheques, 2de-kans onderwijs enz. Ten tweede zijn er ontelbare opleidingsverstrekkers, zowel gefinancierd vanuit de overheid (VDAB, SYNTRA, CVO’s,…) als private opleidingsverstrekkers, die elk voor een andere doelgroep werken, of toch min of meer.  Ten slotte  laten we dit alles beheren door verschillende agentschappen, departementen en beleidsdomeinen. Niet het heldere en eenvoudige verhaal dat burgers en ondernemers verwachten van een overheid.

Deze versnippering aan instellingen, doelgroepen, financieringen en instrumenten doen eraan twijfelen of het wel mogelijk is om een coherent opleidingsbeleid in Vlaanderen te voeren.  Bovendien lijkt het ons onmogelijk om dit op een efficiënte wijze te doen.  Elke opleidingsverstrekker wordt verplicht om het warm water steeds opnieuw zelf uit te vinden.  Er is weinig of geen synergie in de know how die wordt opgebouwd.  De institutionele en inhoudelijke versnippering leidt onmiskenbaar naar een ineffciënte organisatie en vooral naar een suboptimale kennisopbouw.  Dat moeten we echt slimmer doen.

Er is dus nood aan een regisseur in vorming en opleiding. Deze regisseur moet een visie uitbouwen over hoe we het vormingsbeleid en levenslang leren in Vlaanderen zien en hoe we de participatie aan levenslang leren kunnen verhogen. Hij zorgt bovendien voor de nodige transparantie, omdat instrumenten niet langer versnipperd zijn en er een duidelijk aanspreekpunt is.  Hij bewaakt de kwaliteit van opleidingen en opleidingsverstrekkers, waarbij ook rekening wordt gehouden nieuwe trends in lesvormen.  Hij faciliteert samenwerking met relevante stakeholders (bv. sectoren) en verbindt verschillende actoren in het brede opleiding- en vormingslandschap. En vooral hij werkt voor alle doelgroepen die betrokken zijn bij levenslang leren.  Uiteraard moeten werkzoekenden, werkenden, ondernemers en leerlingen op een andere manier aangesproken en behandeld worden om tot levenslang leren te komen.  Maar de meeste pedagogische know how is deelbaar en les- en praktijkruimten kunnen efficiënter ingezet worden.

Daarom stelt UNIZO voor om tot een nieuw Agentschap voor Levenslang Leren te komen.  Dit agentschap kan de regisseursrol opnemen en kan – zelf of in regie – ook voor een aanbod zorgen.   Dit betekent inderdaad dat de beroepsopleidingen van de VDAB worden afgesplitst.  Maar dat betekent uiteraard niet, zoals Fons Leroy vreest, dat er een Chinese muur tussen arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding wordt opgetrokken.  Vergelijk het met je huisarts, die na algemeen onderzoek een diagnose stelt, je naar specialisten doorverwijst maar wel steeds verder je dossier opvolgt.  De nieuwe arbeidsbemiddelaar is zoals de huisarts die kan doorverwijzen naar het Agentschap Levenslang Leren maar het dossier van de werkzoekende steeds blijft opvolgen.  En die werkzoekende wordt ondergedompeld in een andere sfeer waar opleiding en kennis centraal staat.  Dat lijkt ons een prachtig perspectief.  Ik ben er zeker van dat Fons Leroy er met ons van gedacht over zal willen wisselen.

Danny Van Assche
Gedelegeerd bestuurder van UNIZO