Sneakpeak ZO: De goede voornemens van Danny Van Assche

We ontmoeten Danny Van Assche nog in zijn vertrouwde ‘horecabiotoop’ nabij de Brusselse kerstmarkt. De voormalige sociaal adviseur van UNIZO komt na acht jaar langs de grote poort weer binnen om Karel Van Eetvelt op te volgen als gedelegeerd bestuurder. Een kennismaking.
 
Dacht je meteen bij het vertrek van Karel: dat is iets voor mij? Of toch een beetje schroom om in de schoenen te stappen van je illustere voorgangers?
Danny Van Assche: “Dat was inderdaad een dubbel gevoel. CEO worden bij UNIZO ligt in het verlengde van mijn werk bij Horeca Vlaanderen, een sector die ik ga missen. De kans om hetzelfde te doen, maar dan voor ondernemers in alle mogelijke sectoren, is dan sowieso een boeiende uitdaging. Maar ook geen evidente: kan ik dat en wil ik dat, in combinatie met een jong gezin? Ik heb dus zeer goed nagedacht alvorens me kandidaat te stellen. Al drong de maatschappelijke impact van deze functie pas echt goed door bij de totale overrompeling die eerste week, toen bekend werd dat ik het zou worden. Gelukkig heeft Karel me daarin met veel goede raad bijgestaan.” 
 
“Mijn voorgangers Peeters en Van Eetvelt nopen me inderdaad tot een zekere bescheidenheid, met de BV-status die zij hebben. Maar ik vind: je moet in deze job een beetje BV zijn, en tegelijk màg je dat niet zijn. Als de topman van UNIZO geen vertrouwde stem op radio en tv zou worden, zou ik mijn job niet goed doen. Maar ik heb geen enkele intentie om in ‘de boekskes’ te staan of mee te doen aan tv-spelletjes. De relatieve bekendheid die bij de job hoort kan je wél gebruiken voor de doelstellingen van je organisatie. Want het kom erop aan in de media onze UNIZO-boodschap ook naar niet-ondernemers over te brengen, om een maatschappelijk draagvlak voor ons verhaal te vinden. De werknemers in onze bedrijven zouden onze beste partners moeten zijn, want als het in hun bedrijf goed gaat, is dat ook goed voor hen.”
 
Enerzijds is het handig dat het je het huis al kende als sociaal adviseur op de UNIZO-studiedienst, anderzijds is dit niet meer dezelfde organisatie als die waar je in 2010 ver-trokken bent. Wat valt het meest op?
“Het zou bijzonder fout zijn te denken dat ik UNIZO nu ken, want het is uiteraard niet dezelfde organisatie als toen. Uiterlijk valt vooral op dat zowel het nationale hoofdkwartier als de regio-nale UNIZO-kantoren inmiddels in eigentijdse, functionele gebouwen gevestigd zijn. UNIZO is altijd de referentie en spreekbuis voor zelfstandige ondernemers geweest, maar is de voorbije jaren zowel qua  uitstraling, dienstverlening als manier van werken nog verder geprofessionaliseerd.”
 
“Het is belangrijk dat je lokaal bent ingeplant om met de lokale eigenheid en gevoeligheden van ondernemers te kunnen rekening houden, maar tegelijk moeten we wél allemaal hetzelfde verhaal vertellen en dezelfde doelstellingen nastreven. Het is dan ook evident dat ik mijn schouders mee zet onder de 1UNIZO-operatie die door Karel en Karl in gang is gezet.”
 
In Trends werd de opvolging bij UNIZO betiteld als: ‘Lobbyist volgt lobbyist op’. Is dat lob-bywerk je eerste opdracht of is de UNI van UNIZO even belangrijk?
 “Een hotelier uit Roeselare sprak me onlangs nog aan: ‘Nu heb ik gelezen dat gij een lobbyist zijt… zo heb ik u nooit bekeken!’ Het woord heeft een wat negatieve bijklank, maar uiteindelijk is het dat wat we doen. UNIZO steunt op drie grote pijlers: de belangen van zelfstandige ondernemers verdedigen, ze bij mekaar brengen zodat ze van mekaar leren en ons laten weten wat er leeft, en ten derde diensten aanbieden waardoor ze betere ondernemers kunnen worden. We zijn dus én een belangenorganisatie én een netwerker én een dienstverlener. Ik zie daar geen gradatie in, die hangen samen.”
 
“De lobbyist kan dus niet zonder een sterke band met die lokale ondernemer. Alleen door heel veel contacten met zoveel mogelijk ondernemers in de LOV’s van UNIZO kan ik weten wat er leeft: welke specifieke problemen zijn er, hoe kijken ze naar het hoofdkwartier in Brussel? Hoe ervaren ze onze dienstverlening en kunnen wij ze beter helpen? Bij dat laatste kan je wel de vraag stellen: wat doe je uit roeping, bijvoorbeeld voor starters, en wat doe je commercieel om je organisatie te doen draaien? Welk ‘serviceproducten’ zet je in de markt?  Maar er moet absoluut een evenwicht zijn tussen de syndicale organisatie en de dienstverlener: wij hebben leden, geen klanten. We gaan onze eigen leden toch geen concurrentie aandoen? De ‘klanten’, dat zijn voor ons nog altijd de klanten van onze ondernemers.” 
 
Om te lobbyen zit UNIZO in de Groep van 10, het sociaal overleg tussen werkgevers en werknemers. Volgens velen, onder wie je voorganger, functioneert dat instituut niet goed meer, en durft het niet toekomstgericht nieuwe uitdagingen aan te pakken. 

[...]


Meer goede voornemens van Danny Van Assche ontdekken? U leest ze allemaal in de januari-editie van ZO Magazine!